Jubileum - 18/11/2018

Niet dat ik daar zo mee bezig ben, maar mijn moeder – vijfentachtig en nog steeds ongelooflijk goed met data en verjaardagen- maakte er mij nog eens attent op: dat ik vandaag echt, officieel, weer twintig jaar alleen ben. Al lijkt mij het woord ‘alleen’ een beetje ongelukkig gekozen, ‘single’ dekt de lading iets beter. Want gedurende die twee decennia had ik tenslotte nog een lange tijd mijn felle dochter mee onder dak en dan was daar ook nog het gezelschap van een wel zeer ongemanierde en erg aanwezige Basset Hound. Ik wist mij ook omringd door een stevig netwerk van vrienden, familie en hechte collega’s, dus hopeloos eenzaam en verlaten heb ik me zelden gevoeld. Het was eerder een kwestie van wat meer boeken lezen in bed en natuurlijk ook altijd zélf de vuilniszakken buiten zetten. En ja, ook af en toe hunkeren naar de oprechte blik van een geliefde, maar dat verlangen kennen gekoppelde mensen soms ook. Maar goed, twintig jaar! In goede en slechte tijden, dag in dag uit in overleg met de ongefilterde versie van mezelf, net zoals de meeste mensen dat met z’n tweeën doen. Niet altijd even simpel en ook geen bewuste keuze, ik durfde wel eens dromen van een knappe jongen die dan samen met mij naar zonsondergangen zou kijken. Al gebiedt de eerlijkheid mij wel te zeggen dat ik nooit nog met volle overtuiging heb gezocht naar die man van de zonsondergangen, ik had daar misschien wat meer werk moeten van maken.

Er werd me, steeds vaker ook naarmate dit solo project vorderde, wel eens verschrikt gevraagd of het dan geen verspilde jaren waren, een soort van afwachtende fase waarin ik in slow motion zat te hopen op betere tijden. Maar nee, zo voelde het niet voor mij en – met de hand op het hart- ik zou direct tekenen voor herhaling! Het waren veeleer de mensen rondom mij die me, wellicht met de beste bedoelingen, aanmoedigden om maar snel weer een lief aan de haak te slaan. Met adviezen als ‘ Misschien moet je eens iets boeken voor zo’n vakantie met andere singles’. Of met meer strategische argumenten: dat ik toch opnieuw onder verzekerde pannen moest geraken, vooral met het oog op mijn oude dag. Het zette me alvast aan tot pensioensparen en een bescheiden investering in vastgoed, dat leek me toch ook al enige garantie te bieden op bejaard geluk. Een veelgehoorde was ook: ‘ Jij moet je gewoon meer open stellen.’ Alsof er dagelijks een dozijn boeiende, zwaar in mij geïnteresseerde mannen flirtend flaneerden over mijn stoep! Niet dus! Ik hoorde lotgenoten wel eens lacherig klagen over hardnekkige aanbidders, maar bij mij belde zelden iemand aan met romantische bedoelingen. Ik heb zelfs een tijdje gedacht dat het misschien wel te wijten was aan meer specifieke, demografische ontwikkelingen binnen onze regio, iets in de aard van onvoldoende beschikbare kandidaten per vierkante meter bijvoorbeeld, maar een vluchtig buurtonderzoek sprak dat tegen. Het zal dus wel aan mij gelegen hebben.

Maar ik wijk af, het ging over al die dingen die ik ‘moest’ om het absolute geluk weer te vinden. Terwijl ik net dàt het meest aangename vond aan mijn burgerlijke staat: ik moest helemaal niks! De vrijheid om te doen en te laten wat ik wou bleek voor mij dan weer een enorme meevaller, dus gerichte zoekacties schoof ik wat onbestemd voor me uit. Dan dacht ik: na de winter misschien, dan kan ik eerst nog in alle rust die stapel boeken lezen. Of na de zomer, want ik moet eigenlijk nog snel vijf kg kwijt raken voor ik weer zonder schroom uit de kleren kan. Of volgend jaar, als die lange hond eindelijk wat fatsoenlijke manieren heeft, en daarbij, dat beest neemt al drie kwart van de zetel in beslag, wie kan daar nog extra bij? Zo verzon ik, quasi seizoensgebonden, de meest belabberde excuses, lichtjes benauwd om mijn ziel en zaligheid weer onbezonnen te verpanden.

Maar als ik nog eens mijmerend achterom kijk naar die tijd, dan zie ik best veel plezier, zowel mét als zonder gezelschap. Tot mijn meest gekoesterde momenten behoren trouwens nog steeds – naast die met kind & hond en later ook nog een stel paarden - de roadtrips, gewoon ik, moederziel alleen in m’n auto op weg naar nergens in het bijzonder. Die eerste keer dat ik zo los door een ander land reed en me het stoerste wijf op deze wereld waande, het is een roes die ik met veel genoegen af en toe weer opzoek. En als de zon dan aan zo’n nieuwe horizon met veel vertoon weer slapen gaat kijk ik wel stilletjes in m’n eentje toe, dat soort adembenemende dingen vragen sowieso niet om veel conversatie.

Maar uiteraard was er ook af en toe verdriet. En zielig gezucht met Valentijn. Of uitzonderlijk wel eens een minder stemmige Kerst. En verjaardagkaarten waarop mij, alweer goedbedoeld, een prins op een wit paard werd toegewenst. Waarbij mijn nuchtere dochter – ze was toen twaalf- ooit droogjes opmerkte: ‘ We zijn al blij met een paard’. Hààr grote droom, zo hebben we intussen heel duidelijk begrepen.

En ik geef grif toe: over de liefde- of het gebrek daaraan- heb ik ook zelf met gepaste regelmaat een potje gefilosofeerd. Want ik leefde niet altijd zo’n vlak bestaan, heel af en toe sloeg mijn hart wel eens een slagje sneller. Maar het werd nooit een verhaal zoals ik ze zelf durf te verzinnen en al zeker niks met een happy end. Het was altijd wel iets: de liefde kwam niet van twee kanten. Of ze kwam niet op het juiste moment. Of er was er simpelweg niet genoeg liefde, van geen van beide kanten. En soms waren er ook gewoon praktische bezwaren: hij was wel zo goed als gescheiden, maar zijn vrouw wist dat nog niet ( altijd dubbel checken trouwens, ik geef het maar even mee!). Dan ging ik wel eens verbitterde woorden roepen, meestal tegen muren of, erger nog, tegen mensen die er ook niks konden aan doen, maar compleet stuurloos ben ik er gelukkig niet van geworden, het bleef bij tijdelijke symptomen. Want soms zijn de dingen nu eenmaal wat ze zijn en ik geloof wel in dapper volhouden, maar anderzijds: liefde is geen chemokuur.

Hoe dan ook, het waren bewogen jaren, met dagen van heel hoog en bij wijlen ook op het randje van bedroevend laag, maar ik heb wel alles doorleefd voor twee, zeker weten. En ik leerde! Zo kan ik intussen bijvoorbeeld schuren, plamuren, verven en verhuizen als de beste. En helaas, ik kan nog steeds geen wasmachine repareren, maar ik krijg wèl alles geregeld. Geef mij een behapbaar probleem en ik contacteer zonder verpinken een bevoegde instantie die het kan oplossen, een mens wordt noodgedwongen franker dan verwacht. Financiële krapte, de klassieker onder alleenstaande moeders, deed me ook inzien dat een streepje harder werken loont, meer zelfs: dat de voldoening groot kan zijn, zeker als je zot bent van dure schoenen! Ik wil maar zeggen: nooit klakkeloos geloven wat er zoal in de boekjes staat, niet àlle meisjes zijn van fragiel porselein!

En daarom, voor al die eigenzinnige jaren op rij, zet ik mezelf nu één keer schaamteloos in de bloemen, want naar goede gewoonte zal ook vandaag niemand anders dat voor mij doen. En straks hef ik - uitzonderlijk, wegens weinig bestand tegen de nefaste gevolgen van alcoholconsumptie - mijn glas nog eens in het luchtledige, net als twintig jaar geleden, op die eerste, bange avond in november. Toen werd het een wanhopige slok brakke witte wijn, met de daver op mijn lijf voor wat komen zou. Maar vandaag klink ik met de glimlach. En bang? Niet echt meer nee, hoogstens nog voor die mogelijke kater morgenvroeg. Al de rest kan ik zo onderhand wel de baas.

En o ja, met de hond kwam het ook in orde, we kwamen uiteindelijk tot een enigszins beschaafde omgangsvorm. En mijn kind kreeg paard én prins. Dus proost!

Uit ‘ Meisjes van beton’- The real story.

Reageer via    






Over Grannies en Gebiep - 24/11/2018

Net als je denkt dat je zowat alles de baas kunt, wordt het tegendeel bewezen.

Hoogmoed komt namelijk altijd voor de val! Mijn neus wordt weer eens op deze feiten gedrukt ergens langs een donkere rijksweg in de hoge Kempen, op weg naar huis. Ik bel ( ja, ja, ja, handfree ) nog even met een collega om het beste van die werkdag te overlopen, als ons gesprek plots wordt verstoord door een irritant geluid. "Biep, biep, biep" doet mijn auto en meteen verschijnt ook een rood oplichtende boodschap op het dashboard: "STOP THE CAR". Met daarnaast dat symbooltje van een lekkend oliepotje. Een duidelijk signaal, want er flikkeren ook wel eens lampjes die ik niet begrijp en dan liefst ook koppig negeer. Wat niet weet, niet deert. Maar hier kan ik niet omheen!

"Ik bel je dadelijk terug," zeg ik tegen mijn collega, "even dat gebiep oplossen, geen paniek, dit kan ik wel de baas."

Ik stuur kordaat naar de kant en breng de schade in kaart. De oplossing is simpel: olie bijvullen en dan gewoon verder naar huis, niks aan de hand. Alleen, ik heb niet zo dadelijk motorolie ter beschikking. Je hoort wel eens van vooruitziende chauffeurs die ten allen tijde zo'n reservebusje in de koffer hebben, maar mijn noodrantsoen beperkt zich meestal tot een flesje plat water. En op deze bewuste avond ook nog een Granny koek stel ik verheugd vast, want de honger begint al te knagen. Maar die koek komt later, eerst maar eens op zoek gaan naar olie.

"Olie, olie, olie, waar vind je motorolie op dit uur?" brabbel ik voor me uit. Want het loopt natuurlijk al tegen zessen, sluitingstijd voor de winkels. Maar ik was op weg naar een autostrade en meestal bevindt zich in de buurt van op- en afritten wel een tankstation, met bijhorende shop en schappen vol motorolie, dat lijkt me niet meer dan logisch. Te voet op zoek gaan is geen optie, want ook die shops hebben een avondklok en de tijd dringt. Dus ik start voorzichtig weer de auto en biep verder, biddend dat zo'n kilometertje extra op de teller niet alles compleet in de vernieling gaat helpen. De redding is gelukkig zéér nabij en even later sta ik met een grijs busje motorolie in de hand heel dom naar mijn motorkap te kijken. Ik krijg dat kreng niet open, nergens een hendeltje te vinden, meestal zit dat ding toch ergens in de buurt van de pedalen? Maar ook nu weer: geen paniek, daarnet bij de kassa stond een ploegje bouwvakkers Jupiler te hijsen, één van die mannen zal vast nog wel weten waarom. Dus ik loop terug naar binnen en vraag zo onschuldig mogelijk en aan niemand in het bijzonder om hulp, blij dat ze mij niet kennen hier, dit is gênant. Drie mensen van goede wil wankelen achter me aan en geven me dan duidelijke instructies in de zin van- en ik citeer- "ge moet aan de juste dingskes trekken eh maske". Mijn gepruts aan die hendel ( en misschien ook wel de houding die daarmee gepaard gaat?) geeft in elk geval resultaat en ook veel pret bij de bouwvakkers. Laatste quote van de jongens, als ik uiteindelijk olie giet en nog wel zonder morsen: "Ze kan al even goed mikken als wij." Even voel ik me weer midden twintig en een paar tinten lichter van haarkleur.

Ik bedank uitvoerig en lichtjes blozend en vervolg mijn weg naar huis. Mijn auto doet het prima en we houden het samen ongeveer vijfhonderd meter biepvrij. Dan begint de ellende opnieuw, dat ergerlijke "biep biep biep", dit keer wel vergezeld van een andere tekst, iets over de motoroliedruk. Maar toch weer met in hoofdletters de dwingende boodschap: "STOP THE CAR." Wat ik dan ook maar braaf weer doe. Ik bel alvast mijn nog wachtende collega: "Ik denk dat ik de pechdienst maar eens ga contacteren, ik hoor je morgen wel."

Waarna prompt een nieuwe waarschuwing verschijnt: "Batterij gsm bijna leeg." Maar goed, nog steeds geen paniek, gewoon even opladen, die handel. Om daarna, na wel tien keer de inhoud van mijn handtas te hebben omgewoeld, tot de conclusie te komen dat mijn oplaadkabel nog thuis ligt. Hier valt niet veel meer te bellen dus. Snel -snel -snel die pechdienst nog proberen misschien? Alleen rijst dan weer onmiddellijk de vraag; welke pechdienst? Want ik rijd al jaren met firmawagens en die wisselen wel eens van lease-en takeldiensten. Dingen waar ik weinig mee bezig ben, een auto moet gewoon rijden en liefst niet biepen, punt. De jaarlijkse mail over de car policy klasseer ik ook altijd meteen keurig in het bestandje "Auto" op mijn laptop. Voor als ik het ooit nodig mocht hebben. En laat die laptop nu toevallig thuis staan…

Dus ik doe nu wat ik wel vaker doe in noodgevallen: ik bel 1207. Daar zitten flegmatisch klinkende mannen en vrouwen, aan zo'n grote desk met veel knopjes denk ik. Die mensen lopen meestal niet echt over van enthousiasme, maar op simpel verzoek schakelen ze je blindelings door naar wie dan ook, desnoods naar God de Vader, tenzij die een privénummer heeft. "Nummer volgt, mevrouw," zeggen ze dan met monotone stem. Ik overweeg daadwerkelijk eens zo'n hogere instantie te proberen, ik heb nog wel wat andere issues dus dat zou mooi uitkomen, maar vraag dan toch maar beleefd om me zo snel mogelijk te verbinden met de dichtstbijzijnde garage. Helaas, nergens nog gehoor, alle hemelpoorten zijn dicht. Intussen geeft mijn gsm ook volledig de geest, toe maar! Het is officieel nu: deze vrouw staat er alleen voor, zonder moderne communicatiemiddelen. Geen enkele bevoegde dienst nog bereikbaar. Hier sta ik dan met mijn hoogmoedig geblaat!

Stilaan begin ik het toch wat benauwd te krijgen. Want ik zie het al voor me: ik, verkleumd in de kille nacht, moederziel alleen in een auto langs een donkere weg. En niemand op het thuisfront die me zo direct gaat missen, ik val wel vaker binnen op onmogelijke uren. En ik sta dan ook nog eens altijd en overal heel stoer te roepen dat ik toch wel doe en laat waar en wanneer ik dat wil zeker! Niemand die zich vragen stelt als ik niet klokvast ergens opdaag. Ik kijk droevig naar mijn Granny koek. Het idee dat ik het volgende etmaal misschien nog moet doorkomen op zo'n karig rantsoen…

Maar ik weet ook: kalmte kan een mens redden! Dus ik adem eens diep in en dan weer uit met een langgerekte "ohm" ( leve yoga!) en probeer te bedenken wat een vrouw zonder enige technische feeling in dit soort situaties zoal kan.

In Sex and the City laten ze dan bijvoorbeeld wat been zien en rijdt er meteen een taxi voor. Maar ik bevind me in de stille Kempen en met herfstig weer draag ik altijd blikdichte panty's.

Een beetje zielig gaan zitten snotteren in de berm kan natuurlijk ook, maar ik heb geen zakdoekjes bij.

Langs de weg staan zwaaien in de hoop dat er iemand stopt? Met wat pech misschien wel een potentiële seriemoordenaar?

Te voet naar Scherpenheuvel? Op hakken?

Uiteindelijk besluit ik gewoon zo rustig mogelijk door te rijden, misschien best langs secundaire wegen. Stranden langs een drukke autostrade lijkt me geen goed idee, geen hond die daar in het donker voor je stopt. En de praatpalen zijn niet meer. Maar als je stil valt in een bewoonde straat kan je tenminste nog ergens aanbellen en vragen of ze iemand willen verwittigen. Vooropgesteld dat ik dan eerst mijn telefoon kan opladen, want daarin zitten alle belangrijke nummers en ik ken geen enkele cijfercombinatie nog uit het hoofd. Een functie in mijn brein die, dankzij al die moderne apps, voorgoed werd lamgelegd. Maar goed, ik stel mijn gps ( toch nog iets dat werkt!) in op "autosnelweg vermijden" en tuf tegen slakkentempo verder, uiteraard nog steeds biepend. Ik moet wel zeggen, zo kom je nog eens ergens! Alleen, als je ooit ergens ter hoogte van Broechem een straatje inslaat dat toevallig "Sparreweg" heet: keer om! Je bent dan NIET op weg naar Scherpenheuvel!

Dikke twee uren later zie ik in de verte de contouren van mijn vertrouwde Basiliek. Ik ben lichtjes afgepeigerd en mijn hoofd voelt min of meer als een flipperkast, door al dat gebiep. Maar ik ben bijna thuis en hoe dan ook zonder noemenswaardige brokken. "Dat hebben we flink gedaan," zeg ik tegen mijn auto, "jij rijdt nog en ik ben niet omgekomen van de honger." Want die Granny koek heb ik intussen kruimel voor kruimel opgepeuzeld, met de drijvende gedachte: als Francesca Vanthielen daar kan op overleven, dan ik ook! En wie weet word ik op die manier ooit wel net zo slank!

's Anderendaags passeer ik toch maar snel langs de garage, met een auto die intussen zelfs niet één klein biepje meer geeft, nog nooit zoveel stilte gehoord! Hoe kan dat nu, en gisteren nog wel, zelfs na die bus olie, heel de tijd tijdens die lange rit naar huis?

"Dat zijn die sensoren," zegt de man van de garage, terwijl hij met een staafje heel secuur mijn oliereservoir checkt, "die zijn niet altijd even gevoelig, dat kan een tijdje duren vooraleer ze wijzigingen registreren. Maar je oliepeil is terug in orde. Het probleem heeft gewoon zichzelf opgelost."

Ik kan dus weer onbekommerd op pad, biepvrij. Vanaf nu wel met minstens twee Granny koeken in het handschoenenvakje, neem ik me plechtig voor. Maar gelukkig ook in de geruststellende wetenschap dat je niet altijd álles de baas moet kunnen. Want soms vallen de dingen blijkbaar ook gewoon vanzelf weer in de plooi.

Als ik later het verhaal breng aan mijn dochter en me luidop afvraag of het misschien geen goed idee is om iets te bloggen over mijn autopech, over al de hoogtepunten zo door de jaren heen , is ze duidelijk:

"Doe dan maar meteen een boek," zegt ze. Op een toon, ze zou zo bij 1207 aan de slag kunnen…

Maar jullie hebben dus nog wat verhalen te goed!

Reageer via    






Netflixen - 29/11/2018

Het is niets om trots op te zijn, want ik hobbel hopeloos achteraan, maar ik heb een allereerste keer Netflix gekeken.

Niet dat ik daar iets op tegen had, maar mijn kijkgedrag is ergens begin deze eeuw blijven steken. Onverwachte omstandigheden en andere prioriteiten, je kent dat wel, maar weinig interesse had er misschien ook wel iets mee te maken.

Zo heb ik bijvoorbeeld nog niet zo gek lang een flatscreen in huis. Jarenlang keek ik nog naar van die bolle toestellen, meestal tweedehands gekocht, maar toen ook bij mijn laatste dikkerd het licht uitging besloot ik toch ook maar de plattere toer op te gaan, net zoals de rest van de Vlaamse kijkers. Ik denk trouwens niet dat er op dat moment nog van die beeldbuizen te verkrijgen waren, ik meen zelfs te weten dat ze uit de handel werden genomen wegens acuut ontploffingsgevaar. Achteraf bekeken heb ik dus blijkbaar veel geluk gehad.

Het aantal kanalen op al mijn televisies- zowel op de dikke als nu op de dunne- bleef ook altijd zeer beperkt. Want ik moest die posten zelf instellen en tja, ik ben nooit verder dan tien zenders geraakt, ik heb er weinig verstand van en ook niet het geduld om daar lang aan te zitten prutsen. Bij tweedehandsspullen zit trouwens geen gebruiksaanwijzing meer, dus het mag al een wonder heten dat ik überhaupt nog een paar zenders vond! De eerste keer dat ik Vitaya op het scherm kreeg kon ik wel dansen van geluk, eindelijk kon ook ik onder een fleece dekentje naar wollige programma's liggen staren. Nooit zoveel warme chocomelk gedronken als toen.

Maar het bleef bij die tien zenders dus, en dan ook nog eens zonder enige logica gerangschikt. Voor Eén moet ik op mijn afstandsbediening cijfertje drie indrukken en Vijf TV zit op acht. Aan buitenstaanders moeilijk uit te leggen, maar meestal zit ik toch maar in mijn eentje te zappen, dus geen probleem. Ik ben het al jaren zo gewoon en ik maak mezelf wijs dat ik op die manier mijn geheugen extra train.

De meeste nieuwigheden gerelateerd aan de wereld van beeld en geluid gingen aan mij voorbij. Ik heb wel eens via via een videorecorder op de kop getikt, maar meer dan wat Disneyfilms om mijn ( toen nog kleine) dochter te entertainen zijn daar niet op gepasseerd. Ik kan me alleszins niet herinneren dat ding ooit voor iets geprogrammeerd te hebben, zo'n technische ingreep ging mijn pet gewoon te boven.

Het verhaal van mijn digicorder is helemaal hilarisch! Bij mijn laatste verhuis, naar een kangoeroewoning die ik deel met mijn ouders, besloot ik de zaken eindelijk eens wat grondiger aan te pakken. Dus ik regelde zo'n kastje bij Telenet. Wel met de duidelijke eis: kom dat installeren en zorg dat alles fatsoenlijk functioneert. Een opdracht die correct werd uitgevoerd , het ding werkt prima. Alleen, die mannen van Telenet kwamen op een moment dat ik er niet was en alles werd netjes geplaatst op de benedenverdieping, bij mijn ouders. En ik woon boven. Twee tachtigplussers zijn nu dus helemaal mee met de tijd en ik kijk nog steeds mijn tien gezapige postjes. Maar het is hun gegund en ik vond het uiteindelijk ook weer geen klacht waard, te veel gedoe voor wat bewegende figuurtjes op een schermpje.

Want raar maar waar, er zit toch weer een keerzijde aan dit verhaal. Ik kan namelijk kinderlijk blij worden van dingen die onverwacht mijn pad kruisen! In deze gulzige tijden waar alles draait om "genieten" en dan nog liefst "alles ineens en wel hier en nu en meteen!" vind ik het wel eens spannend om af en toe eens op iets te wachten. Of te hopen. Op een betere film bijvoorbeeld. Dan lees ik op dinsdag Humo en werp ik al snel een blik in de bijhorende TV gids, benieuwd naar wat gaat komen. Dagen op voorhand zit ik me dan te verkneukelen! Uitkijken naar een ruige Liam Neeson op zaterdagavond, ik word daar happy van! Het voelt zo'n beetje als wachten op Sinterklaas : vol ongeduld aftellen naar 6 december en intussen eindeloos fantaseren over al het lekkers dat de heilige man in de schoorsteen zal gooien. Of denk aan het plezier waarmee je de koffers pakt voor een vakantie: je ligt nog lang niet op het strand, maar in je hoofd is het al volop 28 graden en daarbinnen regent het ook zelden of nooit.

Natuurlijk mis ik wel eens programma's, mijn agenda loopt niet altijd synchroon met de tv gids. Of ik kan niet op pauze drukken als ik snel even naar de keuken loop, dus hier of daar ontgaat me wel eens de clou. En er ontbreekt ook zo'n rode knop (van zo'n digicorder naar 't schijnt?) waarmee je al op voorhand een programma kan meepikken, want zelfs dàt kan tegenwoordig. Maar ik weet: dat heb ik allemaal nog te goed, uitstel is geen afstel. Bovendien worden de belangrijkste uitzendingen 's anderendaags nog eens breed uitgesmeerd in de gespecialiseerde pers. En er zijn ook altijd nog de scherpe analyses tijdens middagpauzes op de werkvloer! Ik heb bijvoorbeeld nog nooit een volledige aflevering van Temptation Island gezien en toch weet ik precies wie het met wie gedaan heeft. Af en toe komen er trouwens ook herhalingen op het scherm. Mensen die toevallig een aflevering van "De kampioenen" gemist hebben hoeven zich volgens mij geen zorgen te maken, die serie wordt vast nog wel eens heruitgezonden.

Al bij al voldoende redenen dus om niet overstag te gaan voor betaalzenders, de pret zonder is nog veel te groot. Maar goed, ik liet me recentelijk dan toch overhalen tot een avondje Netflix, weliswaar langs gewiekste omweg door de dochter.

"Als wij twee nu eens gezellig samen kijken naar The Crown," stelde ze voor, goed wetend hoe verzot ik ben op de historiek van Engelse koningshuizen, al was het maar om er eindelijk eens achter te komen of die schalkse Harry nu effectief een Windsor is, in biologische lijn dan.

"Eén aflevering misschien," pruttelde ik nog wat tegen. Maar ja, het werden er natuurlijk meteen twee. En stiekem hoopte ik al direct op nummer drie. Gewoon, het is een schitterende reeks, maar ook: omdat het opeens zomaar kon!

"Hoe snel word je een verslaafde binge watcher?" vroeg ik, al min of meer ongerust, want ik ken mezelf.

"Vanaf twee afleveringen kom jij al in de gevarenzone," waarschuwde mijn kind.

Ik heb nummer drie dan toch maar verstandig uitgesteld tot de dag nadien. Ik heb nu eenmaal graag nog iets in 't verschiet en ik wil dat zo houden.

Voorlopig dus geen abonnement op Netflix voor mij. Later misschien, als er ooit een light versie op de markt komt. Gelimiteerd tot maximum twee opeenvolgende episodes.

Reageer via -






Kind in huis - 2/12/2018

Er komt een moment dat je het dagelijkse bestuur als moeder uit handen moet geven. Kleine kinderen worden plots groot en trekken op een onbewaakt moment de deur van het ouderlijke huis achter zich dicht. Niet voorgoed, want af en toe komen ze nog eens uitgebreid eten op zondag en soms bellen ze je ook nog om te vragen op hoeveel graden een delicate was moet draaien. Maar toch.

Mij overkwam dit vier jaar geleden, mijn dochter vertrok. Al had onze voordeur al wel enkele waarschuwende schokjes gekregen: bij haar eerste vakantie zonder ouderlijk toezicht, het moment dat ze op kot ging, die grijze dag in juli toen ze voor lange tijd richting Canada trok. Voor haar telkens kleine stapjes op weg naar een volwassen leven, maar voor mij voelde het soms alsof ze zomaar gewichtloos naar de maan sprong, zonder de bescherming van een Apollocapsule. Gelukkig landde ze altijd veilig terug thuis.

Tot vier jaar geleden dus, want toen verdween ze niet zomaar voor eventjes, nee, ze ging kordaat de liefde achterna. En toen wist ik: dit wordt iets van onbepaalde duur. Dus gaf ik- welgemeend en absoluut blij met haar keuze- mijn zegen en wat huisraad mee en besloot vanaf dan ook weer mijn eigen weg te gaan. Ik vulde het lege nest met meer Mie-time en deed alle dingen waar je als vijftigplusser misschien toch een beetje zou moeten mee uitkijken. Maar het werkte, voor haar en voor mij, iedereen blij.

Maar kijk, opeens is ze terug!

"Het is maar voor een paar weekjes," zegt ze, "en je vindt het toch niet erg als er ook 1 hond mee komt?"

Want de tortelduifjes hebben een huis gekocht en wel in de meest strikte betekenis van het woord: iets met vier muren en een dak. Praktische zaken zoals badkamer of keuken zaten niet mee in het pretpakket. En de huur van de vorige woonst werd al opgezegd.

"Misschien toch wat impulsief beslist," kijkt mijn dochter ietwat bedenkelijk, maar meer woorden maakt ze er niet aan vuil.

Maar goed, problemen zijn er om opgelost te worden. Dus de dochter + hond 1 komen tijdelijk bij mij wonen, de schoonzoon + hond 2 krijgen voorlopig weer onderdak bij de schoonouders. De planningen lopen wel eens door mekaar, maar intussen kan er in elk geval naar lieve lust verbouwd worden. En mogen ( hoera!) mijn moederlijke gevoelens weer helemaal loos gaan! Al weet ik niet zo goed bij welk stadium van de opvoeding ik terug moet aansluiten, ik krijg de neiging om iets te ver terug in de tijd te gaan. Dat besef komt als ik de broccoli weer onder de puree stamp, zodat mijn meisje haar dagelijkse portie groentjes binnen krijgt. Een trucje uit de kleuterfase, al lang geleden afgesloten, intussen eet mijn kind zelfs sushi met stokjes, zonder morsen! Zo doe ik nog wel meer dingetjes, onbewust. Ik leg een warme pyjama klaar op haar bed en noteer een pak Dinokoeken op mijn boodschappenlijstje. En chocomelk voor 's avonds bij TV.

"Knus," zegt ze, terwijl ze zich met zachte kussentjes in de zetel installeert, "dit kan ik wel weer gewoon worden." Maar we weten allebei dat dit kleine geluk niet zal blijven duren! Want mijn wereldje was intussen helemaal ingericht naar mijn nieuwe maatstaven, in secuur maatwerk zelfs. En ook in haar bestaan spelen nu andere belangen. En we hebben dan ook nog eens totaal verschillende karakters! Ik ben een pietje precies en zij is de nonchalance zelve. Ik lees binnen boeken en zij kan geen halve dag zonder buitenlucht. Wij zijn de grootste tegenpolen, amper te geloven dat wij familie zijn! Dus de eerste ergernissen laten niet lang op zich wachten. Alles wat zij laat rondslingeren leg ik ostentatief terug op zijn plaats en zij kookt af en toe heel lekker, maar in een ontplofte keuken. Of ze gooit een rare bruisbal in bad en vindt het grappig dat de badkamer twee dagen later nog vol glitters hangt. Wij ook, trouwens.

En dan is er nog de hond! Want die heb ik ook een stuk mee opgevoed, maar hij lijkt intussen wel een ander dier geworden! Vier jaar later betekent in hondenjaren 28 jaar ouder. In zijn geval nu dus hoogbejaard. Alles gaat tergend langzaam, even uitlaten betekent soms een kwartier lang de trappen af sukkelen. Onze lieve loebas kan niet meer, hier kan enkel veel geduld nog baten. En dat laatste heb ik niet. Nooit gehad. Ik moet heel hard op mijn tanden bijten. Terwijl de dochter eindeloos begrip toont voor alles wat zich op vier poten voortbeweegt…

Onze eerste weken samen eindigen dan ook zeer voorspelbaar: op een humeurige ochtend staan we te roepen, zij en ik, allebei even luid. En we slaan allebei hard met deuren. En zij vertrekt boos naar buiten en ik blijf even boos binnen. Om het dan amper een paar uur later toch weer lachend bij te leggen, want we zien de grap hier wel van in. En daarna doen we een paar dagen lang heel erg ons best om ongelooflijk lief te zijn voor elkaar, op het onnozele af. Waarna we eensgezind besluiten om toch maar weer gewoon te doen, we zien wel.

En onze ruzies " Dat zal altijd zo zijn," zegt mijn dochter," vooral omdat wij zo fel lijken op mekaar."

Zozo.

Reageer via    






Zekerheden - 6/12/2018

Aan het bestaan van Sinterklaas heb ik nooit getwijfeld. Van zo lang ik me kan herinneren gooit hij gul cadeautjes in onze schoorsteen, elk jaar stipt op 6 december, geen dag vroeger of later, gewoon punctueel. Méér nog! Toen ik klein was bracht hij op voorhand ook nog een persoonlijk bezoek! Hij stoomde helemaal vanuit Spanje naar onze plaatselijke parochiezaal om samen met ons, de brave kapoentjes van Scherpenheuvel, sinterklaasliedjes te zingen. Er was ook altijd poppenkast, maar die keek hij nooit mee. We mochten wel één voor één even bij hem op schoot om te vertellen wat er in ons schoentje mocht. Al de bestellingen werden zorgvuldig genoteerd in een groot boek en de levering volgde zeer snel, de brave man was Zalando al ver in tijd vooruit. Soms verzond hij echter niet alles in één keer. Zo heb ik eens iets te overmoedig een pop én een wieg gevraagd en toen kreeg ik wel de pop, maar de wieg kwam pas een jaar later.

"Overdaad schaadt" zei mijn oma langs vaders' kant, een zeer wijze vrouw die meestal wel wist waar de klepel hing. En ze relativeerde het gebeuren ook nog met een triest weetje uit Den Grooten Oorlog, hoe de arme kindertjes toen soms moesten slapen in een lade. Die hummeltjes hadden geen wieg en van spelen met poppen was zelfs geen sprake! Het droevige verhaal maakte diep indruk op mij en nog lang daarna speelde ik oorlogje op mijn manier: ik wikkelde mijn poppenkind in doeken en stak het in een schuif. Oorlog en Vrede in pocketformaat.

Sinterklaas kent ook elk kind door en door en houdt rekening met persoonlijke noden en behoeften. Zo bracht hij mij, toen ik naar het eerste leerjaar mocht, alvast een boekentas, zo'n stugge, donkerbruine rechthoek met één opbergvak. Maar mijn grote nichtje, die al in de tweede klas zat, kreeg meteen een boekentas met twee vakken, zij had natuurlijk al meer schriften. Daar was ik wel een beetje jaloers om, maar achteraf bekeken was het toch weer een wijze les van Sinterklaas, ook nog eens extra bekrachtigd met een uitspraak van mijn grootmoeder: "Geduld is een schone deugd." Ze had gelijk, door de jaren heen is het echt wel goed gekomen met mijn tassen, ik heb intussen zowat bij elke jas een andere tas en het aantal opbergvakken is niet meer te tellen, ik vind niks meer terug.

Sinterklaas is hoe dan ook altijd een zekerheid geweest en gebleven. Van alle mannen die mij tot nu toe passeerden moet hij zowat de meest betrouwbare zijn. Af en toe kom ik hem nog eens tegen, meestal al vroeg in november, ergens in een supermarkt of op een onverwacht moment in een winkelstraat. En ik ga wel niet meer bij hem op schoot, maar we wisselen nog steeds een blik van herkenning. En geloof het of niet: hij gooit inderdaad nog elk jaar marsepeinen mannekes door mijn schouw, ja, ook vandaag weer!

Heel anders was het gesteld met de kerstman, aan die figuur heb ik toch lange tijd getwijfeld. Hij kwam wat later dan de Sint in mijn leven en was ook nooit zo prominent aanwezig. Hij bracht bijvoorbeeld nooit een bezoek aan onze parochiezaal en het enige wat ik met zekerheid wist was dat hij niet levert via de schoorsteen, maar gewoon onder kerstbomen. En de verzendingen komen ook later toe, op 25 december. Enfin, ik had alles ook maar van horen zeggen, ik had hoe dan ook nog nooit iets gekregen onder een boom. Ik ging weer ten rade bij mijn alleswetende oma. Hoe zat dat nu met die kerstman?

"Hij bestaat, maar hier in Scherpenheuvel passeert hij niet," wist ze, "haal je maar niets in je hoofd."

Maar ik wou het toch een kans geven en begon vurig en vooral luidop te hopen op een cadeautje. Ik kon het hem dan wel niet persoonlijk vragen, maar misschien hoorde hij me wel, als hij toevallig overvloog met zijn slee? Ik droomde van zo'n plastieken wereldbol, liefst op een stevige, houten voet, zoiets had ik al gezien in onze Grote Bazaar op de markt. Dan zou ik dat ding naast mijn bed zetten en daar elke avond aan draaien en fantaseren over verre landen, ik had wel wat verbeelding als kind. En warempel! Die kerstdag lag er inderdaad een pakje onder onze boom! Helaas, geen wereldbol. Ergens moet mijn boodschap niet goed doorgekomen zijn, want de kerstman bracht me een paar kousen. Zo van die dikke geribbelde, met bovenaan een kriebelend biesje, ze kwamen tot net onder mijn ( toen nog!) knokige knietjes. Lekker warm, dat wel, en best ook wel ecologisch verantwoord, zeker voor die tijd. Tot dan had ik het moeten stellen met korte kindersokjes, maar toch…de droom over mijn hemelsblauwe globe spatte genadeloos aan diggelen. Vanaf toen had ik het niet meer zo begrepen op die kerstman en ik heb hem nooit nog iets gevraagd. Ook nooit nog iets gekregen, denk ik.

Terechte twijfels dus over deze tweedehandse kindervriend. Tot ik hem jaren later in levende lijve ontmoette! Het geluk wou dat ik een kort reisje naar Lapland cadeau kreeg. En juist, wie woont daar? Santa Claus! Ik daarheen dus, ingeduffeld als een Teletubbie. Al was het laatste stuk van de tocht nog bar en ijzig. Want ik kan je verzekeren: met een sneeuwscooter over een bevroren meer scheuren bij -23°...dat is even doorbijten voor koukleumen zoals ik! Maar het noorderlicht was magisch, het dorp van de kerstman sprookjesachtig en het was daar, loodrecht onder de poolcirkel, dat ik voor het eerst in mijn leven en zonder blikken of blozen een stevige slok whisky achterover sloeg. Van de grote kou, maar ook van de opgehoopte spanning! Want eindelijk zou ik het geheim van de kerstman ontrafelen! Of ik zou hem op z'n minst toch kunnen vragen wat hem in godsnaam bezielde toen hij me die dikke kousen bracht! Ik mocht zijne eminentie persoonlijk ontmoeten in zijn gezellige postkantoor. Hij was groot en blozend en zat met bolle buik in zijn grote stoel, één en al gemoedelijkheid. Ik werd gelijk ondergedompeld in een sfeer van liefdevolle warmte, heel zwakjes werd ik er van, met van die watten beentjes, al had die whisky daar misschien ook wel iets mee te maken. En alles wat ik hem wou vragen was plots niet meer belangrijk, al mijn ergernisjes ebden geruisloos weg. Ik kon alleen maar glimlachen naar die lieve kerstman en hij lachte guitig terug. Veel woorden waren hier niet nodig. "Ho, ho, ho," was ook alles wat hij zei. En toen wist ik, heel zeker: hij bestaat echt!

Misschien was zijn voorraad wereldbollen gewoon op, lang geleden. En hij zal het ook al wel geweten hebben: dat ik een verschrikkelijke koukleum zou worden!

Reageer via    






Onrust - 13/12/2018

Het leverde me niet enkel een schat aan anekdotes op, maar ook memorabele momenten! De keren dat de tranen me over de wangen rolden van het lachen zijn intussen ontelbaar. Maar diezelfde tranen stonden me soms ook nader dan het lachen, want ik luisterde even vaak naar schrijnende getuigenissen.

Het heeft me geleerd dan niets altijd is wat het lijkt en dat een eerste indruk wel eens moet bijgeschaafd worden. Achter een indrukwekkend cv schuilt soms de grootste lul, zo'n betweter waar directe collega's wel eens darmklachten van krijgen, zo iemand wil je liever niet naast je op de werkvloer. Of ik denk bijvoorbeeld aan een timide jongen die een tijdje geleden nog voor me zat. "Slap ventje," was mijn eerste gedachte, hij had ook van die dunne beentjes. Tot bleek dat hij onwaarschijnlijk fotogeniek was en net een paar maanden Milaan had getrotseerd, in z'n eentje. Amper achttien en al onverschrokken de bikkelharde catwalk op! Het soort plantrekker waar we dus ook iets mee kunnen naast de schijnwerpers. Ons gesprek was amper afgerond of ik had hem natuurlijk al ziekelijk nieuwsgierig gegoogeld. En ik kan jullie verzekeren, dames, zo met ontbloot torso: een stuk! Wel nergens blote benen te zien op de foto's, dus dat gedeelte had ik toch wel correct ingeschat.

Bij twijfel over iemands ware aard hebben we natuurlijk ook nog de befaamde persoonlijkheidstesten. Ook niet onfeilbaar, maar toch, als leidraad bewijzen ze zeker hun nut. Meer nog, achteraf bewijzen ze ook heel dikwijls hun gelijk! Ik ben wel eens proefkonijn voor zo'n nieuwe test. Niet dat ik zo graag in mijn hoofd laat wroeten, maar zo langzamerhand ken ik wel al mijn rare trekjes, de resultaten zijn voorspelbaar. Op optimisme scoor ik bijvoorbeeld altijd uitzonderlijk hoog, dat is al jaren een constante. Ik blijk ook vriendelijk te zijn en vol goede bedoelingen, dus ook daar niks verontrustends. Daarna komen nog wat minder fraaie dingen. Altijd gelijk willen hebben is daar één van, maar goed, je bent een vrouw of je bent een vrouw.

Alleen bij die laatste test, toen kwam er een nieuw woord oplichten in de finale analyse: onrust. ONRUST? Ik? Zoals ik 's avonds vadsig in een zetel durf te hangen? Of hoe gelaten ik het dagelijkse fileleed onderga? Ik zing bij wijze van spreken van thuis tot in het Antwerpse en weer helemaal terug, twee uur op, twee uur af, ik blijf één brok berusting!

Maar 't is goed in 't eigen hart te kijken, 's avonds voor het slapen gaan. En om ook eens te polsen bij mensen in de onmiddellijke actieradius. Dus stel ik de vraag: speurt men daar toch enige onrust? Ja, zo blijkt. Ik krijg de gekste eigenschappen toegedicht, gaande van "geen zittend gat", tot "een bolleke kwik." Een vriendin die het kan weten zegt: " Ik heb jou nog nooit gewoon langzaam zien stappen, ik hoor je hakken al van kilometers ver tikken. En praten doe je nog sneller."

Het stemt tot nadenken. Want bij nader inzien: zelfs languit in mijn zetel kijk ik nog met één oog naar een scherm en liggen er hoe dan ook nog een boek en een smartphone binnen handbereik. Altijd bang om iets te missen. En op de E313 zing ik inderdaad vals en vrolijk, maar vaak op deuntjes van Franstalige zenders, kwestie van niet nutteloos staan aan te schuiven ergens ter hoogte van Massenhoven. Nee, deze freak schaaft intussen vlijtig haar talen bij.

Zo kom ik nog uit bij nog wel honderd andere gekke, haastige gewoontes. Lezen terwijl ik kook en dan natuurlijk de boel laten aanbranden. Op vakantie gaan naar een rustige kust en mezelf bijna moeten dwingen om dan ook effectief langer dan twee uur op zo'n verlaten strand te gaan zitten. Maandelijks zes boeken lenen in de bibliotheek en me toch nog gefrustreerd voelen omdat ik nooit van m'n leven het volledige aanbod zal uitgelezen krijgen. Een krampje in de maag krijgen als ik termen als "einde loopbaan" zie passeren. Dan verzin ik het zoveelste plan B, voor later, als ik misschien eindelijk groot zal zijn, de schrik om ooit stil te vallen zit er flink in.

Onrust, dus. Of - en ik moet haar wijsheid gewoon af en toe blijven citeren- zoals mijn grootmoeder haar eigen doen en laten wel eens toelichtte:

" Een vrouwenhand en een paardentand staan nooit stil."

Want zij runde snoepkramen, buurtwinkels en grote gezinnen, alles tegelijk en in één handomdraai, alsof het niks was. Multitasken, zij kon en deed het, lang voor het woord werd uitgevonden. Al veegde ze wel eens bij vergissing onze loopneus af met de stofdoek die altijd paraat zat in één van haar schortzakken.

Het zal dus wel in de familie zitten. Niks om rusteloos van te worden.

Met nog even een bedenking: Brad staat eigenlijk ook nooit met blote benen op de foto

Reageer via    






Boos - 19/12/2018

Gelukkig geldt dat allemaal niet voor mij. Ik heb hoe dan ook niet het talent om mezelf de geschiedenis in te schrijven - over kookboeken spreek ik me zelfs niet uit!- én ik heb op weekdagen nog een andere bezigheid die voldoende brood op de plank brengt. Bovendien, voor de dingen die ik wil brengen moet ik juist regelmatig onder de mensen komen, anders heb ik geen verhaal. Ik amuseer me dus prima, al zou een weekje op water en brood misschien nog niet zo slecht voor me zijn.

Geen lijdzaam isolement dus, mensen spreken me trouwens ook zélf aan over dat schrijven. Ik krijg zomaar ongevraagd recensies, altijd leuk, vooral als die naar het positieve neigen. Maar er zitten ook harde critici tussen en ja, ik moet toegeven, dikwijls zijn hun opmerkingen terecht. Ik probeer dan vooral niet zuur te kijken en beloof iets met die kritiek te doen. In de mate van het mogelijke, natuurlijk. Als ze me vragen om elk cursiefje te beperken tot maximum 600 woorden moet ik helaas afhaken, ik ben een vrouw van lange zinnen. Maar los

Het blijft dus een plezante wisselwerking, vooral nu met die blogs. Ik krijg volop ideeën aangereikt, en mogelijke titels. En als er ergens iets leuks gebeurt wordt er al snel in mijn richting gekeken met een veelbetekenende knipoog: "Misschien iets voor je volgende verhaal?" Het is grappig en ik kan er inderdaad dikwijls iets mee. Als dit zo verder gaat ben ik binnen tien jaar nog niet uitgeschreven, wees gewaarschuwd.

Het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook! Bij een gênante situatie bijvoorbeeld, dat overkomt ons allemaal wel eens, of als iemand me in vertrouwen iets vertelt. Dan volgt soms een verschrikte blik: "Dit ga je toch niet op het net gooien?" En nee, natuurlijk niet! Het kan nooit mijn bedoeling zijn om mensen voor schut te zetten, laat staan dat ik ze daarbij nog met naam en toenaam zou vermelden! Dat soort spielerei laat ik over aan Herman Brusselmans, die jongen komt daar ongestraft mee weg. Naar het schijnt ben je ook pas een BV als je ergens in één van zijn columns of boeken vermeld wordt, voor-of achterwaarts, dat maakt zelfs al niet meer uit.

Maar wat soms nog het aller moeilijkste is: NIET schrijven. Want dan mis ik toch een uitlaatklep. De meest intense gevoelens in mijn leven heb ik dikwijls nog eens herbeleefd op een stuk papier of in stiekeme, vergrendelde dagboekjes. Alles werd in de loop der jaren ook weer genadeloos in duizend stukjes versnipperd, maar goed, meer moest dat voor mij niet zijn. Er zijn mensen die zingen en dansen of wenen van blijdschap of verdriet. Maar ik krabbel wat zinnetjes neer. Altijd zo gedaan, zingen en dansen doe ik sowieso maar beter in besloten kring.

En zo had ik van de week ook liefst een vlammende tekst voor deze blog geschreven. Zo'n foeilelijk relaas, vol giftige woorden en harde verwijten. Want ik was boos en nog niet zo'n klein beetje! Zo'n moment waarop je iemand naar de verdoemenis zou kunnen schrijven. Maar ik wil dat niet doen. Woede en frustratie gooi je liever niet in het publiek, tenzij misschien voor het goede doel. En in dit geval zou zelfs mijn luidste tirade nog eindigen in dovemans oren. Dus ik slikte, dacht er het mijne van en klapte mijn laptop dicht. Soms moet je de dingen nu eenmaal loslaten en berusten. Want mensen dénken al gauw gelijkgestemde zielen te zijn, maar dan wordt plots het tegendeel bewezen. Het verhaal van het konijn en de haas, ze lijken wel erg op mekaar, maar alleen van ver. Of de strijd tussen wortelen en pastinaak. Hoe hard hij ook zijn best doet om even kleurrijk te zijn, de pastinaak zal altijd een beetje vergeten blijven.

En misschien maar beter zo. Want er zijn mensen waar je bij nader inzien liever niet op lijkt. En er zijn dingen die je maar best vergeet.

Bovendien is het bijna Kerst, dus ik moet misschien toch eens overwegen om ook wat feestrecepten in een blog te gooien. En dàt wordt pas een harde dobber!

Reageer via    






Kerst - 22/12/2018

Donkere dagen betekenen voor mij ook: nog een paar snipperdagen stelen en me even terugtrekken uit de dagelijkse ratrace. Een boekje lezen, kleffe kerstfilms kijken, verdrietig snotteren als Lennon me toch weer onverwacht bij m'n nekvel pakt met zijn melancholie in "And so this is Christmas". Ik zie het als een soort van retraite in de beslotenheid van mijn zetel en ik krijg er niet snel genoeg van.

Helaas, in deze periode van eenzame bezinning moet ik toch af en toe uit mijn cocon. Het begint met een terloopse opmerking van mijn moeder.

"We hebben nog geen boom," zegt ze.

En dat is waar. Zij heeft nog geen boom en ik ook niet. Terwijl op Instagram al duizend prachtig opgesmukte exemplaren passeerden, de ene al indrukwekkender dan de andere, heb ik nog niet eens een slinger uit de kast gehaald. In dit huis moeten dus dringend nog twee etages versierd worden. En dat is niet echt mijn ding.

"Het moet niet veel zijn," zalft mijn moeder nog, "en hang misschien een klein kransje aan de voordeur, dat is gezellig voor het bezoek."

Dus ik denk eens diep na waar ik vorig jaar die kerstspullen ook alweer verstopt heb, sleep er twee petieterige sparretjes bij en ga aan de slag. Met- ik wéét het, volstrekt niet gepast in deze tijd van wereldvrede- het nodige geduvel, want mijn creativiteit zit duidelijk niet in mijn handen! Ik hang wat blauwe ballen in de ene boom en dan wat roze in de andere en ik let zeer goed op waar ik alles neerleg en waar ik ga zitten, want ik ben dus ooit, echt waar, met m'n lompe gewicht op een zak vol kerstballen terecht gekomen. De hele boel aan scherven. Dit jaar is het enkel een sliert van lampjes die het niet meer doet, maar dat is eerder naar goede gewoonte. Ik krijg er gelukkig nog één te leen van de dochter, steek al de stekkers in en zeg "Ooh". Het geheel oogt misschien wel sober, maar zo wat sfeerlicht doet wonderen. De schoonzoon zegt dan weer "Oei!" als hij de volgende dag even langskomt, die had duidelijk meer verwacht.

Ik zorg voor nog méér licht in de duisternis.

"Als je niet weet wat te kopen, ik zou graag nieuwe nachtlampjes hebben," zegt mijn moeder. "En je vader kan wel een fatsoenlijke leeslamp gebruiken."

Juist, de cadeautjes, ook nog even scoren. Dus ik verpruts een halve snipperdag bij Ikea en dwaal langs een onwaarschijnlijk groot aanbod van verlichtingsarmaturen. Ik kies uiteindelijk toch de mooiste en zoek me suf naar de bijhorende lampjes." LEDARE Led-lamp GU10 400 lumen" staat als richtlijn op de doos, je moet er volgens mij toch een beetje Zweuds voor spreuken.

Dan volgt nog de zwaarste opdracht.

"Wat gaan we eten, met Kerst?" vraagt mijn moeder.

Want ook hiervoor zijn alle ogen op mij gericht! Je zou toch denken, met mijn reputatie in de keuken…

Dus ik google wat rond en zoek naar lekkere, doch eenvoudige kerstmenu's. En voor alle zekerheid ook naar een paar traiteurs in de buurt, voor het geval dat. Ik wil een simpel, klassiek hoofdgerecht, maar toch met dat snuifje aciditeit, wat culinaire verfijning mag nu wel. Al moet ik de schoonzoon plechtig beloven zeker geen aardappelgratin te maken, want daar ging het ooit volledig de mist in met de aciditeit. Mijn voorstel van een klassieke mousseline met een lichte toets van citroen wordt dan ook kordaat afgewezen, niemand die me daarin nog vertrouwt.

" Waar ben je mee bezig?" vraagt mijn dochter als ze me 's avonds laat nog achter mijn laptop aantreft.

"Met het kerstmenu," zeg ik, "en tussendoor probeer ik nog wat te schrijven."

"Jij gaat toch geen kooktips geven op die blog?!" roept ze verschrikt.

Nee, nee, nee. In deze tijden van nooit meer oorlog wil ik jullie ook behoeden voor zwaar onheil in de keuken. Dus, bij leven en welzijn en in de hoop dat we hier bij ons klokje Thuys aan zware verzuring ontsnappen: een zeer fijne Kerst gewenst!

Reageer via    






Doe als de zonnebloem - 27/12/2018

Ik vind het een rare opmerking. Goedbedoeld, dat weet ik wel zeker, maar mijn beste vrienden weten toch dat ik daar allemaal niet zo mee bezig ben? Lifestyle, ik?

Bij lifestyle denk ik aan elegante herenhuizen, met hoge plafonds en antieke kroonluchters. Daarin staan dan ook altijd dure, Italiaanse design fauteuils, aangekleed met een verzameling van bontgekleurde, maar vast niet zomaar lukraak gekozen kussens en met sierlijk gedrapeerde plaids over de armleuningen.

En voor mezelf fantaseer ik wel eens over een strakke loft in Lier, minimalistisch ingericht en met weids uitzicht op het prachtige marktplein aldaar. Een stoute droom die ik nog niet meteen wil opbergen, misschien nog iets voor later, je weet maar nooit. Maar voorlopig woon ik dus nog zeer bescheiden in Scherpenheuvel. Weinig design te zien hier. Ik ben intussen 30 jaar ouder en ik huis nog steeds lichtjes studentikoos. Al mijn meubelen komen uit de koopjeshoek van een concern van Zweedse oorsprong of zijn tweedehands, die laatste wel eigenhandig opgeschuurd en sober wit gelakt in een tijd dat ik kastjes opknappen nog als hobby overwoog.

Bovendien eten die hippe lifestylers heel rare dingen, ook al niks voor mij. In hun artisanale keukens staan op een wrakhouten rek grote glazen potten, super gezond gevuld met zelfgemaakte granola. Ook veel gedoe met kikkererwten in dat milieu, zelfs dat sap van zo'n blik, iets droevigs met de kleur van afwaswater, draaien ze door hun chocomousse, ik heb het uit een kookprogramma, echt waar! En ze gooien ook alles in een blender, avocado's en zo. Zo'n blender heb ik ook, maar hij staat ergens hoog in een kast en ik moet telkens weer een opstaptrapje bijslepen om daar bij te kunnen, op die tijd heb ik de boel even snel met een vork geprakt. Mijn avocado's zijn trouwens altijd of nog te hard of nét iets te rijp, dus als ik al eens iets prak is het meestal puree.

De decoratie in mijn optrekje kan ik zeer kort onder een alles omvattende noemer brengen. "Curiosa" lijkt me een treffend woord. Want op mijn kasten staan hier en daar toch wel rare dingen en alles wat tegen de muren hangt is ook alweer gekregen of geërfd. Wel allemaal spullen waar een emotionele waarde aan vastzit: nog een onbenullig schilderijtje van mijn oma, een zwart wit foto van mijn ouders op de dag van hun verloving, een statig portret van wijlen mijn overgrootvader. Maar daarnaast ook wel een kunstig naakt van een plaatselijke en volgens mij zeer ondergewaardeerde schilder, daar ben ik dan weer erg trots op.

Het vreemdste object hangt op toilet. Een klein, houten kadertje, met daarop een zonnebloem getekend. En een tekstje daarbij: "Doe als de zonnebloem". Ik heb het al van zolang ik me kan herinneren, het was er al bij op mijn kinderkamer lang geleden en het verhuisde ook overal met me mee. Het kreeg uiteindelijk een plaatst waar ik dat zinnetje wel moet lezen, elke dag opnieuw. Gewoon, ik vind de boodschap die erachter zit zo mooi: altijd je hoofd naar de zon draaien. Hoeveel meer goede raad kan een mens nog krijgen, gratis en op deze manier nog voor je 's morgens het huis verlaat?

"Maar op vlak van mode ben je toch redelijk mee?" zegt mijn vriend, hij geeft niet snel op.

Ja, vast! Ik en de nieuwste trends! Met mij als raadgeefster ga je echt nooit in de hipsterhemel terecht komen! Als ik er af en toe wat modieuzer bijloop heb ik dat volledig te danken aan de stijltips van een onvermoeibare vriendin/collega. Al twintig jaar staat zij me bij met raad en daad, ze sleept me mee naar de juiste adresjes en weet perfect waar en wanneer we kunnen scoren bij de betere merken. Zij is het die mij behoedt voor miskleunen in fleece. Ze geeft advies over nonchalant ogende, doch in werkelijkheid ernstig bestudeerde kapsels, weet alles over dure schoenen, ze voelt kritisch aan elk stofje en oordeelt met scherp, geoefend oog. Geloof me, zonder haar zou de inhoud van mijn kleerkast een bijzonder hoog Mutti gehalte hebben! Ik kan het iedereen aanraden, bij twijfels over de garderobe: zoek een vriendin uit het Limburgse, in een straal van vijftien kilometer rond Hasselt zit je altijd goed, daar vind je de harde kern van fashionista's.

Maar om het nog even samen te vatten: nee dus, voor mij liever geen blog over mode of lifestyle.

"Ook niet als het financieel wat zou opbrengen?" vraagt mijn nog steeds goedbedoelende vriend.

Nee, ook dan niet. Ik kan me trouwens nauwelijks voorstellen dat er ergens iemand zit te wachten op een influencer van vijftig plus. Laat mij maar gewoon vertellen over de dagelijkse dingetjes.

"En wat als je dan ooit zonder inspiratie valt?" vraagt hij nog bezorgd.

Tja, dan zie ik wel weer. Dan kijk ik nog eens naar mijn kadertje. En daarna weer naar de zon.

Reageer via