Slonzige voornemens - 01/01/2019

1 januari, dus ook weer tijd voor goede voornemens. Ik doe daar altijd flink aan mee. Niet dat het steeds het gewenste resultaat oplevert, maar globaal genomen kan ik toch zeggen dat ik zo, op jaarbasis, alvast een paar weken keurig calorieën tel, om maar iets te noemen.

Op intussen meer dan vijftig pogingen tot een beter leven ben ik nog maar drie keer volledig in mijn opzet geslaagd. Maar dat leverde me wel een paar niet onaardige succesjes op. Zo loop ik sinds jaren elke week mijn kilometertjes ( nog steeds aan een bedroevend laag tempo, maar toch), ik zit trouw - en tot mijn grote verbazing steeds liever- op yoga én ik ben gestopt met roken. Dat laatste inmiddels ook al sinds 2006. Daar zijn dan wel honderd mislukte pogingen aan vooraf gegaan, maar kijk, op die bewuste nieuwjaarsdag lukte het opeens wél. Al bij al ben ik dus behoorlijk tevreden, één en ander draagt er toch toe bij dat ik, indien nodig, nog probleemloos over een lage haag kan springen.

Ondanks de geringe slaagkansen probeer ik toch elk jaar opnieuw iets bij te sleutelen. Ik ben hoe dan ook een overtuigde voorstander van beter je best doen. Ik hoor mensen wel eens stoer zeggen van "Ik ben wie ik ben, te nemen of te laten," maar of dat altijd zo fijn is voor de tegenpartij? Mij lijkt van niet. Met z'n allen een beetje moeite doen kan nooit kwaad, denk ik dan. Mij wil je bijvoorbeeld liever niet in ongecensureerde versie tegen komen op een maandagochtend!

Dit jaar is mijn lijstje van voornemens bijzonder kort. En het staat ook los van alles wat met mijn buitenkant te maken heeft. Want ik heb het nu wel gehad met al die verwoede pogingen om ooit nog eens te eindigen als een lange, ranke den. Dat zal toch nooit lukken. Nee, tijd voor wat focus op de binnenkant, een paar hardnekkige trekjes zijn zeker vatbaar voor verbetering.

Dus hierbij mijn simpele, maar dappere voornemen voor 2019:

De boel wat meer de boel laten...

Concreet betekent dat:

Me niet langer ergeren aan dingen die scheef staan of liggen. Ik hoef geen tienen meer te behalen op orde en netheid. Dat is vooral goed nieuws voor de collega's: archiefkasten mogen vanaf nu gewoon de hele dag blijven open staan en ik grommel nooit meer over rommelige schuiven. Ook niet als daar nog ergens een vergeten kiwi ligt te verschrompelen.

Onmiddellijk ja zeggen als vrienden me uitnodigen voor hapjes en drankjes en ook city trips en /of snoepreisjes mogen zonder al te veel overleg geboekt worden. Als de boel die ik achter laat dan alsnog dreigt te ontploffen bellen we de brandweer wel. In deze context spreekt dit voornemen voor zich: mijn vrienden- sowieso de allerbeste én meest geduldige van de hele wereld- moeten niet langer zitten wachten tot ik eindelijk nog eens tijd heb. Of maak, beter gezegd.

Gedane beloftes niet eindeloos blijven uitstellen, zelfs als dat betekent dat mijn strijk niet altijd razendsnel en gemillimeterd keurig in de kast komt. Lieve S., let op, eindelijk tijd voor jouw verhaal!

Zo. Mits wat volharding wordt het misschien wel een jaar van zorgeloze nonchalance. Dus niet verschieten als binnenkort een ietwat verdikte vrouw, misschien ook lichtjes aan de slonzige kant, gemoedelijk door de straten sloft: dat ben ik dan!

Alleen hier, Thuys bij mijn Klokje, wil ik liever niet te slordig worden. Met woorden kan je tenslotte nooit secuur genoeg zijn. Woorden kunnen raken, maar ook kraken, omzichtigheid blijft dus geboden. Bovendien kan het altijd nog beter. Of zoals ik pas nog ergens las, en ik wou dat ik dat zelf had kunnen bedenken:

"Ik wil woorden vinden, als contactlenzen. Zo eenvoudig geschreven, dat je niet eens beseft dat je ergens doorheen kijkt."

Zelfs met honderd nieuwe lijstjes niet meer klaar te krijgen, vrees ik. Maar reden te meer om in elk geval mijn best te doen.

Laat ik alvast beginnen met jullie allemaal een prachtig nieuw jaar toe te wensen! Met misschien wel slonzige, maar in elk geval zielsgelukkige dagen!?

Reageer via    






Janus - 04/01/2019

In een ver verleden kreeg ik nog les Latijn. Geen weloverwogen studiekeuze, ik kreeg dat per ongeluk op mijn bord. Zo ging dat in die tijd, je had een behoorlijk rapport in het zesde leerjaar en dan mocht je verder gaan leren over naamvallen en verbuigingen, voor het geval je ooit dokter wou worden. Al moet ik achteraf toegeven: ik heb dat bord heel gretig leeg gegeten!

Maar op dag één had ik geen flauw benul van waar ik aan begon. Op mijn elfde kende ik enkel het Latijnse woord "Regina", wat "koningin" betekent. Regina stond ook op de dikke pakken maandverband die destijds nog enigszins verdoken lagen in de rekken van de Sarma, onze plaatselijke supermarkt. Ik was toen een heel schriel kind, dus zeker nog niet aan die dingen toe, maar ik wist al wel waar ze voor dienden. En er moest volgens mij toch een link zijn tussen naam en toepassing? Echt suf heb ik me daarover gepiekerd! Ik heb zelfs even gedacht dat die Regina pakken uitsluitend bestemd waren voor de vrouwelijke leden van onze koninklijke familie, voor het geval die Scherpenheuvel eens passeerden.

Zo brak ik me over nog wel meer dingen het hoofd. Want het moet gezegd: op vlak van seksuele voorlichting waren mijn ouders hun tijd ver vooruit. Bij ons thuis kwamen kinderen niet uit boerenkolen en het verhaal van de boot uit Congo of verdwaalde ooievaars heb ik nooit gekregen. Alles wat met voortplanting te maken had werd me op méér dan wetenschappelijk verantwoorde wijze toegelicht. Vooral mijn vader was daar zeer strikt in, hij wou geen flauw gezever over bloemetjes en bijtjes. Ter illustratie haalde hij er af en toe zelfs lijvige delen van De Grote Oosthoek Encyclopedie bij, we hadden de volledige reeks, en daarin stond de enige, echte waarheid, over alles eigenlijk. Veel simpeler dan internet.

De theorie kende ik dus al vroeg, lang voor de praktijk nog moest komen. Ik kon bij wijze van spreken met m'n ogen dicht een waarheidsgetrouwe schets maken van uterus en eileiders, want die tekening stond ook in De Grote Oosthoek. Maar wat ik zo van huis uit wist strookte dan weer niet altijd met wat buitenshuis verteld werd. Want ik had bijvoorbeeld vriendinnetjes op school die heel zeker wisten dat ze wél uit een rode kool kwamen.

" Die weten nog niet beter, dat komt later wel," zei mij vader. En dan wees hij naar de boekenkast, daarin stond zijn gelijk.

Maar toch, ook de grote mensen brachten me soms in verwarring. Mijn oma had in die tijd een kruidenierszaak, zo'n buurtwinkeltje, je kon er eigenlijk alles krijgen en gewoon zeven dagen op zeven, sluitingstijden plakten ze toen nog niet op de deuren. Iemand die om elf uur 's avonds nog een ei wou bakken kon dat eerst nog snel gaan kopen bij mijn oma, zelfs per stuk. Het winkeltje was natuurlijk ook een geliefd praatforum voor al de buurvrouwen, ik durf bijna te stellen dat dit bescheiden handelsadresje één van de belangrijkste schakels was in het sociale weefsel van onze dorpskern. Werkelijk alles werd daar besproken, goede, gewone en trieste relaties gingen uitvoerig over de tong, er werd gewikt en gewogen en geanalyseerd, nu hebben we daar zelfhulpgroepen voor. Als klein, nieuwsgierig spook vond ik niks leuker dan achteraan in de winkel, zittend op een trapje, stiekem te luisteren naar wat die vrouwen allemaal te vertellen hadden.

Uiteraard ging het ook regelmatig over seks. Maar nooit open en bloot, het woord werd bij mijn weten zelfs nooit gebruikt. Nee, als het daarover ging was dat in zeer bedekte termen. Als een buurvrouw zwanger was, werd dat gemeld met iets vaags als " Ze is weer zo." Dan hadden ze "het" gedaan. En dan werd er veelbetekenend met de hoofden geschud. Of er was bijvoorbeeld een groot gezin in het dorp, met - ondanks het langdurige werklozenstatuut van de vader- jaarlijks weer een mondje meer om te vullen.

" Dat is van schonen tijd," zei m'n oma, "die hebben niks anders te doen."

Waardoor ik dan weer dacht dat kinderen maken een zeer tijdrovende bezigheid was. En het verklaarde meteen waarom ik enig kind was: mijn ouders hadden het namelijk altijd zeer druk.

Een andere uitspraak die ik wel eens hoorde passeren:

" Die doen het als de konijnen."

Dan zag ik de konijnen bij één van mijn nonkels voor me, die zaten met z'n allen warm en dicht tegen mekaar aan in hokjes. Dus toen vermoedde ik weer dat kinderen maken ook wel eens in groep kon gebeuren.

Ja, het waren best verwarrende tijden. Ik vroeg me dikwijls af wie nu gelijk had. Maar uiteindelijk bleken dat toch mijn vader en Oosthoek te zijn. Een hele geruststelling, en het leek me ook leuker dan tuinieren.

Januari smeet me vandaag weer even terug in de tijd. Bij de jaarwisseling moet ik altijd denken aan dat verhaal van de Romeinse god Janus. De god die twee gezichten had, aan voor-en achterkant van zijn hoofd. Hij kon dus in twee richtingen kijken, daarom werd de eerste maand van het jaar naar hem vernoemd. Een maand waarin we nog even mijmeren over wat voorbij is, maar waarin we ook nieuwsgierig vooruit blikken naar wat de toekomst zal brengen.

"Maar Janus leert ons ook dat je altijd vanuit verschillende invalshoeken naar de dingen kan kijken," onderwees onze leraar Latijn, hij bracht de dingen altijd zeer filosofisch, "en zo heeft ieder zijn eigen waarheid."

En daar is wel iets van aan. Het hangt er soms maar van af wat of hoe en door wie iets je wordt verteld. Vroeger, maar nu misschien nog meer. Want zelfs bij objectieve nieuwsberichten rijzen soms nog twijfels.

En dan krijg ik weer heimwee naar De Grote Oosthoek Encyclopedie.

Naar de tijd dat de waarheid nog gewoon in de kast stond.

Reageer via    






Bakvis - 13/01/2019

De vraag wordt me af en toe gesteld: "Wanneer komt je derde boek?" Een mooier compliment kan je me eigenlijk niet geven. Het idee dat mensen benieuwd zijn naar meer, dat maakt me blij, ik ga daar niet onnozel over doen.

"Ik hoop altijd Phée ook eens tegen te komen in één van je blogs," zei laatst nog een collega.

Maar ik moest haar teleurstellen. Want hier schrijf ik over de dagdagelijkse dingetjes en over vroeger en nu en over echte mensen. En Phée is niet echt. Ik heb haar personage ergens in 2015 ineen geknutseld en daarna mocht ze een fictief leven leiden in een verhaal met veel goddeloos gedoe. En later ook nog in een vervolg, als porseleinen meisje. Ze is een verzameling van veel verzonnen onderdeeltjes en ja, als ik heel aandachtig in de spiegel kijk, zie ik ook wel dat er trekjes van mezelf in haar geslopen zijn. We hebben wel wat raakpunten, zij en ik, zeker als het gaat over goedgelovigheid en aangebrande gerechten. En een stevige bips natuurlijk, maar dat houden we ook liever voor een andere rubriek.

Maar onze grootste gemene deler is natuurlijk Barman. Thomas Andrew Barman. Die goddelijke vent van dEUS! Want het is geen geheim, ik ben zijn allergrootste fan. Als er ooit een beker wordt uitgereikt voor blinde adoratie val ik gegarandeerd in de prijzen!

Dus toen ik in gedachten de eerste ruwe vormen van Phée boetseerde dacht ik: laten we die vrouw ook maar gelijk inwijden. Een slimme zet, want het gaf mij meteen een geldig excuus om me als een verliefde bakvis te verdiepen in de wereld van mijn idool. Ik kon voluit gaan, alles in het kader van research, niemand die daar raar van opkeek. Uren en uren mocht ik zo ongestoord surfen op internet, op zoek naar nieuwtjes of anekdotes die ik misschien wel kon gebruiken in het verhaal. Ik las alles wat over hem geschreven werd en vergaapte me aan wel duizend foto's. Ik heb werkelijk alle interviews met de man beluisterd. En nog eens opnieuw en opnieuw en opnieuw, want ik hoor hem eigenlijk even graag praten als zingen. Het is niet alleen die schorre stem waar ik een knikje van in de knieën krijg, maar de jongen heeft ook werkelijk iets te vertellen. Hij heeft lef, durfde al heel jong groots te dromen en kneedde een wankelend beginnersbandje uiteindelijk tot één van onze betere exportproducten. En dan wil ik nog niet uitweiden over al zijn nevenprojecten. Hij leeft letterlijk aan het tempo of a restless soul. Als hij de naam heeft soms arrogant uit de hoek te komen kan ik daar- en ik durf mezelf intussen toch als deskundige ter zake beschouwen- kort en duidelijk over zijn: hij heeft daar alle redenen toe!

Het zal niemand verbazen dat ik ook meestal schreef met zijn muziek ergens op de achtergrond. Soms tot diep in de nacht met de koptelefoon op en dan het volume op veel te luid. Je wil niet weten hoe dikwijls Suds and Soda zo door m'n oren knalde! Of Roses. Veel rauwe klanken, maar ook onverwacht ontroerend mooie ballads. Met teksten waar ik heel nederig van werd. Steeds meer ook naarmate ik aandachtiger begon te luisteren. Want Barman kan toveren met woorden.

En daarom, sta me toe, wil ik nog eens één flardje tekst citeren, net als in mijn eerste boek. Een zinnetje waar romantische zieltjes als Phée gaan van zwijmelen. Want Tommy zingt niet in alledaagse woorden over de liefde, zijn complimenten zijn nooit voorspelbaar vlak. Nee, dit is hoe een poëet als Barman zijn verlangen verpakt:

Watch it glow

I can almost see

The soft Fall

*Uit " The soft fall" ( Following Sea).

Maar, ik zei het al, Phée zwijmelt niet in haar eentje. He moves Mie too.

Je zou toch van minder?

PS. Pic by Mie. Werchter 2018. Net voor mijn knieën het alweer begaven.

Reageer via    






Marieke Marieke - 17/01/2019

Er was een opmerkzame notaris voor nodig om te weten te komen dat ik niet heet hoe ik dacht te heten.
"Jij schrijft je naam fout," zei die notaris, "er moet geen streepje tussen."
Meer dan een halve eeuw rondlopen op deze wereldbol en dan opeens horen dat je gewoon Marie heet. En niet Marie-Christine.
" Zo sta je ingeschreven in het bevolkingsregister," zei de man nog, "Christine is gewoon je tweede naam."

Terwijl ik altijd in de veronderstelling was zo'n duur koppeltekenkind te zijn. Met een samengestelde naam, door die Franse inslag ook nog eens lichtjes blasé, hij had eigenlijk zomaar kunnen thuishoren in notariskringen. Niet dus.
Het was wel even schrikken, maar tot een zware identiteitscrisis is het niet gekomen. Ik werd hoe dan ook zelden voluit bij naam genoemd, ik was al vrij jong een alledaagse Mie. Of in het beste geval de verkleinde versie. Alleen mijn moeder bleef koppig volharden. Maar dan ook uitsluitend bij hoog bezoek, meestal riep en roept ze snel 'dochter' als ze me nodig heeft, ze heeft er maar één, dus ze ziet me dan wel komen.

"Ik was nochtans heel duidelijk bij de geboorteaangifte," zei mijn vader nog verbaasd, maar dat leverde enkel een priemende blik op van mijn moeder.

In elk geval, ik besloot er niet wakker van te liggen, dus officiële documenten teken ik nu zonder streepje. En als iemand mijn correcte voornaam vraagt zeg ik ' Marie'. Het is wennen, maar uiteindelijk toch ook weer een beetje hip, de naam is tenslotte weer helemaal in.

Maar veel en veel hipper nog is die andere Marie! Marie Kondo, de Japanse opruimgoeroe. Ik leerde haar ook Netflixgewijs ( ja, dat werkt écht verslavend!) kennen en dus alweer rijkelijk later dan de rest van het kijkend gezelschap. Bleek dat zelfs mijn dochter al een tijdje in de ban was van deze hype. Ik had dat eigenlijk kunnen weten, haar keukenkastjes ogen intussen even gestructureerd als de zadelkamer voor haar paarden, en dat wil echt wel wat zeggen!

Bij de eerste aflevering van " Tidying up with Marie Kondo" dacht ik nog te kijken naar de Aziatische versie van Sien en Maria, het straffe duo op crocs dat in een vorig decennium schoon en meedogenloos door onze Vlaamsche provincies trok, op zoek naar kiemende bacteriën die zij dan evenwel definitief uitroeiden, vaak met een eenvoudig schuursponsje. Van Sien en Maria hebben we vooral onthouden dat "vies, vuil en vettig" echt niet hoeft, dat zeepsopjes geen luxeproducten zijn en zelfs, dat er ook tal van huis,-tuin-en keukenmiddeltjes bestaan om kordaat komaf te maken met smurrie van welke aard dan ook. Dankzij hen mogen citroenen nu ook in de microgolf en kappen we allemaal wel eens bruisende cola in de toiletpot. Die Maria roerde soms ook rare papjes met borax en natriumbicarbonaat, maar dat leek een beetje op koken, dus al snel te ingewikkeld voor mij. Maar verder brachten ze een zeer duidelijke missie, met grote regelmaat ook kort en helder samengevat door Sien:

" Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd."

Simpel. In een vorig leven hadden we zo ook nog tante Kaat, al even down to earth.

Been there, done dat, zou je dus geneigd zijn te zeggen. Maar nee, dan gaat de filosofie van Kondo echt wel een stuk dieper! Marie komt ook niet zomaar gewoon poetsen in slordige huizen, nee, nee, zij deinst er zelfs niet voor terug om de boel volledig te ontruimen! Haar hele opruimmethode draait om de vraag: word ik hier blij van? De manier van werken: je gooit al je spullen op een hoop en daarna laat je ze één voor één door je handen glijden. Alles waar je happy van wordt mag je houden. De rest gooi je weg of je maakt er iemand anders ongelukkig mee. Alles draait rond de vraag: "Does it spark joy? ", het zinnetje leidt intussen al een eigen bestaan. Je kasten worden zo misschien wel volledig gestript, maar je blijft wel achter met uitsluitend spullen waar je heel blij van wordt. Zo brengt frèle Marie( doornat gewogen hooguit 30 kilo, volgens een scherpzinnige vriendin, intussen ook een trouwe volgelinge) disfunctionele gezinnen terug in perfecte harmonie en blaast ze nieuwe romantiek in rommelige, en bijgevolg humeurige relaties. Want vrouwen gaan zeuren van te veel rommel, dat is geweten. Mannen daarentegen stappen er blindelings overheen, die krabben zich hooguit eens nietsvermoedend door de haren en vragen zich af waarom de activiteiten tussen de lakens plots op een lager pitje staan. Lang leve Marie dus!

Maar man of geen man in huis, ook ik ben al snel overtuigd en - pinguïn als ik ben- besluit ik me schuifelend bij haar grote schare fans te voegen. Eerst maar eens kijken wat het geeft, maar het lijkt me wel wat: een clean, overzichtelijk appartement en dan ik daarin ook nog eens heel gelukkig en rustig op de bank. Niks meer op te ruimen want alles is dan gewoon al weg. Misschien kan er dan ook nog wel eens iemand bij, voor wat romantiek.

Ik kijk eens rond en zie meteen twee dringend aan te pakken divisies in mijn chaotische bestaan: de rayons van schoenen & boeken. De schoenen laat ik heel wijs nog even voor wat ze zijn, we zitten tenslotte in volle salesperiode, en de logica zegt dat er dan eigenlijk nog meer moeten bijkomen en niet omgekeerd.

Dus ik ga voor de boekenkast staan, maak van mijn hart een steen en begin alvast met alles van de hoogste legplanken op een hoop te gooien. Ik laat boek voor boek door mijn handen gaan, druk ze zelfs even liefdevol tegen me aan en kan alleen maar vaststellen dat ik van elk ding heel erg blij wordt. Zelfs van een vies, vergeeld schoolboekje uit nog ergens ver in de vorige eeuw, iets over vervoegingen in de subjonctif. Absoluut geen spannende lectuur, maar het roept dan weer zoveel herinneringen op! Hoe we, als goed gedrilde schoolmeisjes, één voor één moesten rechtstaan in de Franse les, in onze lelijke blauwe schort, en dan ' les conjugaisons des verbes' mochten opdreunen.

Ay Marieke, Marieke, dit afscheid komt nog veel te vroeg!

Helemaal erg wordt het als ik nog oude strips tegen kom. Een gehavende Sjors en Sjimmie en mijn enige, unieke exemplaar van Billie Turf! Die smeken gewoon om nog eens gelezen te worden!

Ik moet er waarschijnlijk geen tekening bij maken…dit is het resultaat van een middagje opruimen:

Nog eens op mijn gemakske gelezen en daarna zonder pardon terug in de kast gezet:

Sjors en Sjimmie en Billy Turf. En een Bolleke met Piet Fluwijn. En ook nog de twee eerste delen van Heidi in de bergen, mijn allereerste 'echte' kinderboekjes. Ik kende nog de volledige verhaallijn, dus ooit grijs gelezen.

Nog niet echt weg gegooid, maar alvast naar de stapel boeken op mijn nachtkastje verhuisd:

Sien en Maria, deel2. Echt, dat stond hier nog in een kast. Nog van lang voor de tijd van Netflix. En nooit gelezen.

Kast met boeken:

al 1 boek minder dus.

Voorlopige conclusie:

ondergetekende "sparks ". En nog geen klein beetje. Vooral dankzij Billie Turf. Zelden nog zo gelachen!

Over de schoenen misschien een volgende keer. Na de solden dan.

Met vriendelijke groet,

Marie.

Reageer via    






10 Year Challenge - 24/01/2019

De '10 Year Challenge', zeer populair op sociale media dezer dagen. Plots duiken overal kiekjes op van toen en nu. Dikwijls is het grappig, maar soms ook verbazend, niet te geloven hoe sommige mensen eeuwig jong lijken te blijven. Ik ben niet echt geneigd mee in de dans te springen, want voor mezelf vrees ik het ergste. Maar toch, stiekem ben ik wel benieuwd wat de tijd ook met mij heeft gedaan.

Dus ik ga op zoek naar een foto van tien jaar geleden. Facebook lijkt me voor dit soort speurwerk bijzonder handig, ergens moet toch nog een oude selfie of zo te vinden zijn. Ik scroll helemaal naar beneden in mijn logboek en zie dat ik pas lid werd in 2011. En aan selfies heb ik me pas veel later gewaagd. Ik moet dus elders gaan graven. Gelukkig is er nog mijn kast vol opbergdozen waar ik in de loop der jaren af en toe haastig wat foto's in gooide. Allemaal in afwachting van een chronologisch klassement in stijlvolle albums, ooit, als ik daar eens de tijd voor zou hebben. Maar voorlopig dus nog een warrige verzameling van herinneringen.

Ik ga er even rustig bij zitten en bedenk wat ik dan zoal gedaan heb in 2009. En waar en met wie. Het eerste wat me te binnen schiet is dat 2009 een crisisjaar was. Met flink wat kommer en kwel in de uitzendsector, wij staan meestal op de eerste rij bij goed, maar heel zeker ook bij slecht nieuws voor de arbeidsmarkt. Een periode dus van trekken en sleuren, met te veel ontgoochelde werklozen en te weinig vacatures, we hadden al betere tijden gekend. Ik zie ons nog brainstormen met ons dapper team, elke dag opnieuw, we probeerden soms de gekste dingen om het schip drijvende te houden op die woelige baren. We zagen enkele concurrenten ook effectief slagzij maken, dus de schrik zat er goed in.

Niemand die daar foto's van wou nemen.

Ook op het Thuysfront waren het bewogen tijden. Want 2009 was ook het jaar dat ik besloot om te gaan verbouwen. Mensen die ooit een huis gerenoveerd hebben weten waarschijnlijk wel dat daar iets meer komt bij kijken dan enkel de tegels kiezen voor de nieuwe badkamer. En beroepshalve ben ik wel één en ander gewend op vlak van onderhandelen, maar ik kan jullie verzekeren: de discussies die ik gevoerd heb met stugge overheidsdiensten over renovatie-en isolatiepremies, daar kan een zware, 2-daagse assertiviteitstraining op gebaseerd worden! En hoe grondig ik me ook probeerde te informeren over warmwaterboilers en dubbele beglazing, er wachtten toch altijd nog verrassingen om de hoek: een verwarde architect die aanvragen vergat in te dienen bij instanties zoals Stedenbouw, een (absoluut aan te raden, referenties kunnen worden opgevraagd) aannemer die dan toch nog stootte op onvoorziene mankementen als lekken in het dak en roestige, versleten leidingen. En uiteraard, daarna volgden met grote wetmatigheid ook steeds de facturen, de bedragen daarop bleven trouwens even consequent de pan uitrijzen! Ik herinner me opeens weer de nachten dat ik soms rechtop zat in bed, met een rekenmachientje in de aanslag, en een lijstje van de nog uit te voeren werken.

Ook hier weer: niemand die daar foto' s van heeft genomen, ik lag dat jaar trouwens helemaal alleen in bed, en gelukkig maar.

Wat me dan ook weer even brengt bij de afdeling ' mannen'. Een zeer mager jaar op dat vlak, 2009. Voor zover ik weet slechts 1 saaie date. Met een moedige jongen uit de Kempen die dan toch weer schrik van me kreeg toen ik het verhaal over de verbouwingen bracht.

"Gij zijt precies geen gemakkelijke," was zijn besluit en daarna heeft hij me nog één schamel mailtje gestuurd. Iets over harde tantes en dat hij toch een zachtaardig vrouwtje verkoos, hij wou echt voor iemand zorgen. Ik heb hem nog heel lief laten weten dat hij altijd mijn facturen mocht betalen, maar zo ver reikte zijn bezorgdheid dan weer niet.

Bon, ook hij heeft dus geen foto van mij genomen, we hadden nochtans afgesproken op een leuk terras en 10 jaar geleden moet ik er toch nog redelijk uitgezien hebben. In elk geval beter gecoiffeerd dan die man want die was wel aan een nieuwe coupe toe, hij oogde een beetje als de slordige versie van Dirk Draulans.

Verder niks speciaals meer in 2009. Ook geen vakanties op verplaatsing, waarschijnlijk wegens die verbouwingen en de torenhoge rekeningen. Gevolg: ook weer geen vakantiekiekjes, normaal gezien toch de hoogtepunten in een familiearchief.

Het gezinslid dat nog het vaakst in the picture kwam is de hond, volledige shoots werden van dat beest genomen, allemaal door mijn dieren minnende dochter. Indien nodig kan met die foto's een volledige jaareditie van tijdschrift Woef geïllustreerd worden. Maar ik sta weer nergens bij.

Ik mis dus een volledig jaar in beeld van mezelf. Terwijl er precies toch wel één en ander te beleven was.

Gelukkig overleven de dingen die er toe doen dan toch weer in je hoofd, zo blijkt. En de aller belangrijkste ook nog eens in je hart. Twee plaatsen waar ik me hoe dan ook nog 10 jaar jonger voel.

Maar helaas, ook daarvan weer geen foto's.

Reageer via    






Sweet Valentine - 31/01/2019

We hebben amper de eindejaarsfeesten verteerd en nu is het weer al Valentijn wat de klok slaat. Zelfs mijn Klokje raakt van slag, al heb ik toch elk jaar het oprechte voornemen om die dag gewoon over te slaan. Valentijn vieren in je eentje, dat is gewoon vragen om problemen. Maar ik kan er niet om heen, ook ik word langs alle kanten bestookt, vooral mijn mailbox puilt uit van tips en adviezen om er een feest vol glinster van te maken. En omdat ik nu eenmaal de neiging heb om elke letter te lezen klik ik die melige rommel ook nog eens altijd open.

Er zitten anders wel leuke voorstellen bij, zoals gearmde strandwandelingen of etentjes bij de Italiaan. Maar sommige tips slaan werkelijk alles! Een hele riskante vond ik bijvoorbeeld: bak een taart voor je liefste. De jongen die ooit de moed kan opbrengen om een punt van mijn zelfgebakken taart op te eten vraag ik meteen ten huwelijk. Mijn laatste baksel was een broodpudding die je moest oplepelen. Om maar te zeggen.

Er komen ook mails binnen van rare webshops waar je dan geschenkjes kan bestellen voor je hartelapje. Je moet er niet eens de deur voor uit. Zo aan huis geleverd: een setje geurkaarsen. Of fluwelen rozenblaadjes die je in het badwater kan strooien. En zo zag ik vanmorgen nog de suggestie van - en ja, u leest dit goed- een matrasbeschermer! Met aloë vera behandeld en aan een unieke korting van 43%. Het was even een doordenkertje, maar bij nader inzien wel een heldere manier om je romantische intenties duidelijk te maken, lijkt mij.

In elk geval, in die digitale berichtgeving zit voldoende inspiratie voor nog vijftig volgende Valentijnen.

De waarheid is echter: ik heb nog nooit Valentijn gevierd. De liefdes in mijn leven waren nooit echt pro, die vonden dat meestal maar één grote, opgeklopte commerce. Ik koos altijd voor mannen die daar bewust of misschien ook wel gemakshalve niet aan mee deden. Of die elders cadeautjes gingen schenken. Dus ik kreeg gewoon elk jaar niks en omgekeerd was ikzelf dan ook weer niet gul met het uitdelen van kaartjes of attenties, ik wou niemand voor het hoofd stoten.

Die keer dat ik op 14 februari toch eens een halfslachtige poging tot romantiek ondernam was in een periode dat hij en ik in een dipje zaten. En bij dat dipje mag je gerust denken in termen van: een onheilspellend kratertje. Nog net geen giftige lava die omhoog spuwde. Nee, het ging niet zo goed met ons. En ik dacht: tijd voor grote middelen, wie weet.

Dus ik smeerde 's morgens zijn boterhammen en stopte er twee roze, marsepeinen varkentjes bij, ze zaten in innige omhelzing verstrengeld en er was een rood hartje van eetbaar papier op de buikjes geplakt. Qua symboliek toch niet slecht bekeken, vond ik, want dat hartje sprak voor zich. En we knorden sowieso al de hele tijd als onbeschofte zwijnen tegen mekaar. Bovendien vind ik marsepein ongelooflijk lekker en hij vrat toch alles. Ik sloot hoopvol de brooddoos, gaf er een vluchtig kusje op en stak mijn goede bedoelingen in zijn aktentas.

Diezelfde middag heb ik min of meer als een debiel naar de telefoon op mijn bureau zitten staren. Ik verwachtte elk moment dat hij me zou bellen, verrast over zoveel zoetigheid en in elk geval lichtjes gecharmeerd door mijn onverwachte knieval. Maar niks dus. Misschien spaarde hij de verzoening wel op voor 's avonds? Of wou hij snel ook nog een presentje voor mij kopen?

Maar ook die avond: niks. Ja, het gewone, hij en ik allebei met zure gezichten, maar absoluut geen liefde in de lucht.

"Hoe was je dag?" probeerde ik nog.

"Druk," gromde hij," als een mens niet eens de tijd heeft om te eten."

Hij had die brooddoos dus niet open gemaakt. Dat heb ik dan maar zelf gedaan, stilletjes in de keuken. De varkentjes waren helemaal door elkaar geschud en eentje was door al die commotie zelfs onthoofd. Het papieren hartje lag te verpieteren op een slappe boterham. Ook nu was de symboliek niet ver meer te zoeken.

Ik heb er maar niks over gezegd. Maar de eerlijkheid gebiedt mij wel om te bekennen dat ik die twee varkens nog ter plekke, en zonder verpinken, zelf heb opgegeten. Met hart en al. Mijn eigen, stiekeme Valentijn.

Dus in feite toch al één keer lekker gevierd dan.

Reageer via    






Benidorm - 07/02//2019

Mijn vader maakt zich niet snel zorgen. Wat ik ook onderneem, meestal krijg ik zijn volste vertrouwen. Dat is altijd zo geweest, ook als kind kon ik alles bij hem kwijt, zelfs mijn ergste kattenkwaad. Maar nu kijkt hij verontrust. Als ik hem vertel hem dat ik een weekje Benidorm geboekt heb.

"En waar precies ga je naartoe, daar onder die Spaanse zon?" vraagt hij nogmaals.

" Benidorm," zeg ik, ook voor een tweede keer. Ik probeer het zo onverschillig mogelijk te brengen.

"Benidorm," herhaalt hij, met een gezicht alsof hij een vies woord uitspreekt.

Een reactie die ik wel had verwacht. Want mijn vader was altijd al een beetje tegendraads, op alle vlakken. Ook als wij vroeger op vakantie gingen was dat nooit naar populair terrein. Iedereen ging naar zee, maar wij trokken naar de Ardennen. Vrienden en kennissen zochten de zon op aan zuiderse kusten, maar wij klauterden ergens tegen een berg op in Oostenrijk. Het maakte hem eigenlijk niet uit waar we naartoe gingen, zolang we de rest van de vakantiegangers maar niet te dikwijls tegen kwamen.

Er kwam ook weinig of geen organisatie aan te pas. Geen vroegboeking bij reisbureaus of comfortabele overnachtingen in een hotel, nee, wij stouwden de auto vol met tent en kampeergerief en op dag één van het grote bouwverlof, als alles en iedereen aan boord was, stelde mijn vader de klassieke, jaarlijkse vraag: "Waar gaan we naartoe?" En dat kon naar elke windrichting zijn, al veranderde onze koers soms nog onderweg. Maar dikwijls reden we toch richting Alpen, mijn vader was grote fan en ik heb ze dan ook langs alle kanten gezien. Op vakantiekiekjes uit vervlogen tijden sta ik meestal -gebrild en gebeugeld en met twee hoog gestrikte staartjes- stokstijf te poseren voor een berg. De Jungfrau en het Jungfraujoch en de Matterhorn en de Mont Blanc, ik kende elk silhouet en hun exacte aantal meters boven de zeespiegel, want je reisde ook nog eens om te leren en mijn vader gaf bij elke nieuwe top de nodige toelichting.

Het waren memorabele vakanties, we tuften drie weken lang rond zonder enig einddoel voor ogen, maar toch kwamen we altijd op schitterende locaties terecht. Al kon dat wel eens het erf van een Zwitserse boer zijn, wegens geen enkele camping te vinden in de wijde regio. Of we kampeerden op eenzame hoogte, om dan midden in de zomer wakker te worden in de sneeuw. In de Pyreneeën groeven we greppels om onze tent voor overstroming te behoeden en we hebben ook effectief ooit, in het holst van de nacht, ons stoffen onderkomen in zeven haasten moeten opbreken omdat de Inn zwaar kolkend buiten haar oevers trad. Het werd toen letterlijk vluchten met hebben en houden, maar in geen geval naar huis.

"We rijden gewoon door naar Italië," zei mijn vader, "daar zal de boel wel opdrogen."

Dat werd uiteindelijk één van onze zonnigste vakanties, vlakbij bij het Comomeer.

Ik wil maar zeggen: dit was het idee van reizen dat ik als kind heb meegekregen. Met het soort van vakantieperikelen waar Tom Waes nu straffe reportages over maakt. Al ben ik later ook wel eens bradend terecht gekomen aan één of andere Costa, ik ben niet heiliger dan de paus. Af en toe onder een palmboom bijbabbelen met een vriendin kan heilzaam werken en ik heb ook wel eens zo'n all-in geprobeerd bij wijze van verzoeningsreis, toen het zwaar stormde in de liefde. Maar dat laatste raad ik niemand aan: als het kalf al half verdronken is, dan verzuipt het bij een zwembad in Almeria gegarandeerd helemaal. Niet doen dus.

En nu sta ik hier tegen deze ruwe bolster te vertellen over mijn plannen tot half pension in Benidorm. Ik zet me al schrap voor een opsomming van minstens vijf zwaar onderbouwde stellingen over de saaie voorspelbaarheid van zo'n trip, maar mijn vader doet er verder het zwijgen toe. Hij zwaait eens met z'n hand van 'je doet maar'.

Wat ik dan ook van plan ben. Het reisje is tenslotte geboekt en betaald en ik weet met grote zekerheid dat het meereizend gezelschap aangenaam zal zijn. En al de rest zullen we wel zien. Clichés moeten tenslotte ook af en toe weer bevestigd worden, dus ik offer mij gewillig op.

"En met een beetje chance ben je daar de jongste bloem van het hotel," zegt mijn moeder nog, sussend.

Reageer via    






Strijken - 15/02//2019

Ik sta aan mijn strijkplank en daar ben ik meestal op mijn best. Verstand op routine en intussen een paar dingetjes op deze wereld terug in de plooi krijgen, het is één van mijn favoriete bezigheden. Zo maak ik in één klap de wasmand én mijn hoofd weer leeg. Een beetje zoals dagdromen, maar dan verantwoord.

Heel af en toe dwalen mijn gedachten ook eens af naar de grotere levensvragen. Dat zijn de dagen dat ik zelfs heel secuur mijn lakens strijk. Alles om de tijd nog wat te rekken, want er zitten vraagstukken bij die ik niet opgelost krijg op een uurtje. Vandaag is zo'n dag. Want volgende week ben ik jarig en er schiet me plots weer een rare uitspraak te binnen.

"Jij wordt ooit nog eens een boos oud vrouwtje," zei een collega, lang, heel lang geleden.

Een opmerking die haaks stond op de eerste indruk die ik meestal maak op mensen. Want ik ben niet van de grootsten en dan ook nog eens beleefd en vriendelijk grootgebracht, dus dan word je al snel gelinkt aan eigenschappen als "lief". Of "braaf", ook al gehoord. Maar goed, ik was destijds wel geneigd die collega te geloven. Mensen die jaar en dag aan je zijde werken weten meestal wel waarover ze spreken. En mijn tong kan inderdaad soms scherp zijn, dat werd al vroeg geregistreerd op schoolrapporten. Ik knoopte die voorspelling dus in mijn oren, maar besloot het daar voorlopig bij te laten. Het waren zorgen voor later.

Maar nu opeens dus deze pop-up in mijn hoofd. Het mag me eigenlijk niet verbazen, met die verjaardag op komst. Weer een stapje dichter bij dat oud vrouwtje. En elk jaar opnieuw zit ik me dan toch weer suf te peinzen over vroeger en nu en hoe het dan verder moet. Alsof mijn brein een soort van software-update nodig heeft om zich aan te passen aan een kaarsje meer op de taart.

Ik kijk naar de jeans die ik weer kreukvrij over een kapstok drapeer en vraag me af:

"Is het nu al later?"

Het feit dat er nog jeans in mijn kast hangt stelt me enigszins gerust. Al koop ik ze nu wel een maatje - nee, ik ga eerlijk zijn: twee maatjes- groter dan lang, lang geleden en het is intussen ook een zwaardere investering, want een juiste pasvorm is dikwijls het equivalent van duur. De tijd dat ik puur natuur in een goedkoop vodje kon flirten op het bal in de plaatselijke parochiezaal ligt helaas ver achter mij. De pluimen maken de vogel, zegt het spreekwoord, en ik kom stilaan op een leeftijd dat ik dat heel erg graag zou willen geloven.

Met de buitenkant speel ik dus al een tijdje vals. Blijft nog de vraag: hoe is het dan met de binnenkant gesteld? Word ik milder met de jaren? Of ga ik straks boos met een stokje zwaaien, als een knokige, kijvende heks?

Het maalt en maalt in mijn hoofd en ik vrees voor te weinig strijk in de mand. Intussen komt er ook al stoom uit mijn oren. Want het is - zoals met de meeste dingen in dit leven- toch weer dubbel. Er zijn zaken waar ik me inderdaad steeds meer ga aan ergeren. Aan zinloos gebrom van mensen bijvoorbeeld, aan klagers en zagers die nutteloos zitten te wachten tot de overheid nog eens iets onderneemt. Nee, dan liever jong geweld dat wel eens dapper tegen gesloten deuren beukt. Al moet ik dan ook weer oppassen om niet als een oude zeur belerend gaan te prediken, want ja, het is nu eenmaal zo: de geschiedenis durft zich wel eens te herhalen.

Maar al bij al kijk ik nog niet zo heel erg anders tegen de dingen aan, hoogstens is één en ander verschoven. Hoofdzaken werden soms bijzaken of omgekeerd. Meer niet.

Feit is: alles ligt intussen weer netjes gestapeld in de kast, maar ik weet nog steeds niet hoe ik oud moet worden. En wanneer. En of ik daar überhaupt wel iets in te beslissen heb, want met lang en plezant leven is natuurlijk ook een flinke dosis geluk gemoeid.

Moeilijk, moeilijk. Ik zal nog bergen strijk moeten verzetten om hier uit te komen!

Niet dat ik daar iets op tegen heb. Want zoals ik al zei:

aan de strijkplank ben ik op m'n best.?

Reageer via    






Kwijt - 02/03/2019

Mensen die gaan skydiven voor de kick, ze bestaan. Die springen uit een vliegtuig en vertrouwen op een rugzak met daarin een lap stof. Of je hebt de bungeejumpers, die duikelen van een brug naar beneden en dan maar hopen dat de rekker het houdt. Of dat die elastiek op z'n minst niet te lang is. En dan zijn er ook de angsthazen die liefst met beide voeten op de grond blijven. Ik behoor tot die laatste groep. Ik ben zo iemand die al begint te beven als mijn soepbord te diep is.

Zo staan er wel meer dingen niet op mijn bucket list. Olifanten aaien, een gletsjer beklimmen of gaan duiken met haaien, het hoeft niet echt voor mij. De wereld mag dan wel mijn speeltuin zijn, maar juist daarom wil ik er ook liefst zo lang mogelijk op vertoeven.

Maar toch, zo af en toe durf ik wel eens te springen, figuurlijk dan. Even diep ademhalen en dan gewoon doen! Foert roepen tegen alle twijfels. Niet simpel voor een bang besje, maar ik leerde het dan ook van de beste. Van die ene vriendin die werkelijk alles durfde! Zij deed consequent en roekeloos haar eigen zotte zin en keek zelden om. We hebben ooit, op een blauwe maandag, samen haar dure keukenkastjes knaloranje geverfd. Gewoon, omdat het kon en omdat die kleur zo lekker vloekte met de rest van haar huis. Of ze organiseerde, compleet tegendraads, een spetterend scheidingsfeest, met veel champagne en schalen vol oesters. De ex was trouwens ook uitgenodigd, al was dat eerder pro forma, vermoed ik. En wat andere mensen er ook allemaal mochten van denken, zij trok zich daar geen lap van aan!

Zo leerde ze ook mij wat stouter te zijn, stapje voor stapje, maar het werkte. Helaas ben ik nooit tot op haar benijdenswaardige niveau geraakt, daarvoor was ons gezamenlijk parcours te kort. Want hoe gretig ze ook in het leven stond, het lot besliste daar anders over.

Vandaag zou ze weer jarig zijn. Een dag waarop ik toch altijd even knipoog naar ginder boven. Want hoewel we geen van beiden geloofden in een nieuw hoofdstuk achter de wolken, echt ver weg is ze niet. Als ik sporadisch nog eens in vrije val ga blijft zij nog steeds mijn reserveparachute. Zij geeft ook nog altijd dat laatste, dwingende duwtje voor ik spring.

En hoe bang ik ooit ook was om haar kwijt te raken, ik weet intussen beter. Onverwacht kom ik haar altijd weer ergens tegen.

Ik hoorde het ook eens, en dus naar grote waarheid, uit een onschuldig kindermondje:

" Kwijt bestaat niet. Je moet gewoon beter zoeken.?

Reageer via    






Dromen - 09/03/2019

Er zijn dagen dat ik minstens acht keer het journaal hoor. Dat heeft te maken met lange autoritten en het feit dat elke zichzelf respecterende radiozender om het half uur de laatste nieuwsberichten meldt. Meestal zijn dat vrijwel identieke herhalingen, tenzij er zich in tussentijd iets spectaculairs voordeed. Je zou toch denken dat ik dan ongelooflijk goed op de hoogte moet zijn van alles wat reilt en zeilt in deze wereld.

Niets is minder waar! Want mijn sterrenbeeld is Vissen en wij zijn naar het schijnt dromers. Als dat waar is ben ik in elk geval het betere schoolvoorbeeld. Ik droom 's nachts, niet altijd even zoetjes, maar soms woelig en verward en over de gekste dingen. Maar het overvalt me even goed overdag, gelukkig met minder kabaal, en dan heet het dagdromen. Ik ben daar ook onwaarschijnlijk goed in! Dan pruts ik bijvoorbeeld met wat papierwerk, saaie sociale documenten of zo, en tegelijkertijd fantaseer ik in mijn hoofd een volledig scenario ineen, meestal iets met mezelf in een romantische hoofdrol. Een kunst die repetitieve opdrachten op de werkvloer bijzonder aangenaam kan maken. En niemand die het merkt.

Zo ook dus tijdens die nieuwsberichten, dan deemster ik wel vaker weg. En dan heb ik de klok wel ergens horen luiden, maar dan moet ik bij de volgende uitzending nog eens extra goed luisteren om te weten waar de klepel precies hangt. Terwijl er mensen zijn die nog precies weten waar ze waren en wat ze precies deden toen lady Di verongelukte. Of die los uit de pols kunnen vertellen wanneer de vierde reactor van de kerncentrale in Tsjernobyl ontplofte. Ik vind dat fascinerend. Want het is niet dat al die gebeurtenissen me niet raken, maar ik krijg ze nadien nooit nog correct op een tijdlijn gezet. Ik hang dan wel aaneen van een sliert anekdotes en fragmenten, maar mijn archief oogt uiterst slordig.

De enige gebeurtenis die ik nog met mathematische zekerheid weet te plaatsen was waar en met wie ik telefoneerde toen de aanslagen op de Twin Towers in de ether gingen. Maar dat heeft dan weer te maken met het feit ik dat onheil vernam tijdens een verhitte discussie met mijn - toen toch nog- grote liefde. Wereldnieuws dat bij toeval gekoppeld wordt aan persoonlijk drama, tja, zoiets blijft blijkbaar iets beter hangen. Wie weet ook wel bij de tegenpartij, ik vraag het me nog wel eens af. Dat de man in kwestie misschien ook nooit meer naar die historische beelden kan kijken zonder dan te denken van "God, ja, toen had ik net die Mie aan de lijn."

Wat ik me ook nog echt, tot in de kleinste details zelfs, voor de geest kan halen- en al helemaal het gevoel van onmacht dat ermee gepaard ging- is die allereerste keer dat ik op botte wijze werd afgerekend op mijn dromerig bestaan! Want lange tijd was ik me van geen kwaad bewust. Hoogstens werd me wel eens gezegd dat ik eens beter moest opletten en dat ik niet altijd twee keer hetzelfde moest vragen. Meer niet. Dat tikkeltje verstrooidheid hoorde gewoon bij mij. Ik was toen al wie ik nu nog altijd ben.

Maar die bewuste keer dus. Haarfijn in mijn geheugen gegrift: een klas vol brave meisjes van dertien, we borduurden, in bijna sacrale stilte, motiefjes op vaalgele, katoenen kinderschortjes. In de wekelijkse les handwerken. Want we werden destijds als meisjes wel aangemoedigd om flink te studeren, maar een carrière bij de haard behoorde ook nog tot de opties. Liefst iets kroostrijks, vandaar waarschijnlijk die focus op een home made lijn van kinderkledij. Maar voor mij was dat al snel een uitgemaakte zaak, ik wist absoluut nog niet waar ik naartoe wou, maar heel zeker niet naar een haard. En borduren zou nooit mijn hobby worden. Dus mijn gedachten dwaalden af.

En toen wees plots die priemende vinger in mijn richting. En een venijnige stem knerpte door de klas:

" Thuys! Hou op met dromen! Weet je wat er van jou ooit nog terecht kom? Niks!!!"

Aan het woord was de eerwaarde zuster die superviseerde van op haar troon vooraan. De pedagoge van dienst die ons met strenge hand moest aanzetten tot noeste, nimmer aflatende vlijt. In dit geval met een toch wel zeer onheilspellende uitspraak. Allemaal goedbedoeld, waarschijnlijk. Maar helaas, zonder het beoogde resultaat. Want mijn kind heeft dus nooit een versierd schortje gedragen. En ik heb later ook nog best veel over die kijvende non gedroomd, zowel bij nacht als overdag.

En al een geluk voor haar: de meeste dromen zijn bedrog.

Reageer via    






Mensen kijken - 20/03/2019

Zonnige vakanties lenen zich uitstekend tot mensen kijken. Dan klitten onze soortgenoten graag samen op terrassen, stranden en stadspleinen, de ideale plekken om menselijk gedrag eens grondig te observeren.

Ik hou wel van mensen kijken. De vriendin die me af en toe meesleept naar warme oorden gelukkig ook.

"Zullen we anders gewoon wat op een bankje gaan zitten," stelt ze voor.

We zijn dag vier van een korte vakantie aan een kust met mild microklimaat en het nieuwe is er al een beetje af. De voornaamste stranden - één lelijk en één minder lelijk- werden reeds bezocht, we flaneerden al door pittoreske winkelstraatjes en we hebben zelfs een verfrissend boottochtje achter de rug. We zijn intussen ook meer dan weldoorvoed en de plaatselijke Sangria werd geproefd en goedgekeurd. Veel meer spannende activiteiten staan hier voorlopig niet meer op de agenda, tenzij dan de mogelijkheid tot paragliding, maar nog voor we de brochure volledig hebben gelezen zijn we het al volmondig eens: dat is voor ons letterlijk te hoog gegrepen.

Dus we installeren ons een beetje ouwelijk op een bankje, met zicht op zee en vooral: met ongerept uitzicht op de toeristen die langs de dijk wandelen. Alles is aanwezig om ons een middagje beter te voelen dan de rest, toch altijd de stiekeme gedachte op zo'n bankje. Lachen met melkwitte kuiten onder driekwartbroeken, terwijl je zelf nog snel online drie verschillende tinten bruinen zonder zon hebt besteld, de week voor vertrek. Afin, ik spreek nu even voor mezelf.

"Gezellig. En hier passeert wel één en ander," zegt mijn vriendin.

Ze heeft gelijk, dit uitkijkstekje mag met stip vermeld worden op TripAdvisor.

"Heb je die daar gezien," knikt ze in de richting van twee wel zeer bijzondere exemplaren.

Hij in lederhosen en zij in dirndl jurk, je zou denken helemaal paraat voor de Oktoberfesten, maar we zijn amper begin lente vandaag. Ze dragen ook allebei een groene pruik, met daar bovenop nog eens een hoge, vilten hoed, ook grasgroen.

"Engelse toeristen. Die vieren vandaag St Patrick's Day," weet mijn vriendin in één oogopslag, zij doet eigenlijk al aan mensen kijken voor gevorderden.

We vergapen ons de rest van de namiddag aan nog meer feestvierders, de dijken kleuren bijna groen. En alles in de meest gekke combinaties.

"Het lijkt wel carnaval," zeg ik, "die doen wel erg veel moeite."

" Vast niet meer dan jij," zegt mijn vriendin.

Want zij kent intussen mijn badkamer rituelen. Zij heeft weet van mijn ontelbare vleugjes lipstick en de dubbele laagjes mascara en dikwijls ook nog snel-snel een likje nagellak. Al mijn gedoe om er dan uiteindelijk liefst nog zo gewoontjes mogelijk bij te lopen. Omgekeerd evenredig met die groene jongens van St Patrick. Maar even goed een maskerade.

Helaas niemand die van op een bankje naar mij gaat zitten kijken.

Reageer via    






De mooiste - 28/03/2019

Succesvolle mensen dragen altijd dezelfde outfit. Ik lees dat toevallig in de krant, dus het zal wel waar zijn. Het artikel zegt dat we steeds meer bekende gezichten kunnen uittekenen in dezelfde kleren, dag in, dag uit. Een Barack Obama bijvoorbeeld, die tijdens zijn presidentiële carrière enkel blauwe of grijze pakken droeg want hij had wel andere dingen aan zijn hoofd dan de kleur van zijn kostuum. Of wijlen Steve Jobs, wel nooit strak in het pak, maar zijn coltrui bezorgde hem een bijna iconische uitstraling. Bij stripfiguren schijnt het ook te werken. Suske verdraagt al langer dan een halve eeuw de kuren van Wiske, ondanks haar eeuwig duf wit kleedje. Om van dat kapsel nog maar te zwijgen!

Ik stel vast dat ook ik steeds vaker terug val op een zogenaamd eigen stijl. Mijn kleerkast puilt dan wel uit, maar toch grijp ik elke morgen naar een combinatie die weer heel erg lijkt op die van gisteren. In mijn geval heeft dat weinig met een succesvolle carrière te maken, eerder met luiheid. Als je wekker elke ochtend om zes uur rinkelt word je al snel wat lakser in je dagelijkse styling.

Maar nu ben ik uitgenodigd op een huwelijksfeest. Er staat wel geen dresscode vermeld op de uitnodiging, maar het gebeuren gaat door in een kasteel, toch een omgeving waar je liefst stijlvol wil arriveren, tenzij je Wiske heet natuurlijk. Dus ik begin alvast even te polsen bij de fashion addicts in mijn entourage, wat zij voor zo'n gelegenheid uit de kast halen. En ik gluur links en rechts naar etalages die ik toevallig en altijd weer even haastig passeer, in de hoop dat daar misschien plots een plastic pop zal roepen "Kijk hier! Neem dit mee, perfect voor dat feest!"

Er wordt ook effectief dikwijls naar mij geroepen, voornamelijk door schoenen, dus ik schaf me alvast een paar nieuwe sneakers aan, ook weer niet zo direct iets waar je kastelen mee binnen schrijdt. Maar daar maak ik me nog niet te veel zorgen over, ik heb nog wel een paar geschikte hoge hakken in huis. Het uiteindelijke resultaat is wel dat ik twee dagen voor de grote gebeurtenis nog steeds niks heb om aan te trekken, behalve dan een paar blinkende pumps. We schrijven donderdagmiddag en op zaterdag word ik in vol ornaat verwacht. Ik klamp me noodgedwongen vast aan een laatste reddingsboei: advies inroepen van de betere verkoopster. Een boetiek binnenstappen en zeggen: "Tover eens iets gracieus uit die rekken." Ik ken wel wat adresjes, winkeltjes die af en toe gouden zaken aan mij doen als ik weer eens last minute binnen val, totaal ontredderd.

Bingo! Amper een half uur later sta ik op de stoep met een zakje vol vestimentaire beloftes. 's Avonds stuur ik nog een foto van mijn aanwinst naar één van de vriendinnen, die ene met een scherp oog voor de nieuwste trends. Haar antwoord komt zeer snel:

"Wow! Dit is mooi! Sexy en toch niet te bloot! Doet me denken aan een luxehoer. Hebben ze die dingen ook in het zwart?"

Niet dat dit mij zo helemaal gerust stelt, maar ik zet door.

En de dag na het feest stuurt ze ook nog een berichtje: "Was je de mooiste?"

Maar daarover kan ik kort en bondig zijn: want nee, dat was ik met grote zekerheid niet! De àllermooiste was, zonder enige twijfel, de bruid! Zelden zag ik iemand met zoveel elegantie passen in een decor. Stralend, innemend, en met dat soort frèle schoonheid waarnaast zelfs de duurst opgetutte madammen tot mistige schimmen verbleken.

Ik was daar in elk geval niet rouwig om. En al lang blij dat ik geen oneervolle voorstellen kreeg.

Reageer via