Klimaat - 07/07/2019

Het klimaat. Of ik nu wil of niet, ik ben er toch dagelijks mee bezig. Het woord is hoe dan ook niet meer weg te branden uit de actualiteit en ik denk dat de Dikke Van Dale - bestaat die eigenlijk nog?- met gemak nog een halve centimeter dikker kan worden door al de nieuwe woorden die we gaandeweg verder breien aan dat klimaat, we nemen ze intussen ook al zonder nadenken vlotjes in de mond: klimaatmars, klimaatbeleid, klimaatbetoging, klimaatopwarming, klimaatakkoord, klimaattop. Ik las laatst ergens - ik weet niet precies meer waar en ik lees soms echt wel rare dingen- dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord 'klimaat' kennen. Dat bleek uit een onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek. Van dat laatste had ik trouwens ook nog nooit gehoord, misschien maar goed, ik vrees dat die mensen een vette kluif aan mij zouden hebben.

Ik weet mij ook omgeven door echte klimaatexperts. Niet enkel hoog opgeleide specialisten, maar ook behoorlijk wat mensen rondom mij werpen zich op als echte voorvechters van dat klimaat, ze slaan me om de oren met vaktermen waar mijn benen van gaan bibberen. En dat alles ook nog- althans naar eigen zeggen- wetenschappelijk onderbouwd of in elk geval uit betrouwbare bron. Ik luister met gespitste oren, want mijn expertise uit zich op geen enkel uitgesproken vlak, ik ben zo iemand die wel een beetje van alles weet, maar weinig wat er echt toe doet en zeker nooit echt grondig. Maar goed dus dat er mensen zijn die mij regelmatig inlichten over stand van zaken. Mensen ook die met hun kop boven het maaiveld durven en daar luid en duidelijk hun onversneden mening uitspuwen, iemand moet tenslotte het voortouw nemen.

Al raak ik daardoor even goed het noorden kwijt.

Want, zoals dat meestal gaat met specialisten: ze durven mekaar wel eens tegen te spreken. Net als ik dan denk, aha, zo zit dat, komt er weer iemand iets vertellen waardoor ik denk, ja, maar als het dan zo zit? En mensen doen er ook zo verbeten en kattig over, iedereen roept even hard om zijn gelijk. Probeer het maar eens: laat in gezelschap achteloos de naam ' Anuna' vallen en je krijgt de gemoederen meteen verhit. Alvast een voorproefje van de echte klimaatopwarming die ons vermoedelijk te wachten staat.

Of al die foto's op social media! Je moet al uit tropisch hardhout gesneden zijn om niet droevig te worden van wat drijft op onze oceanen. "Onzin!" roepen dan de tegenstanders, "Plastic Soup is een mythe!" Mensen die smalend doen over herbruikbare rietjes van maïs of kartonnen wattenstaafjes. Die glashard beweren dat de grootste vervuilers echt wel in een stukje wereld ver van hier wonen en dat wij, overconsumerende Westerlingen, toch meesters zijn in het recycleren. " Soppen jullie het ginder zelf maar op," zeggen die.

Maar soms komt het ook heel dicht bij huis. Als ik op een dag, vol goede groene wil, een bio komkommer koop staat er al meteen iemand met een vermanend vingertje te zwaaien: laat je niet misleiden, dat groene ding is niet echt groen, ze maken je maar wat wijs. Altijd is er wel iemand die naar iemand anders wijst en zegt: jij, jij, jij… jij hebt toch echt niet door hoe de wereld in mekaar zit, ik zal jou eens haarfijn uitleggen hoe het zit! Kijk, hier, zo zien slimme mensen dat!

Het houdt me dus bezig. En onbewust zoek ik toch steeds meer alternatieven. Ik heb nu een herbruikbare boodschappentas en mijn boterhammen gaan sinds kort in een brooddoos. En om die weer schoon te maken duw ik de vaatwasmachine ( volgeladen!) op het eco programma. Dagelijkse, banale dingetjes, misschien wel zinloze projectjes in het grote geheel. Dus als je mij vraagt of ik goed bezig ben kan ik daar heel duidelijk op antwoorden: nee, dat ben ik niet, dit kan met grote zekerheid nog stukken beter. Ik wik, weeg en probeer. Vele druppels maken een grote zee, denk ik dan maar.

Maar wat ik wel zeker weet: dat ik niet wil mee spelen in een verbitterd verhaal. Ik wil niet mee staan roepen dat de wereld om zeep is en dat het vroeger zoveel beter was.

Vroeger hadden we last van zure regen. Maar van al dat geklaag nu krijgen we misschien wel heel veel zure mensen. En dat lijkt me al even gevaarlijk.

Reageer via    






Warm - 25/07/2019

Op de tweede dag van de tweede hittegolf van het jaar vind ik het allemaal nog wel meevallen. Ik ben op weg naar het werk, de airco in mijn wagen blaast dapper op stand IV en ik luister naar het zoveelste weerbericht. Meestal hoor ik amper de helft van wat daarin verteld wordt, dingen zoals neerslag en temperatuur bepalen zelden mijn gemoed. De dag dat ik neerslachtig word van wat nattigheid moet nog komen. Maar de laatste dagen is er geen ontkomen aan! Eerst werden we al een week op voorhand via alle mogelijke kanalen gewaarschuwd voor de nakende hondsdagen en nu het dan eindelijk zo ver is krijgen we nog gemiddeld zes keer per uur een update over stand van zaken. Iedereen die geacht wordt ook maar iets zinnigs te kunnen vertellen over hitte en hoe die te overleven komt opdraven in de media.

Nu is het weer de beurt aan Frank Deboosere, hij belt met Chaima Sai Sai - zeg 'Sjeema Sajsaj'- een nieuwsstem op MNM en blijkbaar ook één van de meest gegoogelde. Ik moet zeggen: de eerste keer vroeg ik me ook af of ik die naam wel goed gehoord had, maar intussen klinkt het al helemaal vertrouwd, het zijn klanken waar je blij van wordt. Maar Frank is dus aan het woord, vandaag zelfs nog meer dan anders als zijn opmerkelijke vrolijke zelf, want hij mag extreme temperaturen aankondigen. Ik kan me wel voorstellen dat je daar, als dagelijkse weerman van dienst in zo'n kikkerlandje als het onze, vrolijk van wordt.

"Het wordt tropisch heet," zegt Frank "en vermoedelijk gaan we vandaag ook het warmterecord breken." Hij geeft ook nog gedetailleerde, regionale verwachtingen mee, want dat kan belangrijk zijn, met een beetje geluk doorkruis je dit land binnen de twee uur, dus je kan maar beter nauwkeurig weten hoe warm het exact onder de voetjes wordt bij grensoverschrijdend gedrag. Het wordt in elk geval overal heet en, naar aloude gewoonte en - als ik me tenminste goed herinner uit de lessen aardrijkskunde- omwille van de zandgronden nog stukken heter in de Kempen. Alleen aan zee blijft het nog draaglijk, want daar waait een lichte zeebries. Een fenomeen dat, aldus nog steeds volgens Frank, meestal voorkomt aan de kust. Dat lijkt mij inderdaad wel logisch.

Ik merk intussen dat ik afrit Wommelgem al nader, dat betekent dus: geen file vandaag, meestal situeert die zich al ergens ter hoogte van Massenhoven. Daar had mijn moeder me dan weer voor gewaarschuwd: dat ik een flesje water moest mee nemen, voor het geval ik bij 40 graden zou stilvallen onderweg. En daar kon ik me dan ook weer iets bij voorstellen. Dat je dat dan, jaren later, nog kan navertellen: ja, ja, die tweede hittegolf van 2019, daar was ik bij. Monsterfile op de E313. Ik heb toen nog een flesje lauw water gedeeld met gestrande lotgenoten, anders hadden we de Carrestel op het parkeerterrein van Ranst niet meer gehaald.

De rest van dag 2 verloopt min of meer als de vorige: ik parkeer mijn auto in een koele, overdekte garage, dus 's avonds wacht mij ook geen stoomoven om terug in te stappen. En daarna wandel ik welgeteld 500 meter, richting nog koeler kantoor. Daar zoemt een bijna industriële koelinstallatie, je zou er een site als BASF lam kunnen mee leggen. Onderweg passeer ik nog de getrouwe dakloze op de stoep bij de Delhaize, hij draagt nog steeds en even onverbiddelijk zijn dikke, gebreide muts. Die heeft wel andere dingen aan zijn hoofd dan wisseling van seizoenen.

Tegen de middag aan moet ik - tot mijn grote schaamte- opbiechten dat ik koude voeten heb. Een collega geeft ook met enige schroom toe dat het toch wel frisjes is op ons kantoor. Onze schaamte en schroom zijn terecht, want we beseffen maar al te goed het decadente aan deze situatie. Een paar kilometer verder op smelten collega's weg achter glas, niet overal draait de airco op volle kracht. En, het hoort nu eenmaal bij onze job: we kennen ook maar al te goed de werkomstandigheden van onze uitzendkrachten. Dus we weten dat daar wel eens fysieke inspanningen bij horen die je niet zomaar weg tovert met een gratis ijsje of veel water drinken. We zijn stiekem blij dat het bouwverlof is. Niet goed voor onze cijfers, maar stuur maar eens iemand een dak op, met dit weer!

Intussen spuwt de stroom aan informatie over het dat warme weer ongenadig voort. Met onrustwekkende weerberichten, al lijkt het soms ook wel alsof er ergens op een redactie toch nog wordt gehoopt op nog hogere warmterecords. Nieuwlezers gooien enthousiast met cijfers als ' misschien wel 40 of 41', en de cijfers achter de komma worden ook heel precies vermeld, zolang het maar in de hoogte gaat. Eindelijk nog eens iets te melden dat mensen bij de pinken houdt, dus het item wordt grondig uitgemolken.

"Morgen een loden, verzengende hitte, nog erger dan vandaag," dreigt David Dehenauw ook nog snel van op een zandstrand, zijn bros staat intussen al lang niet meer zo monter omhoog.

"Ik heb het nu wel gehad," zegt mijn collega lichtjes geërgerd, " ik weet nu wel dat het heet is en hoelang dat nog gaat duren. Ze weten ons verdorie wel op te hitsen!"

Mijn dochter stuurt dan weer een blij bericht: een foto van een gigantische tuinparasol met tekst en uitleg ' Wir haben ein Paraplu!'. Die is dus ook op zoek naar schaduw en blijkbaar in gebrekkig Duits, dat zal ook wel door de warmte zijn. "Gut gemacht," text ik terug.

Dag 3 van de hittegolf is dan weer een heel ander verhaal. Ik heb, bijna tot mijn grote spijt, een dagje vrij. Want ik heb hier bij mij thuis geen airco en ik ben al loom nog voor mijn dag begint. En, ondanks al de goede raad die al passeerde afgelopen dagen, tegen de middag ben ik definitief niet meer in gang te branden. Ondanks al mijn prettige plannen. Ondanks de liters water die ik al consumeerde. Het is bij deze officieel: ik ben niet hittebestendig. Dit valt helemaal niet mee.

Dus nu zit ik zo onbeweeglijk mogelijk op een stoel en tik een blogje, een mens moet toch iets. Misschien geeft die hitte wel wat inspiratie.

En dat is dan weer een verfrissende gedachte.

Reageer via    






Thuis - 04/08/2019

Nog twee weekjes, ik tel dit keer af met iets meer ongeduld.
Naar de Dolomieten gaan stond hoe dan ook al langer op mijn verlanglijstje.
Ze zijn er nu eenmaal en het is niet zo dat ik daar dan ook meteen ga opklimmen, maar ik wil ze dan op z'n minst wel eens in het echt gezien hebben.
En dat mag dus gerust vanaf de begane grond zijn.
Mijn verblijf werd snel en zonder aarzelen geboekt, het is maar één lange dag rijden.

Maar wat mij nog een extra zetje gaf om nu toch nog eens die Brenner Pas over te steken was het vooruitzicht dat me aan Italiaanse kant een boeiend verhaal zal wachten: het relaas van ex collega Charlotte en vriend. Een dik jaar geleden verkochten zij het grootste deel van hun hebben, en het weinige houden dat nog restte werd gewoon mee verkast naar Rocca Bruna, hun nieuwe stek daar in die Dolomieten. Twee jonge mensen die resoluut kozen voor een nieuw leven in een ander land.

Het soort verhalen waar ik dus heel nieuwsgierig van word. En ook een beetje jaloers, want dat moet toch een heerlijk gevoel zijn, zo precies weten waar je thuis hoort. Verliefd worden op een lapje buitenland en dan met grote zekerheid kunnen zeggen: hier wil ik voor altijd blijven. Of net het omgekeerde, je geboortedorp hooguit eens achter laten voor wat city trips en welverdiende vakanties, maar telkens weer een krop in de keel krijgen als je daarna je vertrouwde kerkentoren terug ziet.

Een gevoel dat ik niet echt ken, in elk geval niet zo overweldigend. En waar ik ook nooit veel moeite mee had, zoveel aanleg voor drama heb ik nu ook weer niet. Ik realiseerde het me pas een tijdje geleden toen ik, samen met de dochter, stond uit te kijken over haar Schaffense weilanden. "Ik woon hier zo graag," zei ze, " ik ben zo gelukkig op dit erf." De schoonzoon deed daar vorige week nog een schepje bovenop, ik ving toevallig zijn woorden op: "Ik ben elke avond weer blij als ik hier thuis kom." Het klonk me als muziek in de oren. De jongen die er, in het begin van de love story, terecht, toch niet helemaal gerust in was: hij, behoorlijk honkvast en dan zij, best wel één en ander gewend wat verhuizen betreft, na al die jaren in mijn rusteloze kielzog.

Ik moet intussen al een tiental adressen geclaimd hebben, om dan uiteindelijk terug bij één van mijn beginpunten te belanden. Maar wel nog steeds in diezelfde wetenschap: dit is niet het eindstation. Ooit kom ik nog ergens anders terecht. Waar, geen idee. Ik twijfel tussen een loft op de Markt in Lier, een mobilhome waarmee ik op pensioengerechtigde leeftijd nog een stukje Europa kan afschuimen of, jawel, terug oep de Mèt, nog eens met veel zwier terug naar het Isabellaplein. Letterlijk weer gaan wonen de schaduw van de Basiliek. Maar ik sta alsnog open voor betere suggesties.

Het rare is, ik heb me wel altijd en overal thuis gevoeld, al heb ik daar natuurlijk mijn naam wel mee. Er waren bijvoorbeeld grote en ook piepkleine ( maar dan echt piepklein!) appartementen, een krakend, tochtig huurhuis, een riante villa met veel lichtinval en bijhorende tuin die veel te groot was om er echt van te genieten, het leek veeleer een nooit te winnen race tegen wassend onkruid. Een klein jaar lang vertoefde ik ook in een soort van wooncontainer ergens aan de rand van een woestijn, ik geef toe, dat was veruit één van mijn meest impulsieve beslissingen. Maar dan wel weer één van de meest memorabele, bepalend ook voor wat nog zou komen.

Soms zocht ik het dus wat verder uit de buurt, maar dikwijls bleef ik ook binnen een straal van twee kilometer rond onze Basiliek. Maar overal voelde ik me even thuis. Mijn gevoel van geborgenheid heeft blijkbaar weinig te maken met hoe of waar de bakstenen gestapeld zijn, wel integendeel. Mijn mooiste herinneringen plakken vast aan gezellige buren of het tikken van de regen op een dakraam boven mijn bed. Er waren keukens waar ik samen met de dochter gelachen heb tot we het bijna in onze broek deden. En hier en daar kleeft er ook een goedbedoelde, maar helaas verloren liefde aan zo'n straatnaam. Maar zelfs dat geeft, na verloop van tijd, een soort van zoete berusting. Dan ben je achteraf toch weer blij dat het je pad passeerde.

"Het geeft wel verhaal," zegt m'n dochter, als we het nog eens hebben over ons gezamenlijke nomadenbestaan, de light versie weliswaar.

" Ja, best wel," zeg ik, "zo heb ik je vader voor het eerst gekust in Wilaja de Bordj Bou Arreridj. Een zwoele avond in Algerije."

Maar dat is dan weer een ander verhaal.

Pic: ' Mama-met-haarlak-in-huis' - Realistic Artwork by Arthur Bonnyns

Reageer via    






Kermis - 10/08/2019

De jaarlijkse kermis wordt hier bij ons toch met enige bombarie aangekondigd. Nog voor de foorwagens arriveren valt bij alle inwoners van Scherpenheuvel-centrum een schrijven in de bus, van het gemeentebestuur, over waar en wanneer en voor hoelang de attracties worden opgesteld. Met daarbij ook een duidelijk overzicht van de nieuwe, tijdelijke verkeersregeling. Langs welke straten je wel of juist niet meer mag rijden en waar parkeerverbod geldt. Of waar de bussen van de Lijn voorlopig stoppen en wanneer de handelaars best geen leveringen inplannen. Al bij al toch een ingewikkeld logistiek kluwen, zo'n kermis, en volgens mij moet je al behoorlijk scoren op een test planningsvaardigheden vooraleer je zo'n schema uitgedokterd krijgt. Ik ben dus blij dat een paar slimme mensen dat allemaal in mijn plaats doen, hang de richtlijnen ergens goed zichtbaar in mijn keuken en blijf alzo gevrijwaard van onverwacht ongemak. Laat maar komen, die kermis. Ik ben er klaar voor.

Op social media komen de nakende festiviteiten ook steeds meer in the picture. Elk jaar opnieuw stelt toch weer iemand op Facebook de vraag wanneer die kermis nu weer exact begint en dan hoor je hier en daar al iemand spreekwoordelijk zuchten. Want Ge zaa van Scherpenheuvel of niet, en we hebben het hier over een traditioneel en strak gehanteerd stramien, het zit bij wijze van spreken in ons collectieve geheugen gebeiteld! Maar ik beken, ik twijfel ook altijd weer, maar ik was altijd al slecht met data. Ik ben ooit 40 geworden, op een bezige zondag, en ik had het pas door toen m'n nichtje met een bos bloemen voor de deur stond. Misschien een goede tip voor mensen die het pijnlijk vinden om een jaartje ouder te worden: ga op die cruciale dag in een afgedragen vod een zolderkamer schilderen en je voelt er helemaal niks van.

Maar terug naar de kermis. Een week waarin we ook mogen rekenen op een goedgevulde affiche, met activiteiten voor jong en oud: optredens van ware BV' s, een concert van onze plaatselijke harmonie, beertjeswerpen, vuurwerk. En of je nu graag feest of niet: je wordt gaandeweg toch meegezogen in die broeierige sfeer van beloftes, want KERMIS! Er staat iets te gebeuren!

"Ik ga zelden terrassen," vertelt een buurvrouw een paar dagen voor aanvang, we staan tijdens hittegolf 2 wat te treuzelen in de koelte van de Colruyt, "maar de dag dat de kermis opgesteld wordt zet ik me graag ergens strategisch achter een glaasje wijn. En dan volg ik alles vanop de eerste rij, ik heb al pret op voorhand." Zo zie je maar weer, een beetje voorspel kan ook leuk zijn.

De kermis lééft dus echt wel in onze stad en iedereen heeft wel ergens iets met die foor. Bij mij uit zich dat meestal in het heerlijke vooruitzicht van nieuwe schoenen aan m'n voeten! Ook dit jaar staat er nog een paar nagelnieuw te blinken op mijn kastje in de hal. Hoge hakken die ik al ergens kocht in april, maar nog even spaarde 'voor de kermis'. Nog een lichte afwijking die ik meesleep uit mijn kindertijd, toen kregen we namelijk voor speciale gelegenheden een nieuw kleed, ons 'zondagskleed', en het duurde daarna nog heel lang voor je dat ook gewoon tijdens de week mocht dragen. Die van mij werden allemaal op maat gemaakt door Frieda de naaister, in een stofje van Diolen of Terlenka. Met zo'n kraakwit, gesteven kraagje. En we kregen 'pree', centen die mijn nichtje en ik voornamelijk op smodderden bij foorkramer Pierre, hij stond met zijn draaimolen op de Zuidervesten en die molen heuvelde zo lichtjes op en af, die had niet zo'n saai, vlak plateau. Als je in het juiste karretje kroop duizelde je van links naar rechts en ook nog eens van boven naar onder. Draaivermaak op Disney niveau, toen al. Wie de flosj pakte kreeg nog een rondje gratis. Uren en uren hebben we bij Pierre gesleten, en geen greintje misselijk.

" Flauwkes," zegt mijn dochter, als ik haar een stukje laat lezen over mijn vroegste belevenissen op de kermis. Maar ik zwijg wijselijk over de kermisnachten die later volgden, toen er dan weer tot in de vroege uurtjes gefeest werd in 't Straike en Oep de Gemainte. Ik herinner me donderdagse hoogdagen waar ik ook hier maar best niet meer ga over uitweiden. En, om eerlijk te zijn, er zitten ook wel een paar donderdagen bij waar ik me hoe dan ook nog bitter weinig van herinner. Alleen dat ik 's anderendaags wakker werd en heel Scherpenheuvel draaide, die molen van meneer Pierre was er niks tegen.

Helaas kan ik dit jaar niet voluit mee zwalpen op het feestgedruis, ik moet werken en dan rinkelt mijn wekker altijd zo genadeloos vroeg. Maar ik besluit toch mijn belangrijkste tradities in ere te houden: een kermis friet op dinsdag en een grote zak smoutebollen op donderdag. En in elk geval een avond op de hort met een paar schromelijk verwaarloosde vriendinnen. Want hoe plezant onze kermis ook is, hij trekt me ook iedere keer nog eens venijnig aan de oren: dat ik ronduit een slechte vriendin ben, zo'n gejaagd, druk mens met altijd te weinig tijd voor mensen die zonder twijfel meer aandacht waard zijn. Wel altijd in de weer met goede voornemens en beloftes, dat we vanaf nu vroeger en veel meer gaan afspreken, maar plots zijn we dan toch weer een jaar verder.

Intussen zijn de molentjes alweer weg, maar dit is alvast een voorlopige balans:

oDat de frieten knapperig en kermiswaardig gezouten waren.

oDat ik lichtjes overdreven heb met die smoutebollen.

oDat ik-nochtans vanop mijn eigenste terras en dus vanuit ideaal perspectief-heel onnozele foto's gemaakt heb van het vuurwerk. Altijd net iets te vroeg of te laat afgedrukt, dus je ziet enkel wat witte stipjes tegen een donkere achtergrond. Er is een reden waarom je mij weinig tegen komt op Instagram.

oDat het heerlijk bijbabbelen was met de vriendinnen en dat ik dit keer, echt, echt, echt plechtig beloof dat wat vaker te doen.

oDat mijn nieuwe schoenen precies toch wat knellen.

"Dat is normaal," zegt mijn moeder, "een nieuwe schoen moet je altijd eerst een beetje inlopen."

Heel anders dan met een zondagskleed.

Reageer via    






Afkicken - 16/08/2019

16/08 - Dag 2

Vandaag zijn we dus mijn extra vrije dag. De eerste 'brugdag' die ik maak dit jaar, maar toch wel goed geregeld, vind ik. Het geeft me alle tijd om mijn koffers te pakken. Alleen: ik vertrek pas overmorgen en het lijkt me nogal onnozel om nu al de helft van mijn kleerkast in zo'n benepen trolley te duwen. Bovendien ga ik maar een weekje weg, dus van een echte volksverhuizing kan je hier ook niet spreken.

Misschien moet ik maar gewoon eens niks doen, vandaag. Het leven even uit zetten. En daar wringt het schoentje al …ik ben daar namelijk niet zo goed in. Ik kan bij momenten wel degoutant lui zijn, maar niet zomaar, zonder geldige reden. Ik ben een vrouw van lijstjes, ze zitten misschien niet altijd even logisch gestructureerd in mijn hoofd, maar aan het eind van de dag zijn al de opgesomde taakjes meestal wel netjes afgevinkt. Ik brabbel hier wel eens met geveinsde nonchalance over 'la vie comme elle vient', maar als het er op aan komt zet ik de dingen toch liefst naar mijn hand.

Komt nog bij, en ik lees dat dan ook weer toevallig op zo'n dag als vandaag: als je wat langer op hoog inspanningsniveau hebt gewerkt kan je maar beter geleidelijk afbouwen. Zomaar cold turkey afkicken is slecht voor de gezondheid, zwaarbelaste managers riskeren zelfs de kans op een hartinfarct. En ik draag al lang niet meer zo'n verpletterend statuut, maar kijk, een verwittigd mens is er twee waard.

Dus ik verzin wat minder dringende, doch nuttige zaken waar ik me vandaag misschien nog lichtjes kan in opjagen. Helemaal bovenaan mijn lijstje prijkt de carwash, want mijn auto ziet er echt niet uit. Een grondige poetsbeurt dringt zich op, aan binnen-en buitenkant, jawohl. Want straks doorkruis ik ook Duitsland, toch een natie van Gründlichkeit. En dan zeggen ze daar misschien achteraf, als ik het land weer verlaat, nog iets goedkeurends in de zin van: ze was wel niet van de grootsten, maar 't was wel een proper. Je laat toch altijd liever een nette indruk na.

Een paar uurtjes rondstruinen in Aarschot lukt ook nog, dan kan ik om wat reislectuur langs de Standaard en ik moet hoe dan ook nog een cadeautje kopen voor de jongste aanwinst in onze Thuys familie, een volgende babyborrel komt er aan. Ik kijk wat rond in quasi elke winkel die ik tegen kom, pas links en rechts ook nog dingen die ik met grote zekerheid niet ga nodig hebben in de bergen en slaag er in om ergens onderweg mijn autosleutels achter te laten. Niks nieuws, ik blijf daar ook vrij kalm bij, maar ik moet natuurlijk mijn tocht hervatten, in omgekeerde volgorde.

Om maar te zeggen: we komen wel stilaan in slow motion, maar op verantwoorde wijze.

Reageer via    






VAKANTIE - 16/08/2019

"Ik vind, als je zo in je eentje naar een ander land trekt, dat je ons op z'n minst op de hoogte mag houden van je reilen en zeilen. Elke dag met een kort blogje, bijvoorbeeld."

Aan het woord was mijn dochter, vanmiddag. Volgens mij is ze er niet helemaal gerust in. Maar korte blogjes, dat moet wel lukken, al zullen ze af en toe wel met terugwerkende kracht geschreven worden. Want laat ons wel wezen: een mens moet af en toe ook eens niks doen, op vakantie. En zoveel avontuur beleef ik nu ook weer niet.

"En je mag wel eens een dagje overslaan," doet mijn kind nog toegeeflijk.

Maar laat ik dus keurig beginnen bij het begin: mijn laatste werkdag, die met de goede

14/08 Out of Office

En oef! Het is zover, vanaf morgen heb ik officieel vakantie, twee dikke weken zelfs, want ik pik ook nog, slim uitgekiend, een verlengd weekend mee. Bovendien speel ik vandaag bij wijze van spreken ook nog een thuismatch, in Heist-op-den-Berg om precies te zijn, dat betekent dus nog een extra uur gewonnen. Als ik dan toch m'n zegeningen tel doe ik dat liefst nauwkeurig.

Echt wel tegen mijn gewoonte in begin ik al een kwartiertje te vroeg mijn spullen op te rommelen. Het kan me opeens niet snel genoeg meer gaan.

"Kan ik nog iets voor je betekenen," vraag ik nog schijnheilig aan m'n collega, maar die weet ook wel hoe laat het is.

"Maak dat je weg komt," zegt ze, "ga ergens lui liggen!"

Dus ik beantwoord nog snel een laatste mail en stel dan mijn ' Out of Office ' in. Ik twijfel tussen een professionele boodschap of ook zo'n grappige zoals ik deze zomer nog las:

'Beste, ik geniet momenteel van een welverdiende vakantie. Bij problemen: contacteer mijn teerbeminde collega's. Of laat het gewoon los, dat ga ik nu ook doen.'

Toen ik die bewuste schrijver twee dagen voor zijn welverdiende vakantie nog aan de telefoon had formuleerde hij het wel enigszins anders:

"Ja, Mie, ik heb bijna verlof, dus ge weet het eh, ze kunnen dan allemaal mijn gat kussen en zo."

Stoere taal waar ik, eerlijk gezegd, geen woord van geloofde.

"Want hier werken best wel rare mensen," zeg ik nog tegen m'n Heistse collega, "hoe zot wij soms bezig zijn met ons werk. Die betrokkenheid."

"Actief ben je, dat word je niet" wijst ze naar de tekst die sinds kort- en blijkbaar terecht- de muren van onze kantoren siert. Want het is waar en de uitzonderingen zullen natuurlijk wel weer de regel bevestigen, maar we hebben er meestal wel plezier in, zo met z'n allen.

En dan vertrek ik. Meteen radicaal omschakelen naar helemaal niks kan nog even niet, want ik moet nog snel ergens iets scoren voor het avondeten, dat is dikwijls de laatste race tegen de tijd en ook nog geografisch bepaald: waar op weg naar huis passeer ik een winkel die nog open is? Ik moet intussen de openingsuren van zowat alle supermarkten in provincie Antwerpen uit het hoofd kennen. En bij hoogdringendheid ook de sluitingsdagen van de betere frituristen. Maar vandaag haal ik nog met gemak elke winkel naar keuze, een uurtje later sta ik al traag in potten te roeren in mijn keuken. Geen kant en klaar gerechtje vanavond, er pruttelen verse, home made dingen op mijn vuren. Slow cooking, deze vrouw heeft namelijk vakantie! En eerlijk gezegd, intussen ook al heel veel honger.

't Is toch wennen, zo opeens een zee van tijd hebben.

Reageer via    






Inpakken - 17/08/2019

Ik pak eindelijk de koffers en oefen praktisch taalgebruik voor onderweg. In chronologische volgorde, volgens www.routenet.be:
Dag 1: Wo ist die nächste raststätte bitte?
Dag 2: Qual è la strada per le dolomiti?
Dag 3: Un vino rosso per favore!
En daarna zien we wel. Of niet meer, maar dan heb ik toch al van een Italiaanse druif geproefd. Schijnt de moeite te zijn.

16/08 - dag 2

Vandaag zijn we dus mijn extra vrije dag. De eerste 'brugdag' die ik maak dit jaar, maar toch wel goed geregeld, vind ik. Het geeft me alle tijd om mijn koffers te pakken. Alleen: ik vertrek pas overmorgen en het lijkt me nogal onnozel om nu al de helft van mijn kleerkast in zo'n benepen trolley te duwen. Bovendien ga ik maar een weekje weg, dus van een echte volksverhuizing kan je hier ook niet spreken.

Misschien moet ik maar gewoon eens niks doen, vandaag. Het leven even uit zetten. En daar wringt het schoentje al …ik ben daar namelijk niet zo goed in. Ik kan bij momenten wel degoutant lui zijn, maar niet zomaar, zonder geldige reden. Ik ben een vrouw van lijstjes, ze zitten misschien niet altijd even logisch gestructureerd in mijn hoofd, maar aan het eind van de dag zijn al de opgesomde taakjes meestal wel netjes afgevinkt. Ik brabbel hier wel eens met geveinsde nonchalance over 'la vie comme elle vient', maar als het er op aan komt zet ik de dingen toch liefst naar mijn hand.

Komt nog bij, en ik lees dat dan ook weer toevallig op zo'n dag als vandaag: als je wat langer op hoog inspanningsniveau hebt gewerkt kan je maar beter geleidelijk afbouwen. Zomaar cold turkey afkicken is slecht voor de gezondheid, zwaarbelaste managers riskeren zelfs de kans op een hartinfarct. En ik draag al lang niet meer zo'n verpletterend statuut, maar kijk, een verwittigd mens is er twee waard.

Dus ik verzin wat minder dringende, doch nuttige zaken waar ik me vandaag misschien nog lichtjes kan in opjagen. Helemaal bovenaan mijn lijstje prijkt de carwash, want mijn auto ziet er echt niet uit. Een grondige poetsbeurt dringt zich op, aan binnen-en buitenkant, jawohl. Want straks doorkruis ik ook Duitsland, toch een natie van Gründlichkeit. En dan zeggen ze daar misschien achteraf, als ik het land weer verlaat, nog iets goedkeurends in de zin van: ze was wel niet van de grootsten, maar 't was wel een proper. Je laat toch altijd liever een nette indruk na.

Een paar uurtjes rondstruinen in Aarschot lukt ook nog, dan kan ik om wat reislectuur langs de Standaard en ik moet hoe dan ook nog een cadeautje kopen voor de jongste aanwinst in onze Thuys familie, een volgende babyborrel komt er aan. Ik kijk wat rond in quasi elke winkel die ik tegen kom, pas links en rechts ook nog dingen die ik met grote zekerheid niet ga nodig hebben in de bergen en slaag er in om ergens onderweg mijn autosleutels achter te laten. Niks nieuws, ik blijf daar ook vrij

Om maar te zeggen: we komen wel stilaan in slow motion, maar op verantwoorde wijze.

Reageer via    






En wegwezen - 18/08/2019

Dag 4

Vroeg begonnen is half gewonnen. Dus ik vertrek op een deftig uur en voor ik het weet zit ik al over de Duitse grens. Ik rijd door Nordrhein-Westfalen, om precies te zijn, één van de deelstaten, dat herinner ik me nog uit de lessen aardrijkskunde van weleer. Toen we ook nog leerden over de zware staalindustrie in het Duitse Ruhrgebied.

Ik passeer ook Düren, een stad waar mijn grootvader wel eens naar verwees.

"Düren is een schone stad, maar blijven duren, dat is iets anders," zei hij dan.

Ik overweeg nog om de afslag te nemen en eens even te gaan kijken, daar in Düren, maar ik betwijfel of ik dan in zijn voetstappen treed, ik denk niet dat hij daar ooit is geweest. En zijn herinneringen aan Duistland waren hoe dan ook aan de grimmige kant.

Ik moet trouwens nog een eindje door, helemaal naar Ulm, mijn eerste stopplaats. Echt exotisch klinkt dat niet, maar Ulm is een stadje an der schöner Donau en daar heb ik toch al veel goeds over gehoord. De kans is dus groot dat ik straks flaneer langs de oevers van een traag stromende rivier.

Alles gaat vlot: ik laat de gietende regen achter mij, luister (per ongeluk, maar schoon, echt!) naar een pianoconcert van Brahms op een Duitse zender en permitteer me een vettige hap in een wegrestaurant. Met ook nog zo'n waterige warme choco uit de automaat, dan is het voor mij pas echt vakantie. Duitsland doorkruisen is ook niet moeilijk, dat is gewoon immer gerade aus, niks aan. En net als ik denk: dit is kinderspel, kom ik dan toch in een serieuze file terecht…ein Stau, noemen ze dat in hier in die Nachrichten, ja, op die manier gaat mijn Duits er wel op vooruit.

Ik check dus wat later dan voorzien in bij zo'n doorreishotel, maar kan nog een klein stukje Ulm beleven. Ulm is gezellig, heel erg Duits, met van die peperkoeken huisjes, en iemand vertelt me ook heel trots dat ze hier de hoogste kerktoren ter wereld hebben. En ook nog, absoluut het vermelden waard : alles ademt hier Kaffee und Kuchen.

Aanrader: Pfannkuchen mit Apfel und Minze, vraag er ook nog wat Schlagsahne bij. Top!

Reageer via    






Op de berg en in het bos - 20/08/2019

Dag 5 en dag 6.

Ja, ik heb een dagje overgeslagen, dag 5 is er bij ingeschoten. Al had ik wel verhaal, want de autorit van Ulm naar de Dolomieten was behoorlijk pittig. Eerst was er De Brenner Pas, maar die oversteken is als eten van zoet koekebrood, daar had ik me zorgen gemaakt om niks. Ik had het traject op voorhand even gegoogeld en dan krijg je inderdaad plaatjes te zien van metershoge bruggen en kronkelende wegen doorheen indrukwekkende berglandschappen, maar in 't echt zoef je als een haas over een comfortabele autostrade, je merkt amper dat je bij momenten hoog boven een dal hangt. De indrukwekkende landschappen zijn er dan weer wel, overal waar je kijkt.

Maar de weg die daarop volgde was andere koek! Veel gekronkel, haarspeldbochten, bergop en bergaf en dat alles door de gutsende ( GUTSENDE, ik overdrijf niet!) regen. Insiders die nu meelezen kunnen zich daar wel iets bij voorstellen, want mijn rijkunst is belabberd. Gelukkig is er altijd licht aan het einde van de tunnel- ik ben er heel veel gepasseerd dus ik ben vrij zeker- en toen ik uiteindelijk, een paar uur later dan voorzien, Rocca Pietore bereikte scheen zowaar de zon! Nog wat aarzelend, maar toch.

Het laatste smalle, uiterst steile paadje helemaal omhoog naar Caracoi Cimai bezorgde me nog even serieus de bibber ( stilgevallen, maar gelukkig door een charmante chauffeur gered uit mijn benarde situatie, zéér behulpzame mensen hier), maar eenmaal ter bestemming was het duidelijk dat alles toch weer de moete waard was geweest!

Er wachtte mij namelijk méér dan het ideale plaatje: een warm onthaal, een uiterst gezellige B&B, en alweer, overal waar ik keek: schitterende vergezichten. En stilte! Thuis word ik meestal even wakker als het eerste verkeer door onze straat dendert, maar hier ontwaakte ik vanmorgen enigszins verbaasd door zoveel stilte. Maar voor de rest: geslapen als een blok, 't was nodig.

En nu zijn we dus dag 6.

Officieel de eerste volledige dag 'vakantie': mijn auto mag blijven staan waar hij staat, ik word nergens verwacht, alles kan en niks moet. Ik zit boven op een berg en ik heb de hele dag voor mij alleen. Ik besluit gewoon wat rond te snuffelen, kijken wie, wat, waar en hoe dat hier in mekaar zit. Alles begint met een ontbijt dat al lekker voor mij klaar staat en daarna daal ik zo outdoor mogelijk toch maar de berg af: zonder lippenstift en met makkelijke wandelschoenen. En, het is tegen mijn stylingprincipes, maar een handig rugzakje maakt het helemaal af. En een windjack, dat al heel snel weer in dat rugzakje verdwijnt want voor ik het weet is het hier 28 graden!

Maar ik vind onderweg koelte in bossig gebied en links en rechts passeer ik zelfs nog een klaterend beekje, ook weer het enige geluid in die oorverdovende stilte. Als dit geen dag van zelfreflectie wordt, dan weet ik het ook niet meer. Ik voel het, ik ga mezelf nog helemaal tegenkomen in de natuur, je hoort dat wel meer. Maar ik kom nét iets sneller aan in Alleghe, een stadje met dan weer alle voorzieningen voor de verwende toerist: een glad, helder meer, roeibootjes, terrasjes, ristoranti. Dus ik proef van alles: de sfeer op de plaatselijke markt, de rust in het schattige kerkje, een stevige espresso en een delicieus lekker lapje rundvlees, gekruid met rozemarijn. Dat laatste op een terrasje met alweer betoverend uitzicht op dat glinsterende meer, of wat hadden jullie gedacht?

Vakantiegevoel? Zeker weten! Weinig nog aan toe te voegen, tenzij morgen meer van dat.

Reageer via    






Lanterfanten - 21/08/2019

Ik zit al vroeg in de ochtend op mijn terras- met-fantastisch-uitzicht- op -de-Civetta, mijn laptop in de aanslag, helemaal klaar om nog een hoofdstuk voor boek 3 te schrijven.

Maar helaas, en ik zou dat al lang moeten weten, zo werkt het niet, inspiratie komt niet op commando.

En, raar maar waar, ook zelden in zo'n zalige omgeving als deze. Misschien kan ik dan maar best gewoon genieten van wat de dag zelf me brengt.

"Caprile is nog wel een leuk dorpje," zegt gastvrouw Charlotte, "en je kan er naartoe wandelen via Pezzè, helemaal door de bossen." Ze toont me de route op een grote landkaart, zegt "hier rechts en daarna rechts en dan weer links", dus ik neem voor alle zekerheid toch maar een foto met m'n smartphone.

"En als je wil," zegt ze, "pik ik je vanavond op onderaan de berg, ik passeer daar toch." Daar zeg ik dus niet neen tegen, want gisteren heb ik de tocht terug naar boven helemaal te voet gedaan en ik moet zeggen, dat was niet het moment om vrolijke selfies te nemen!

Ik gooi wat levensnoodzakelijke dingen in mijn rugzakje en ga weer op pad, over zeer hobbelige paadjes, maar gelukkig in dalende lijn. En ik zei het gisteren al: de stilte in zo'n bos doet iets met een mens, al was het maar omwille van het feit dat je niet meer geordend kan denken. Het pad is hier niet recht en keurig uitgestippeld, nergens staat een stoplicht dat zegt 'Halt! Tot hier en niet verder!' Dus mijn gedachten schieten al even ongecontroleerd alle kanten uit, hier komt de inspiratie dan weer wel…

In Pezzè aangekomen twijfel ik toch nog even over welke richting juist te nemen en ik ben niet zo'n held in kaartlezen, maar een oudere dorpsbewoner - ja, echt, zo'n verweerd stripfiguurtje op een bankje voor een huisje- wijst me met veel gebarentaal de weg. Maar ik zie hem wel denken, wat bezielt zo'n vrouw in godsnaam, om hier wat komen rond te stappen, met verhit hoofd en dan ook nog eens met zo'n stijlloos rugzakje! Tja, wij doen dat voor ons plezier, meneer, wij noemen dat 'vakantie'. Of ' herbronnen', als je meer naar de zweverige kant neigt.

In Caprile trakteer ik mezelf op een copieuze pizza, nu ik dan toch in Italië ben. En een paar uur later lepel ik ook nog een grote coupe ijs weg, una Coppa Dolomiti, want ik ben dus nog steeds in Italië en daar moet je gewoon van de lekkere gelato geproefd hebben.

Dus, kort samengevat, dag 7: een dagje van eten en lanterfanten in het dal en daarna mét chauffeur terug de berg op. Waar het nu trouwens stevig begint te onweren, ik bereid me voor op een spannende lichtshow.

En o ja, daarstraks toch alvast de definitieve titel voor boek 3 bedacht:

Ella en Roos.

Leve het bos!

Reageer via    






Het verhaal - 22/08/2019

Eén van de redenen ook waarom ik precies naar deze bergketen wou komen was nieuwsgierigheid. Ik was nieuwsgierig naar het verhaal van Hans en Charlotte. Ik wou nu wel eens uit eerste hand horen hoe dat voelt, zo verkassen naar een ander land. Zelf heb ik dat ook wel eens halfslachtig gedaan, lang geleden, maar enkel met tijdelijke bedoelingen, nooit met de intentie om ergens te blijven tot het eind mijner dagen. Dan is zo'n contract van onbepaalde duur toch wel van een andere insteek.

"Wij willen nooit meer terug" is in elk geval één van de eerste zinnetjes die ik hoor als ik op Rocca Bruna - zeer hartelijk- word ontvangen. Voor mij staan twee gelukkige mensen, geen twijfel mogelijk. Ik kende Charlotte altijd als een uiterst aangename collega, maar nu straalt ze net een paar graden warmer. Van Hans kan ik verschil tussen voor en na niet inschatten, maar hij bevestigt vol overtuiging: dit is het leven!

We praten natuurlijk bij, die eerste avond al.

"Schuif straks maar mee aan tafel," zegt Charlotte, "we hadden gisteren barbecue en er is nog meer dan genoeg over. En jij ben toch de vrouw van restjes?"

Het typeert haar meteen als de betere gastvrouw: dat ze bezoek à la carte verwent! Want ze weet dat dus nog, op het werk eet ik dikwijls mijn overschotjes van de avond ervoor, opgewarmd is dubbel zo lekker!

Dat het jonge paar werd aangetrokken door dit landschap kon ik op weg naar hier zelf al wel inschatten, het natuurschoon is hier overweldigend. Maar dan nog, hoe kom je hier zo terecht, helemaal boven op een berg? Toen ik het laatste weggetje in sloeg vroeg ik me zelfs af of het wel echt een weggetje was! En wat doet je dan besluiten om uitgerekend hier je eigen nest te bouwen?

"Dat was niet helemaal louter toeval," zegt Hans, "we kwamen hier al regelmatig skiën, dus het was geen ongekend terrein. En we werden gewoon zwaar verliefd op deze streek."

Zo simpel kan het dus zijn, al vertrokken ze niet onbezonnen, er ging wel degelijk een serieus businessplan aan vooraf. En op de verhuiswagen zat ook een grote koffer vol flexibiliteit, ze waren niet blind voor mogelijke obstakels. Af en toe het roer omgooien hoort nu eenmaal bij het leven, ook als je boven op een berg komt te zitten.

Maar het blijft natuurlijk bijzonder dapper, van de ene dag op de andere alles wat vertrouwd is achter laten. Niet meer omkijken. Opeens moet je naar een andere supermarkt, je kapper spreekt enkel Italiaans en je bakker verkoopt geen groot grijs gesneden meer. Méér zelfs, je springt niet zomaar nog snel binnen bij de bakker! Carracoi Cimai ligt dan misschien maar op 3 kilometer van het dal, maar de weg er naartoe is smal en uiterst steil. Ik heb het traject één keer te voet afgelegd en werkelijk, daar zou ik ook nog een apart blogje kunnen aan wijden. In de zomer is het nog behoorlijk te doen met de wagen, tenzij je Mieke Thuys heet, ergens halverwege op weg naar boven stil valt en dan je auto niet meer in de juiste versnelling krijgt…

Maar in de winter is het een ander verhaal, dan komt er amper iemand langs en al zeker geen toeristen. Dan blijven de luikjes van de vakantiewoningen maandenlang dicht.

"Dan wonen we hier nog met 12," zegt Hans, " Wij 2 en onze 10 buren."

Een zeer kleine en blijkbaar ook hechte gemeenschap, want het vertrouwen is groot, niemand doet hier ooit zijn deuren op slot. En je moet als dief natuurlijk al over een stel stevige kuiten beschikken om het op dit soort hellingen op een lopen te willen zetten. Mogelijks passeren nog wel een paar andere bezoekers: elk jaar weer de 3 mannetjesherten, op zoek naar de plaatselijke reeën en links of rechts misschien wel eens een wolf. Klinkt best eng, maar als je rustig blijft kan er naar het schijnt niet veel gebeuren. Al ben ik wel blij dat ik slechts een paar lome, zonnebadende salamanders heb gespot.

Over comfort wordt hier ook niet gezanikt, zelfs niet tijdens de barre wintermaanden.

"We zijn niet meer de Middeleeuwen, we hebben water en elektriciteit, " zegt Charlotte, "en in de winter verwarmen we voornamelijk met hout." Iedereen heeft hier ook een houtkachel om op te koken. "Zéér aan te raden", zegt ze, "een bolognese die 4 uur heeft staan pruttelen, dat is om duimen en vingers bij af te likken."

En zeggen dat ik al vind dat ik artisanaal bezig ben als ik zelf mijn patatten schil…

Iedereen schijnt hier ook zeer handig te zijn met sneeuwkettingen, maar af en toe is berusten in de wetten van de natuur het enige wat je kan doen.

" Als het te fel ijzelt en je kan de berg niet af, dan kan je ook de berg niet af," zegt Hans.

Niemand die daar moeilijk over doet. Ook niemand die hier zit te knorren over te vroeg of te laat of te veel of te weinig gestrooid.

En verveling?

"Integendeel," zegt Charlotte, "het is zelfs heel erg wennen als we weer eens in een drukke stad komen."

Het lijkt me al bij al een vrij eenvoudige rekensom: boven op een berg is het leven misschien wat ruwer, maar in ruil daarvoor komt dan weer tijd in de plaats. En rust. Het is geen leven van dolce far niente- hak maar eens voor zo'n volle winter hout bij mekaar- maar ze lachen hier wel eens hartelijk om onze strakke wereld van tikkaarten en haastig gejakker.

Als je de berg niet af kan, dan kan je de berg niet af.

Reageer via    






Plezier in Trier - 24/08/2019

Dag 9.

Het plezante aan deze vakantieblogjes is de interactie met het thuisfront. Bijna dagelijks krijg ik wel een gouden tip over wat ik zeker moet gaan doen of zien, of gewoon, goede raad. Zo waarschuwde een vriendin me -al heel vroeg in de ochtend van dag 9- dat ik, op de terugreis, zeker moest opletten voor everzwijnen op de weg. Nu, ik kan haar gerust stellen, ik heb alleen, nog ergens hoog in de Dolomieten, twee geitjes gezien en die kon ik gelukkig net ontwijken.

Verder waren er enkel nog de lange files, en daar was helaas geen ontkomen aan. Duitsland op een vrijdagnamiddag: ellende! Gelukkig ben ik op dat vlak één en ander gewoon, dus als het verkeer echt volledig stil komt te staan ligt er nog altijd een boekje met Zweedse kruiswoordpuzzels in mijn handschoenvakje. Niveau 2-3, simpele denksport om de tijd te doden, het is niet de bedoeling dat ik er ook nog eens koppijn bij krijg. Om jullie een idee te geven: dit keer heb ik bijna een volledig boekje ingevuld, ergens in de buurt van Karlsruhe, en ik heb ook nog 3 Granny koeken gegeten, die zitten sinds kort ook in mijn overlevingspakket.

Dag 9 was dus een dag van afwisselend stapvoets aanschuiven en stilstaan, maar dan op het eind van de dag toch nog een race tegen de tijd want ik moest ten laatste om 22u inchecken in mijn hotel in Trier. Dat is ook gelukt, met zelfs nog een ruime marge van 12 minuten. Maar daarna ging bij wijze van spreken het licht uit, gelukkig viel ik in een zacht bed.

Dag 10

Een dagje Trier. Een dagje vol verrassingen! Ik moet zeggen: ik heb nooit veel met Duitsland gehad, ik was er altijd op doortocht, op weg naar één van de buurlanden. Als kind ben ik misschien wel eens met mijn ouders in Heidelberg gestopt, maar meer zal het niet zijn. En ja, er was ook nog een weekend Berlijn, een uitstap met het werk, maar die dingen zijn meestal zo strak georganiseerd dat je amper een local van dichtbij te zien krijgt. In mijn hoofd leek Duitsland een soort landkaart met lange, grijze autobahnen en daarop veel dikke Duitsers.

Ik dacht ook, die Duitsers, die praten heel luid en nadrukkelijk en af en toe klikken ze met de hielen. Niets is minder waar! Als je staat op een vriendelijke bediening of als je 100 keer per dag 'Noch einen schönen guten Tag' wil gewenst worden, dan moet je hier naartoe. Zelden zo'n gastvrij volk ontmoet!

Het maakt dat ik de gouden tip voor dag 10 min of meer uit het oog verlies. Want voor vandaag is er een vriendin die zegt: oefen zeker je Latijn! Trier heeft namelijk wel één en ander te bieden dat nog verwijst naar de Romeinen. Dus ik start de dag vol goede bedoelingen. De Porta Nigra kan je natuurlijk moeilijk ontlopen en de Dom wandel ik ook binnen. Al moet ik zeggen, daarvan ben ik niet meteen omver geblazen, maar op dat vlak zijn wij in Scherpenheuvel natuurlijk meer gewoon.

Maar het is gewoon alles en iedereen wat ik nog tegen kom tussen die twee monumenten dat me verleidt tot alles behalve historische interesse: dat is hier één groot winkelparadijs, met heerlijke terrasjes ook en gezellige mensen! Ik laat me dus weer eens volledig gaan, ik lik ijsjes, drink Gerolsteiner Sprudel met schijfjes citroen, kies een schattig souveniertje, koop ook nog overbodige dingen in de solden, al was het maar om de verkoopsters een plezier te doen. Want die zijn hier namelijk ook fantastisch, super vriendelijk en behulpzaam, zelfs in de grotere ketens. Niemand die ergens verveeld kauwgommend T-shirts staat te plooien, ik heb het al anders gezien.

En om volledig in de clichés te blijven: een schnitzel kan er dan er ook nog bij, al nuttig ik die wel in 'Ein historischer Keller'. Toch nog een beetje cultuur.

Maar ik beloof beterschap voor morgen, dan resten mij nog een paar uurtjes Trier, voor ik echt terugkeer naar huis. Ik pik dan nog snel wat bezienswaardigheden mee. En intussen oefen ik nu braaf mijn Latijn:

Carthago delenda est!

Ik weet het, dat slaat nergens op, maar 't is zo het eerste wat mij terug te binnen schiet. 't Is ook allemaal lang geleden.

Reageer via    






Koele kelders - 27/8/2019

Nu week 2 van mijn jaarlijkse zomervakantie ook kalmpjes naar de helft hobbelt begin ik onbewust toch alweer rekensommetjes te maken, ik noem dat hoofdrekenen voor rusteloze zielen: hoeveel vakantiedagen resten mij nog en heb ik mijn vrije dagen tot dusver wel goed besteed? Heb ik wel genoeg gereisd, gelummeld, gelezen, genoten, moet ik misschien ook nog noodzakelijke dingen doen waarvoor ik enkel tijd vind tijdens de vakantie?

Vooral in het verzinnen van die noodzakelijke dingen ben ik sterk. Zo overweeg ik om vandaag misschien toch maar eens mijn kelder onder handen te nemen. Want we zijn nu officieel hittegolf nummer 3 van 2019, het gaat hard dit jaar, en dat soort temperaturen leent zich niet echt tot veel activiteit buitenshuis, alleszins niet voor mij, mijn gevoelig velletje gruwt van overvloedig zonnekloppen. En die kelder staat hoe dan ook al een tijdje op mijn to do lijstje. De overbodige rommel heb ik een paar weken geleden al in zorgvuldig gesorteerde vrachten naar het containerpark gebracht, maar de vloer smeekt nog om een deftige schuurbeurt. Dus deze hete dag lijkt me zonder meer het ideale moment om met emmers water te gaan kletsen in een koele kelder. En met zo van die goeie, ouderwetse bruine zeep, de geur zal nog dagenlang door het huis kringelen en iedereen die komt aanbellen gaat goedkeurend knikken van: "Amai, hier is precies hard gekuist!" Ik zie mij al blinken.

Het is nog heel vroeg in de ochtend als ik, nog wat verfrommeld, in mijn bed deze dag lig te plannen, maar mijn inwendig klokje begint al snel wat luider te tikken. Sta op, sta op en begin eraan! Terwijl ik dan even later, bij een derde tas koffie en een bijzonder grondig informerende Dag Allemaal- we zijn tenslotte nog steeds vakantie- toch lichtjes twijfel of dat wel zo'n goed idee is: in kelders kruipen als de zon zo gewillig schijnt? Want er is een waslijst aan mogelijkheden om je vrije dagen door te brengen, gaande van wildkamperen tot je quasi levend laten grillen op een strand. Of je kan cultuur gaan opsnuiven in steden met een rijke geschiedenis. Thuis blijven komt de laatste tijd ook steeds meer in trek, mensen die zeggen: ik blijf zo dicht mogelijk bij huis, ik heb geen boodschap aan een kleffe trektocht door Vietnam. Staycation noemen ze dat, je voert dan meestal wel geen klap uit, maar je kan er toch nog hip mee uitpakken op Instagram. Maar nergens hoor of lees je eens iets over kelders schuren.

Bij twijfel is Wikipedia dikwijls mijn gouden gids. En daar vind ik de definitie, letterlijk: Vakantie is een meerdaagse periode waarin een persoon zijn gewoonlijke dagelijkse activiteiten staakt. En verder lees ik nog wat over de bedoeling van vakantie, alles wat je dan al dan niet onderneemt zou zonder meer moeten bijdragen tot een algemeen gevoel van welbevinden. Je moet er gelukkig van worden.

Dus ik trek met gerust gemoed een paar verdiepingen lager: kelders schuren behoort heel zeker niet tot mijn dagelijkse activiteiten. En mijn geluksgevoel stijgt met de minuut en recht evenredig met elke extra geut D'OR, savon liquide naturel, reinigt grondig al uw vloeren.

Probeer het maar eens.

Reageer via    






De Beumkes - 01/09/2019

We zijn de laatste dagen van augustus en, hoewel ik al lang niet meer het ritme van schooljaren volg, dit keer zit ook mijn verlof er bijna op.
Nog twee dagen collectief uitbollen en dan schiet de wereld weer in een hogere versnelling.
Het geeft toch altijd een dubbel gevoel.
Enerzijds is er een beetje spijt dat het vanaf maandag weer gedaan is met gezapig niksen, maar anderzijds kijk ik ook uit naar al de nieuwigheid in 't verschiet.
Zo weet ik bijvoorbeeld al dat er me een nieuwe opdracht wacht, ergens vanaf oktober. Ook weer iets van tijdelijke duur, maar zo heb ik het graag. Zet mij op automatische piloot en ik stort gegarandeerd neer.

Omdat ik nogal de neiging heb om het leven zo grondig mogelijk uit te persen ben ik vroeg opgestaan. Genieten van de laatste vakantiedagen doe je maar best in wakkere toestand, al slapende valt er tenslotte niet zo gek veel te beleven. Dus ik zit om een uur of zeven al met een vieze kop gemberthee- omwille van ontgiftend én afslankend effect, vooral dat laatste dus, 't is nodig- voor mijn lap top. Dat vind ik zalig: 's morgens alle tijd van de wereld hebben om op internet doorheen alle nieuwtjes te snuffelen, hoe banaal ze soms ook mogen zijn. Uiteraard met Facebook en Instagram op kop, voor Knack en Focus heb ik op zo'n vroeg uur echt wel koffie nodig.

Vandaag valt mijn blik vrijwel meteen op een gedeelde post*over De Beumkes. In grote lijnen: ons stedelijk zwembad ligt daar al een tijdje te verkommeren, maar men gaat het gebouw afbreken en dan zou er een groot park in de plaats komen, met veel faciliteiten voor openluchtrecreatie. Wat en hoe precies, daar wordt nog grondig over nagedacht, het wordt sowieso een meerjarenplan. Maar de mogelijkheden zijn legio en wij, bewoners van Scherpenheuvel, mogen ook nog ons zegje doen. Ik ben zeer benieuwd.

Reacties van andere lezers laten niet lang op zich wachten. Voorstellen volop, gaande van een Finse piste tot een zwemvijver of een speeltuintje, want 'hier is echt niks voor de kleintjes,' oppert een jonge mama. Mij maakt het allemaal niet zoveel uit, maar uitkijken op wat meer groen zou ik wel aangenaam vinden. Zo zijn trouwens ook al mijn herinneringen aan de Beumkes gekleurd: groener dan groen. Mijn vroegste kinderjaren speelden zich dan wel af rond de Basiliek, met het omliggend park als speelterrein, maar ergens in het tweede leerjaar verhuisden wij naar lager gelegen gebied, het bergje af naar de August-Nihoulstraat. Zware integratieproblemen heeft dat, voor zover ik weet, niet met zich meegebracht . Quasi onze voltallige familie woonde toen nog in die straat en meestal was ik - niet eens enkel letterlijk- overal de kleinste van het gezelschap, ik baggerde wat onbestemd in het kielzog van mijn grotere neef en nichtje, zij toonden mij spelenderwijs de weg en waren, in geval van nood, ook onvoorwaardelijke steun en toeverlaat.

Geen zwaar ontworteld gevoel dus, en de Beumkes werden probleemloos mijn nieuwe speeltuin, ze lagen op tien meter stappen achter onze tuinpoortjes en al de kinderen van de buurt trokken er naartoe. Vlakbij aan de linkerkant had je de 'grote Beumkes', want daar stonden hoge, donkere populieren, en verder door op de Eggersberg waren de ' kleine Beumkes', met veel lagere begroeiing en struikgewas. Niet meer dan wat verwilderd terrein dus, en door ons, snotneuzen, zeer bevattelijk in kaart gebracht. En verder was er, ook toen al, eigenlijk niks. Maar tussen al dat niks hebben wij dan juist weer heel veel lol beleefd! We bouwden kampen en fantaseerden over spannende avonturen en met regelmaat werd er ook deftig ambras gemaakt. Of soms lagen we ook gewoon lui naar de wolken te kijken. Later heb ik nog vernomen dat er af en toe en tussen het dichtere struikgewas ook wel eens stevig gezoend werd, maar daar heb ik zelf nooit aan mee gedaan. Toen ik daar de gepaste leeftijd voor kreeg speelde ik alweer op ander terrein, ergens beneden in de Basilieklaan.

Ik denk dat onze ouders nooit met grote zekerheid wisten waar we zoal uithingen, het waren andere tijden, we moesten toen nog niet bang zijn voor gemene mensen in witte bestelbussen. We kwamen wel eens thuis met geschaafde knieën en benen vol bobbels ( ik sukkelde dikwijls in de netels), maar daar werd niet moeilijk over gedaan. Iedereen had een flesje 'rood' in huis en azijn was een gekend wondermiddel voor jeukende bobbels allerhande.

Het is vermoedelijk ook daar, in de Beumkes, dat mijn immuunsysteem volledig tot ontwikkeling is gekomen. Want we bakten wel eens verdachte knollen in een rare ketel die we ergens in de hoge Beumkes hadden gevonden. Gevaarlijk vuurke spelen en dan die dingen nog opeten ook! Geen idee of de anti gif lijn toen al bestond, maar bon, we hadden thuis toch geen telefoon. Nee, ook nog geen vaste lijn.

Nu, voor jullie mij gaan verdenken van terminale nostalgie: nee, vroeger was niet alles beter en ik ben de laatste om helemaal terug te willen naar de tijd van toen. De gezelligheid van de Leuvense Stoof, allemaal goed en wel, maar geef mij maar het comfort van stromend water en verwarming op aardgas. Ik zei het al, de tijden zijn veranderd en ik heb mijn eigen dochter noodgedwongen ook wat strakker aan de hand gehouden. Dus ik kijk met plezier uit naar wat nog gaat komen.

Ik hoop op iets in de zin van wat ik hier lees in dat artikel, en ik citeer:

'Site de Beumkes gaat dus terug naar wat het ooit was. Een plaats waar bomen stonden en waar de jeugd van Scherpenheuvel zich amuseerde.'

Op zich al leuk, ik spreek uit ervaring, maar het mag dus ook gerust een ietsje meer zijn. En, nu ik er zo eens over nadenk, een speeltuintje krijgt alvast mijn volledige steun.

Op voorwaarde dat ik af en toe ook nog mee op de wip mag.

Reageer via    






Mannen - Deel 1 - 08/09/2019

Wel niet echt van harte, maar een tijdje geleden liet ik me toch weer overtuigen: ik ging nog eens op zoek naar een man. Niet zomaar een willekeurig exemplaar, maar zo eentje om in huis te nemen, op termijn dan toch. In mijn vriendenkring circuleren nu eenmaal een paar mensen die, volgens mij, het gezegde 'de aanhouder wint' ook helemaal zelf hebben uitgevonden. Dus op regelmatige basis word ik omver geblazen door een berg argumenten waarom het leven beter is met twee. En omdat zij radder van tong zijn dan ik en ik ook wel weet dat ze het beste met me voor hebben, beloof ik dan telkens beterschap. Zo ook die laatste keer dus. Ik zou actie ondernemen, en wel gauw.

"Je moet wel gericht zoeken," zei één van die goedbedoelende vriendinnen, "zo'n leuke man valt niet uit de bomen."

"En belangrijk, je mag je niet blind staren op zijn curriculum, het moet gewoon klikken. Misschien iemand die ook graag leest en schrijft," zei nog een andere.



Ja, ze kennen me goed. Ik heb inderdaad de neiging om een mogelijke kandidaat grondig te screenen: aantal ervaringen, standvastigheid, reden van vertrek? Nog net geen referenties gaan opvragen bij de ex, maar ik heb het ooit wel overwogen. Zware beroepsmisvorming.

Maar ik wist wat me te doen stond: vissen in de juiste vijver en dus best een vis vangen die graag leest en schrijft, zo eentje met een intelligent brilletje op. En omdat we toch al flink op dreef waren ( niet in het minst ook met de rosé) fantaseerden we dan maar in één moeite door over een toevallige ontmoeting van mij, uiteraard op m'n best, met Pieter Aspe, ergens bij een schilderachtige rei in Brugge. Hij en ik zouden mekaar onverwacht in de ogen kijken en hop, koekenbak! We zagen ons al met z'n allen gratis naar de Boekenbeurs. Maar helaas, Pietertje bleek intussen schielijk getrouwd te zijn met iemand anders. Het heeft niet mogen zijn.

Omdat we ook nog lang niet toe waren aan de volgende Boekenbeurs- een vijver, nee, wat zeg ik, een ware zee vol vissen, rekening houdend met de vooropgestelde zoekcriteria- werd er uiteindelijk besloten dat ik me zou aanmelden op een datingsite. Een unanieme beslissing zelfs, ik was de enige die bedenkingen had. Maar dan alweer: argumenten, argumenten, argumenten! Dat we 2019 - tweeduizendnegentien!- zijn en dat meisjes dezer dagen niet meer schuchter in balboekjes schrijven aan welke heer de volgende dans wordt toegezegd. Op voorwaarde dat er nog voldoende heren een walsje willen plaatsen natuurlijk, ik zit al in een leeftijdscategorie waarin dirty dancers eerder schaars worden. Het laatste gesprek dat ik voerde met een mannelijke leeftijdgenoot ging over lage rugklachten, het zegt genoeg.

Maar ik legde dus gedwee, en weliswaar met de nodige twijfel- the morning after, in daglicht en zonder rosé ben ik meestal niet meer zo dapper- mijn toekomstig geluk in handen van een website. Wel een wetenschappelijk onderbouwde, én voor hoger opgeleiden, ja, ook maar op aanraden hoor. Ik kreeg het al lichtjes benauwd bij het vooruitzicht dat ik misschien aan een wiebelend ( altijd bij een eerste date!) tafeltje zou eindigen met zo'n hele slimme kernfysicus. Terwijl ik zelfs niet meer weet waar de tabel van Mendeljev voor staat.

Maar goed, ik vulde een nogal vage persoonlijkheidstest in, kruiste bolletjes aan over voorkeuren, nog mogelijke kinderwensen en graad van behoefte aan intimiteit. Dat laatste vond ik een moeilijke, want er bestaat toch wat onenigheid over de inhoudelijke betekenis van dat begrip. Vrouwen willen wel graag een sfeer van diepe verbondenheid opbouwen, maar toch liefst met wat heen en weer gepraat, terwijl mannen dan weer snel en heel praktisch met gereedschap gaan zwaaien. Moeilijk dus, en alles in van die multiple choice toestanden, nergens de mogelijkheid om een antwoord toe te lichten of op z'n minst één en ander te nuanceren.

Op goed geluk dan toch maar iets aangekruist. En last but not least: nog een vol uur getwijfeld over de juiste profielfoto. Lachend, ernstig kijkend, het volledig plaatje of daarmee nog even wachten tot de Body Styling zijn nut heeft bewezen? Ook nu weer: iets neutraals gekozen, alweer op goed geluk. Klaar.

En toen werd het, zoals wij dat in de wereld van recruitment zo treffend zeggen, 'wachten op instroom'. Nog even geduld dus. Of, zoals een collega me vrijdagavond zei: tot blogs!

Reageer via    






Mannen - The End - 13/09/2019

Ik dacht, laat ons maar eens wat bloggen over mannen. Toch een onderwerp waarover wij vrouwen zelden uitgepraat raken, er over schrijven mocht dus ook geen probleem zijn. Ik zag al uren vol tomeloze inspiratie op me afkomen. Dat was een paar weekjes geleden , en ik stuurde al vrij snel, vol overmoed, Mannen- Deel 1 de wereld in.

Want ik zat intussen op zo'n datingsite. Weliswaar op aanraden van en met de nodige bedenkingen, maar even goed, er zou wel wat nieuws op me af komen, liefst mannen in alle maten en gewichten, ik zat me stiekem al te verkneukelen over een passerend rariteitenkabinet. Dat zou nog eens schrijfvoer opleveren! Ik bedacht zelfs grappige zinsconstructies voor Mannen-deel 34 en 35, nog voor zich ook maar één jongen had aangemeld.

Het begon ook allemaal redelijk amusant, zij het met mondjesmaat. Want, ik geef toe, ik ben niet bepaald een hit op internet. Bij nader inzien eigenlijk nergens in dat complete datingcircuit. Zet mij in een zaal vol gretige vrijgezellen en niemand heeft mij gezien. Ik was al niet zo'n kind om echt mee uit te pakken en in de loop der jaren heb ik de kunst om volledig in het behang te verdwijnen blijkbaar tot in de puntjes verfijnd.

Maar toch, er kwam reactie. Voornamelijk vanuit de Westhoek. Nu, ik had de actieradius op mijn profiel wel tamelijk breed gehouden, want ik stap met plezier in mijn auto, maar ik stelde me toch vragen bij zoveel West Vlaamse belangstelling.

"Daar Bachten de Kupe zitten veel noeste wroeters," zegt een supporterende vriendin, "en jij hebt toch ook aangegeven dat je met veel plezier gaat werken."

Voorlopig besloot ik toch maar niet in te gaan op de kandidaten uit de Vlaanders , want graag onderweg zijn is één, maar om dan zo eens random af te spreken, ergens in een bistrootje in Brugge, daar moet ik toch al snel een halve dag verlof voor aanvragen. En dan heb ik precies weer betere dingen te doen.

Wat me gaandeweg inderdaad ook opviel: hoe dichter bij huis, hoe gezapiger de wensen. Mannelijke leeftijdgenoten uit regio Vlaams-Brabant willen liefst 'genieten en gezellig samen oud worden'. Terwijl ik nog zo lang mogelijk wil veinzen dat ik jong ben. Geen goede match dus.

Er was ook een meneer die spontaan foto's voor me vrij gaf, een volledige reeks in telkens dezelfde pose: hij, ergens glunderend op een Alpenterras, met een grote, blitse skibril op z'n neus en zijn lippen dan zo wit ingevet tegen de felle hoogtezon. Eigenlijk kon ik niet zo goed zien wie er nu precies achter die bril woonde. En hij stond wel nergens effectief op de latten, maar ik vermoed toch wel een sportieve man. Dus ook hier moest ik passen. Ik zag mezelf nog niet zo meteen de zwarte piste afdalen. Ik zou vermoedelijk wel beneden geraken, maar de vraag was in welke staat.

Op de getrouwde man die beweerde dat hij deze vorm van daten veeleer beschouwde als ' een experiment', maar dat hij wel aangenaam verrast was door zoveel gensters, heb ik in mijn hoofd nog een tijdje zitten foeteren. Het lef! Eerst ergens één of andere hopende Anja het hoofd zot maken en dan uiteindelijk toch maar terug naar moeder de vrouw. Of: hoe maak je in één klap minstens twee vrouwen ongelukkig.

Deze mag ik ook niet vergeten: de knapperd! Echt, zo'n Peter Vandermeersch type, ik liet het hem ook eerlijk weten: weet je op wie jij sprekend lijkt? En toen wou hij natuurlijk ook wel wat beeldmateriaal van mij. Waarna Peter vrijwel meteen volledig in lucht oploste, niet meer te traceren die jongen! Ik heb me 's anderendaags toch maar een duurdere pot dagcrème aangeschaft, voor alle zekerheid.

En toen kwam plots toch iemand dichterbij. Hij stuurde een mailtje dat me deed glimlachen en ik mailde terug. En nog eens en nog eens, heen en weer, we bleven bezig. Mijn achterban hield de adem al in, want stel je voor, straks geraakte ik nog eens écht van straat! Ik moest de fanclub echter vrij snel teleurstellen, het bleef bij wat correspondentie, want ook hier weer: ik had er nog steeds niet zo veel zin in. Hij vatte het zelf heel poëtisch voor me samen: de Rubicon bleek dan toch nog veel te diep. Iemand die nog weet waar die stroomde, je zou van minder even gaan zwijmelen.

Maar zijn verhaal bleef hangen, een verhaal, grijs van eenzaamheid. De droevige versie van het sprookje: je dierbaarste aan het eind alsnog verliezen en dan, na bijna kapot gaan van verdriet, van lieverlede via internet opnieuw gaan zoeken naar wat warmte. Het verhaal van wel meer bezoekers op zo'n datingsite , vermoed ik. Misschien moet zo'n grote skibril ook wel een brok droefenis verhullen. Of blijft zo'n kromgewerkte West Vlaming toch vurig hopen dat er vroeg of laat toch eens een ijverig meisje de moeite doet om in haar auto te springen.

En dan zo'n trut als mij tegen komen, iemand die niet eens overtuigd deelneemt aan het spel en, in het beste geval, slechts wat verhaaltjes wil sprokkelen. Boerenbedrog. En geen haar beter dan de experimenterende, maar op papier nog gelukkig getrouwde man. En wie weet, misschien keert zelfs die jongen elke avond met een krop in de keel terug naar huis.

Ik heb mijn profiel afgesloten. Doen alsof, het deugt niet.

Dus ook geen vervolg meer hier, dit wordt geen serie.

De meeste mannen verdienen trouwens beter.

Reageer via    






Paard in de gang - 19/09/2019

Er staan nog wat verlofdagen op de teller. Naar goede, jaarlijkse gewoonte eigenlijk. Ergens eind augustus kom ik meestal tot de conclusie dat het jaar al veel meer dan half is en dat ik dringend nog wat vakantie moet inboeken, anders ben ik die vrije tijd voorgoed kwijt. En zo heb ik nu opeens een dikke week vrij, de rest van deze wereld is ijverig aan het werk, maar ik zit thuis, een beetje doelloos, in een schitterende nazomer.

Zoveel zon op mijn bol vraagt gewoon om actie, dus ik ga schilderen bij de dochter. Ramen en deuren kunnen daar nog een likje verf verdragen en, al zeg ik het zelf, ik ben best wel handig op dat vlak. Alles begon lang geleden, in een huur appartement op een hoge verdieping en zonder lift, waar ik voor het eerst helemaal alleen mocht beslissen over de kleur op de muren. Het werd een fel Toscaans Geel, ja, ik wéét het, maar we spreken van eind jaren '90. Mijn bankrekening kleurde dan weer lichtroze, dus een schilder inhuren was niet aan de orde, ik moest zelf met de verfrol aan de slag. Maar zelden heb ik mij zo gevoeld als toen, die eerste avond tussen mijn Italiaanse muren: moe, maar voldaan.

Color the world! Het werd min of meer mijn motto, geen enkel adres waar ik later nog neerstreek bleef gevrijwaard. Ik leerde schuren, plamuren en gladde oppervlakken streepvrij lakken. Krakende houten trappen en vieze bruine, plastieken planchetten in gedateerde badkamers, ik weet intussen de juiste primer op elke ondergrond te zetten. En daarna tover ik gezwind mijn wereld in de heersende modetinten. Simsalabim.

Zo ook nu dus, bij de dochter. We hebben wel correcte afspraken gemaakt: ik blijf een paar dagen in de weer aan de voorgevel, en zij traint paarden achteraan op haar landgoed. We hebben in de loop der jaren een zeer leefbare moeder-dochter relatie opgebouwd , maar samen werken op dezelfde vierkante meters is niet echt aan ons besteed. Maar ik loop wel eens naar de verre weides achteraan en zij komt af en toe polshoogte nemen op mijn werkterrein, meestal in gezelschap van een dier, een Basset of een paard dat zich toevallig onderweg aansluit.

Vandaag hoor ik hoefslag. Ik sta op een ladder bij de open voordeur en ik krijg een kort bezoek , daar komt de dochter, met haar nieuwste aanwinst aan de teugel: Shetlander Bob. Een op z'n minst opmerkelijke verschijning tussen al die IJslanders, maar blijkbaar was er nog nood aan een klein knuffelpaard. Voor wie precies, dat laat ik in het midden, officieel heet het voor de kindjes die op ponykamp komen.

"Bob heeft wel geen goede manieren," zegt mijn dochter, "ik moet hem werkelijk alles nog leren. En hij schrikt van alles. Eens kijken of hij in de gang durft."

En voor ik het goed en wel besef staat er inderdaad een paard in de gang. Bob schrikt minder dan ik, hij kijkt een beetje dom, die stelt zich blijkbaar al niet te veel vragen meer bij de rare gewoontes in dit huis.

"Misschien moet ik hem ook nog mooi rechtop in de zetel leren zitten" grapt mijn dochter nog.

Daarna doen we weer verder, elk met ons eigen ding. En ik vermoed ook allebei met hetzelfde liedje in ons hoofd, in dat van mij wordt het alleszins zeer hardnekkig carnaval.

Als ik tegen de middag mijn telefoon even check zie ik een gemiste oproep van een Antwerpse collega, hij heeft een boodschap ingesproken:

'Ik meld het maar even: Tom Barman fietste hier net voorbij. Hij droeg een oranje pull en een catchy zonnebril.'

Kijk, dat noem ik dus collegialiteit. Mij ten allen tijde, ook tijdens een vakantie, op de hoogte houden van de gebeurtenissen die er echt toe doen! En dan ook nog eens met de juiste details! Sinds ik Barman zag optreden in een rokje ben ik namelijk iets meer geïnteresseerd in zijn vestimentaire keuzes. Ik wil maar zeggen: niks mis met zijn benen.

Ik bel natuurlijk meteen terug, want dit vraagt nog om iets meer reflectie.

"En fietste hij snel?" wil ik nog weten.

"Best wel, zeker voor iemand die al jaren leeft op een streng dieet van 1 pakje Gauloises per dag."

Daar worden we dan allebei weer even stil van. 't Is toch gene gewone, besluiten we eensgezind.

Maar al bij al heb ik nu toch iets minder zin om de confetti boven te halen.

"Het is verdomme toch godgeklaagd," zeur ik tegen de dochter, ik sta intussen terug op mijn ladder te wiebelen, "zit ik eens een dagje niet in Antwerpen en dan fietst die jongen daar gewoon door de straten!"

"Zie maar dat je niet van je ladder dondert," antwoordt ze droogjes, zij is niet zo'n fan.

Reageer via    






Confituur - 28/09/2019

Het is niet eens seizoensgebonden, want dan zou de lente toch het uitgelezen signaal zijn om er aan te beginnen.
Nee, af en toe heb ik er opeens genoeg van en ga ik resoluut over tot drastische maatregelen.
Dan duikt er bijvoorbeeld nog een foto op van lang, lang geleden en stel ik vast dat ik toen wel héél erg tengere schoudertjes had.
En zie ik plots weer mijn jongere versie een rokje passen in maatje 36. En het mag al lang een ietsje meer zijn, maar bij nadere controle op de weegschaal blijkt dat ik nu toch echt wel meer bij heb dan oorspronkelijk bedoeld, zoveel had ik nu ook weer niet besteld. En dan ga ik dus weer eens op dieet! Al kijk ik wel uit om het nog voluit zo te noemen, ik ben al behoorlijk mee met de populairste gezondheidsgoeroes, hun bestsellers staan netjes gerangschikt en gelezen in mijn kast, verder heb ik er helaas bitter weinig mee gedaan. Maar ik brabbel in elk geval toch al met een air van beter weten mee over 'pure keukens' of 'nooit meer diëten'. Dus, geen flauw gezever, vanaf nu, uitsluitend nog gezonde dingen op mijn bord! Ingrijpen voor het misschien wel helemaal om zeep is!

"Vreemd," zegt een mannelijke collega als ik tijdens de middagpauze mijn immense berg sla toelicht, "ik heb jou nooit geassocieerd met te dik."

Voorwaar, ik zeg het u, er zijn jongens die weten te scoren! Maar ik zet toch flink door.

Niet dat het zoveel verschil maakt. "Echt veel zie ik niet gebeuren," zeg ik een beetje ontgoocheld tegen een ingewijde vriendin, we zijn intussen alweer een paar weken verder. Zij schraapt vol overgave een potje magere yoghurt leeg, terwijl ik mijn derde handje nootjes naar binnen haspel, want ik doe dus gewoon gezond.

"Het blijft toch altijd calorieën tellen," zegt ze, "elk pondje gaat door het mondje. Ook die gezonde nootjes, die parkeren zelfs rechtstreeks op je billen."

Ik doe het dus fout. Professionele begeleiding dringt zich op. Ook niet de eerste keer, ik heb al wel één en ander geprobeerd, ik ben een gewillig slachtoffer voor alles wat naar commercieel bedrog neigt. Ik spendeerde al een aanzienlijk kapitaaltje aan zogenaamde wondercrèmes en ik ken alle afslankinstituten binnen een straal van 20 kilometer. Ik heb het zelfs ooit gepresteerd een dure behandeling tegen cellulitis te boeken in een befaamde wellness. Niks mis mee natuurlijk, behalve het feit dat ik toen nog geen cellulitis had. Dat werd dus voornamelijk een pijnlijk gebeuren, want dan knijpen ze toch nog venijnig in van alles dat er in feite mag blijven zitten.

Maar dat was dus vroeger. Nu maak ik nog maar eens een afspraak in zo'n styling centrum, eentje waar ik nog niet geweest ben. Ander adresje, misschien ook andere methodes, wie weet. Ik word gewogen en gemeten en krijg meteen de keiharde analyse op mijn brood: ik balanceer op het randje van ongezond. In absoluut nettogewicht valt het allemaal nog wel mee, maar mijn vetpercentage zit schrikbarend hoog!

" Niet moeilijk," benadrukt mijn ingewijde vriendin nogmaals, "met al die noten. Eat that, Naessens!"

Dus neem ik nog maar eens een abonnement op een reeds beproefde succesformule: een combinatie van oefeningen, twee maal per week, en een aangepast eetpatroon. Ja, ook hier wordt met geen woord gerept over dieet. Ik moet gewoon 'anders leren eten'. De oefeningen gebeuren nog als vanouds in tropisch verwarmde cabines, en soms moet je handen en voeten door lederen lusjes steken, die hangen dan aan gewichtjes om meer weerstand te bieden als je iets rekt of strekt, enfin, alles om je nog wat meer af te peigeren, en je moet er niet eens voor in een donkere kelder. Voor wie graag eens een rij vrouwen met licht tot matig overgewicht vrijwel synchroon wil horen zuchten in een soort van couveuses voor volwassenen: loop eens langs zo'n afslankcentrum!

Maar wat - voor mij althans- volledig nieuw is: de manier waarop mijn nieuwe eetpatroon wordt opgevolgd. Vroeger kreeg je een schriftje mee, waarin je elke maaltijd noteerde, maar nu mag ik een app downloaden. Simpel en gebruiksvriendelijk, wordt mij verzekerd. En dat wil ik best geloven, we lopen sowieso al hele dagen op onze schermpjes te turen, dus zo'n extra appje kan er nog wel bij. Ik ga dezelfde dag nog met het speeltje aan de slag, breng mijn lengte, huidig en streefgewicht in, vink 'zittend beroep' aan en dan berekent het ding bliksemsnel hoeveel calorieën ik dagelijks mag consumeren. 1126, om precies te zijn. Ja, u leest dit goed: duizendhonderdzesentwintig. Om de ernst van de situatie wat duidelijker te schetsen: een volwassen man mag er gemiddeld zo'n 2500 verorberen. Ik val blijkbaar onder het regime van de tuinkabouters.

Ik doe mijn beklag bij de begeleidende diëtiste. Ze had het toch over 'anders eten'. En dit lijkt meer op 'bijna niks meer eten'. Eén flinke portie noten en ik zit al aan mijn limiet! Maar klagen mag hier niet baten, dus ik krijg tips en trics om mijn pervers eetgedrag enigszins binnen de perken te houden en ik tik vanaf nu elke hap en/of slok braafjes in. Heel nauwkeurig ook, tot het laatste kruimeltje. Elk druppeltje olijfolie in de pan wordt geregistreerd. En mijn vriend de app rekent en berekent: zoveel calorieën verbruikt vandaag en nog zoveel te gaan, met als toemaatje ook nog een overzicht van hoeveel koolhydraten en grammen vet ik al heb opgeslagen en of ik al dan niet te veel eiwitten eet. Exacte wetenschap, dat ik me daar nog eens zou mee bezig houden!

"Je moet gewoon veel confituur eten," zegt mijn ingewijde vriendin, "van die zelfgemaakte. Dan heb je dat suikergehalte toch al min of meer in de hand. En je eet ineens ook veel fruit." Ik krijg meteen een paar van haar zelfgemaakte potjes cadeau: verrukkelijke smaakjes van aardbeien, pompelmoes en druif. Ik op mijn beurt geef haar mijn geheim recept van broccolipuree, maar dan zonder puree. Koken met 1 ingrediënt, ik overweeg intussen ook een eigen reeks kookboeken.

Alle beetjes helpen natuurlijk en het resultaat blijft niet uit.

"Je doet het prima," zegt de diëtiste, als ik weer eens op de weegschaal moet, "je hebt je duidelijk een gezond eetgedrag eigen gemaakt. Volhouden nu."

Ik zeg maar niet dat ik af en toe mijn appje wel eens bedrieg. Met piepkleine stukjes chocolade. Of met 6 olijfjes in plaats van 3. En dat ik 's nachts wel eens durf te dromen van zelfgemaakte confituur. Niet zomaar van 1 schattig potje op de plank, maar van mijn eigen, volautomatische productielijn.

Reageer via