In de sterren geschreven - 11/10/2019

Mijn sterrenbeeld is Vissen. Niet dat ik zomaar blindelings geloof wat mij in wekelijkse horoscopen wordt voorspeld, maar ik herken me toch in een aantal karaktertrekjes die de Visjes worden toegekend. Als het gaat over de algemene aard van het beestje kan ik alleen maar beamen. Vissen zijn verwarde, romantische dagdromers en ze beleven de dingen zeer intens.

Dat dagdromen klopt als een bus. Ik heb ooit straf moeten schrijven omdat ik mezelf tijdens een les aardrijkskunde weer eens in gedachten verloor. Je moest gewoon weten hoe hoog de Everest is, maar dan zag ik mezelf al koukleumen in een wapperend tentje in het basiskamp. En het gebeurt wel eens dat ik de juiste afrit op een autostrade mis omdat ik verhaaltjes zit te verzinnen achter het stuur. Het is sterker dan mezelf.

Over die romantische inslag kan ik me niet met volle zekerheid uitspreken. De momenten van romantiek die me tot nu toe te beurt vielen waren eerder schaars en dan was het toch ook meer zo van: wat krijgen we nu? En wat zie ik daar nu op de achtergrond, ondergaande zon of wassende maan? Alhoewel, ik moet er toch ietwat gevoelig voor zijn. Zo had ik ooit een lief die het geweldig vond om, samen met mij, naar romantische films te kijken. Niet zozeer om wat zich op het scherm afspeelde, maar om mij te observeren als de hoofdrolspelers eindelijk de eerste kus uitwisselden om daarna nog lang en gelukkig te leven. Ik zat dan met tranen van ontroering te zuchten bij het einde van Sleepless in Seattle en hij lachte zich een ongeluk.

Dat ik de dingen wel eens intens durf te beleven besef ik weer als ik me nog eens op nieuw terrein begeef. Je hebt mensen die amper onder de indruk zijn van een helikoptervlucht door de Grand Canyon, maar ik ben al van mijn melk als ik buiten de comfortzone van een gewoon, dagdagelijks kantoor terecht kom. In dit geval: voor een tijdelijke opdracht in een al even tijdelijke werkruimte, best spannend, mijn zintuigen staan om zes uur 's ochtends al op scherp!

We hebben dus zo'n tijdelijke office ruimte gehuurd, full-service, volledig uitgerust en voorzien van alle faciliteiten. Op het gelijkvloers van een groot gebouw, vlakbij de snelweg, dus vlot bereikbaar voor ons, immer voortjakkerende drukdoeners. Alhoewel, het woord 'gebouw' is een understatement, ik ben amper vijf minuutjes binnen en ik word al welkom geheten in ' The Community'. Want ik kom hier dus terecht in een concept dat staat voor alles wat hip en trendy werken is: met flex kantoren volgens het plug&work-principe, je kan zo'n plekje zelfs huren per uur, en er zijn meeting rooms, social clubs, een bar en een lounge. Ons kantoortje kijkt uit op een gigantische, industrieel aandoende hal die ook volledig aangekleed is als een garage uit de fifties. The Hangar. En als je dus ' hangry' bent kan je daar ook terecht voor super food. Gezonde wraps en vitaminedrankjes, dat soort dingen. Of Chaudfontaine in elegante, glazen flessen. De mensen die hier rondlopen zien er trouwens ook allemaal heel erg kek en gedreven uit, niet het soort volk waarvan je denkt: die gaan vanavond nog sappige koteletten bakken.

Ik kijk m'n ogen uit. Alice in Wonderland. Ik warm 's middags mijn soepje op in een microwave die feller glanst dan een opgeboende atomium bol en ik probeer wel zes verschillende smaakjes uit een al even blinkend espresso apparaat, een toestel van zo'n indrukwekkend design, je verwacht elk moment dat George om de hoek gaat verschijnen.

Het allerleukste vind ik de schommelstoelen. Want echt waar, vlakbij ons kantoortje hangen ook zeteltjes aan een lang touw vanuit het hoge, stalen gebinte, daar kan je dus af en toe in gaan bungelen. Een bore-out lijkt me vrijwel uitgesloten met dit soort voorzieningen, ik weet alleszins wat te doen tijdens pauzemomenten.

Ik ben me er natuurlijk wel van bewust dat ik hier niet té veel zwier mag vertonen, dit is het soort entourage waarin je je maar best beweegt met een air van ' Hé, wij zijn wel wat meer gewoon.' Dus ik wandel 's morgens zo bedaard mogelijk met m'n trolley langs de receptie en ik plug m'n laptop in met de cool van een young potential.

Maar af en toe val ik dan toch nog uit mijn rol. Als ik een beetje te enthousiast word van alles wat zoal kan marcheren op Wifi. Bellen zonder ook maar één telefoon in de buurt bijvoorbeeld. Of als ik een meeting volg via skype, dan roep ik nog wel eens onverhoeds 'zie je mij?' tegen de mensen aan de andere kant. Of als er knappe mannen in strak maatpak voorbij mijn desk wandelen, ook allemaal zo belangrijk op weg naar hun flex office. Ja, dan durf ik nog wel eens te dagdromen, verward en intens.

Maar goed, dat stond nu eenmaal zo in de sterren geschreven.

Reageer via    






Politici - 17/10/2019

Sinds ik weer wat drukker in de weer ben met mijn figuur koop ik nog vrijwel uitsluitend volkorenbrood.

Het is vast niet nodig om hier alle voordelen op te sommen, iedereen die al eens aan de lijn deed kent de regeltjes.

Veel vezeltjes en graantjes eten, het is heilzaam voor je darmen en je krijgt er snel een vol gevoel van en als je me niet gelooft moet je maar eens naar de kanariepietjes kijken, die hebben zelden overgewicht.

Eigenlijk vind ik al dat grof en gezond gedoe niet zo lekker, dus ik probeer elke bakkerij die ik op mijn dagelijkse routes passeer.

Vandaag stap ik binnen bij een warme bakker in Aarschot en ik kruis toevallig een bekende politica, zij komt net buiten. Mijn oog valt meteen op haar suède laarzen, want, geloof het of niet, bij mij thuis staat net eenzelfde paar in de kast.

"Een vriendelijke dame, ze komt hier vaak," zegt de bakkers vrouw, commercieel correct.

"En ze draagt mooie laarzen," zeg ik, "ik heb net dezelfde."

"Niet moeilijk," zegt nog een andere klant, "die haai zal dat wel betalen met onze zuurverdiende centen."

Als ik wat later door de winkelstraten van Aarschot slenter- nog wat schoenen kijken in de etalages - moet ik toch nog even denken aan die laatste snauw. Want als ik ergens met mijn laarzen sta te pronken krijg ik niets dan complimentjes. Goed gekozen, ze staan je goed, waar heb je die gevonden? En, toegegeven, ik ben een solden slet, dus ik heb ze vast wel ergens met een behoorlijke korting gescoord, maar niemand die zich afvraagt met wiens geld ik de rekening heb betaald. Ik ga ervan uit dat iedereen toch weet dat ik mijn centen eerlijk heb verdiend en dan geldt het principe: work hard, play hard. Terwijl zo'n vrouw in de politiek volgens mij toch ook behoorlijk lange dagen durft te maken? Of zijn nachtelijke regeringsonderhandelingen gewoon theater? Of pure strategie?

Ik heb geen idee, ik was er nooit bij, maar ik weet wel: 's nachts lig ik liever in mijn zachte bed. En ik ken heel veel mensen die wel eens een uurtje willen overwerken, maar daar moet meestal wel iets tegenover staan. Dus ik kan alleen maar hopen dat ook de ploegenpremie voor die wakkere vergadernachten correct is. En dat ze daar sterke koffie schenken, tijdens die late uren, ik weet hoe moeilijk ik het soms heb tijdens langdradige meetings. Of gewoon al bij het kijken naar Villa Politica.

Het lijkt me eigenlijk niet zo fantastisch om een bekende kop te hebben. En al helemaal niet om een politiek kopstuk te zijn. Hoge bomen vangen natuurlijk veel wind en mensen die zich vrijwillig in het oog van de storm begeven zullen wel tegen een stevig rukje kunnen, maar toch, we oordelen soms wel snel. Zoals net, met die laarzen. Wat in ons opborrelt wordt eruit gespuwd, ongefilterd. Meestal wel niet recht in het gezicht, maar het graantje voor een oogst van algemeen ongenoegen werd toch maar mooi gezaaid.

Of we scheren losweg iedereen over dezelfde kam. Eén man die verveeld zit te geeuwen in de banken van het parlement en we roepen luid dat ze daar allemaal liggen te slapen. Alles in dit apenland is slecht en die lamstralen in Brussel helpen alles nog meer naar de kloten. Zo'n dingen zeggen we dan. En toch blijven we zelf, elke dag opnieuw, een burn-out riskeren op een jachtige werkvloer, terwijl de hangmatten lonken in de federale regering. Je zou dan toch denken: allen daarheen?

Of al de details die we er soms bij sleuren, over dingen die er niet toe doen! Wat heeft de omvang van Maggie De Block te maken met haar politieke beslissingen? En waarom zou een gediplomeerde seksuologe geen tweede carrière in de politiek mogen overwegen? Functioneert je bovenkamer minder goed als je beroepshalve eerst wat meer met de onderkant bezig was? En is Calvo onbekwaam omdat hij veel jonger oogt dan zijn paspoort vermeldt? Is Herman Van Rompuy echt zo'n grijze muis? Moet hij naar dezelfde kapper als Trump?

Ik zou het allemaal niet weten. Politiek is trouwens niet mijn ding. Ten tijde van verkiezingen volg ik wel met gezonde interesse de belangrijkste debatten, maar meestal vind ik dat iedereen wel ergens zijn stukje gelijk verdient. Ik begrijp ook lang niet alles van dat ingewikkelde vakjargon, laat staan dat ik rake oplossingen zou kunnen bedenken voor het mobiliteitsprobleem, om maar iets te noemen. Het lijkt me zeker niet de simpelste job. En je kan hoe dan ook nooit goed doen voor iedereen. Het volstaat om bij de foute kant te zitten om uitgescholden te worden voor dik, onbekwaam varken, en ik citeer hier, dit komt niet van mij. Er zijn mensen die er een sport van maken om quasi dagelijks, en zonder enig alternatief te bieden, één of andere partij af te breken op facebook. Terwijl we overtuigd acties als Rode Neuzen steunen en onze kinderen op het hart drukken dat pesten echt niet mag. Maar politici mag je dan blijkbaar weer ongestoord afkatten.

Helemaal erg wordt het als ergens te lande iets fout loopt. Dan moeten er politieke koppen rollen. En niet zomaar snel en pijnloos, met desnoods kordaat het hakmes erin, nee, bij het lezen van sommige commentaren op social media denk ik wel eens: nog even en we gaan opnieuw publiekelijk vierendelen. Afzien zullen ze, die valse hufters, ze worden dik genoeg betaald en ze krijgen hun laarzen zomaar gratis.

Al bij al: blij dat ik niet aan politiek doe. Het werd me ooit wel eens voorzichtig gevraagd- inderdaad, god mag weten waarom!- maar ik heb gelukkig vriendelijk bedankt. Zelfs al zou ik plots een schitterende ingeving krijgen om het gat in de nationale begroting eindelijk weer waterdicht te maken: ik ben niet dapper genoeg. Ik word al ongelukkig als ik op een dt-fout word gewezen, dus laat mij maar ergens laf onder de radar blijven. En laat me rustig laarzen kopen, zoveel en zo duur ik wil.

Niemand die zich afvraagt wie de rekening betaalt.

Reageer via    






Noten op mijn zang - 26/10/2019

De dochter heeft ergens een nieuwe meubelzaak gedetecteerd en daar moeten we nu samen naartoe.
"Ik heb maar wat kleine spullen nodig," zegt ze, "maar je advies is welkom."
Ze pikt me op rond de middag, dan rest ons nadien misschien nog wat tijd voor weer andere quality time, meer bepaald: nieuwe sportschoenen kopen voor mij.
Maar eerst dus die meubeltjes. We stappen effectief binnen in een spiksplinternieuwe zaak: alles blinkt ons in blankhouten Scandinavisch design tegemoet en het personeel loopt wat overbodig te glimlachen, zoveel klanten zijn er nog niet. Er wordt ons tot vier keer toe gevraagd of we misschien hulp nodig hebben.

"Heel vriendelijk," antwoordt de dochter bij een vijfde keer, "maar dit redden we wel alleen. En als het jullie gerust kan stellen: we gaan straks vast en zeker iets kopen."

Had ik hier trouwens al eerder vermeld dat ik een vrij mondig kind heb?

Ze heeft natuurlijk wel gelijk, dit hebben we al meer gedaan en wij zijn zeer sterk in de aanschaf van budgetvriendelijke Zweedse decoratie. We kijken en keuren en proberen een bankje uit. We slepen er ook nog een tafeltje bij om te testen of deze opstelling zich leent tot bijvoorbeeld een gezellig ontbijtje in de veranda van de dochter. Zo zitten we een paar minuten gezellig zij aan zij, we doen alsof we in een kopje koffie roeren, 'kokeneten' spelen voor gevorderden. Het moet een raar gezicht zijn, maar het personeel blijft alsnog goedkeurend knikken.

We verlaten de zaak gelukkig ook echt met het bankje en dat tafeltje dan ook maar en nog twee leuke stoelen. We worden nog nét niet zingend uitgezwaaid door het voltallige verkoop team.

"Die werken hier duidelijk op bonus," zegt de dochter.

Nu die sportschoenen nog. Ik moet er een beetje van zuchten, niet van mijn gewoonte als ik op weg ben naar een schoenenwinkel. Het is precies mijn dagje niet.

"Waarvoor moeten ze dienen," vraagt de dochter, "jij loopt toch niet meer zo veel?"

Nee, er was een tijd dat ik wekelijks mijn kilometers afklopte, maar tegenwoordig train ik meer binnenskamers, ik doe ingewikkelde dingen op kousenvoeten. Mijn nieuwe sportschoenen zijn bedoeld voor de wekelijkse yogales, 't is te zeggen, om daar naartoe te gaan, want yoga doe je dan weer liefst blootvoets. Of met een kort sokje op koude dagen.

"Ik wil iets zonder veters, makkelijk aan en uit te doen, voor en na de les. Het moet passen bij mijn yoga outfit en natuurlijk ook sportief ogen zodat men wel ziet dat ik ga sporten, maar niet met die schoenen."

Ik vind het al lullig klinken nog terwijl ik het zeg, maar er zijn vast wel meer vrouwen die dit begrijpen. De dochter snapt in elk geval meteen wat ik bedoel en loodst me snel mee naar de dichtstbijzijnde schoenenzaak. En naar een tweede. En een derde. Bij nummer vier staan we nog even ver en dus heel zeker niet op sportieve schoenen zonder veters. Wat ik zie is te duur of oogt nét iets te goedkoop of de kleur past niet bij mijn yoga legging of , of, of…

We stappen van lieverlede een bloemenzaak binnen, nog wat planten kiezen voor op de vensterbank van de veranda.

"Moeten ze ook passen bij het bankje?" drein ik door.

"Gewoon groen is goed genoeg," zegt de dochter, "en niets te fragiel."

"Als je met zekerheid wil weten wat snel verdort moet je bij mij zijn," blijf ik zuchten.

Onze laatste halte is de afdeling parfumerie van een warenhuis. Ik koop een lippenstift en zoek me nog een ongeluk naar een tintje nagellak in dezelfde kleur. Dat moet matchen.

" God, god," zegt de dochter, "wat een chagrijn vandaag. En zoveel noten op uwe zang!"

Gelukkig zijn we moeder en kind, dus we kunnen er wel om lachen. En ik had misschien wel iets meer fijnbesnaardheid in mijn opvoedingspakket moeten steken, maar haar rake uitspraken behoeden me dikwijls voor erger, de kans dat ik anders wel eens zou kunnen eindigen als een oude zeur lijkt me zeker niet onbestaande.

' s Avonds stuurt ze me nog een foto door van het bankje in haar veranda, met veel potjes groen op de achtergrond. Dat hebben we toch maar mooi en sfeervol bij mekaar gekozen, vind ik.

Maar als ik één dezer misschien eens gesignaleerd word op foute schoenen of in vreemde kleurencombinaties:

reken me niet meteen af op slechte smaak!

Ik werk dan gewoon heel hard aan de foute noten op mijn zang.

Reageer via    






Kwijt - 01/11/2019

Mensen die gaan skydiven voor de kick, ze bestaan.

Die springen uit een vliegtuig en vertrouwen op een rugzak met daarin een lap stof.

Of je hebt de bungeejumpers, die duikelen van een brug naar beneden en dan maar hopen dat de rekker het houdt.

Of dat die elastiek op z'n minst niet te lang is. En dan zijn er ook de angsthazen die liefst met beide voeten op de grond blijven. Ik behoor tot die laatste groep. Ik ben zo iemand die al begint te beven als mijn soepbord te diep is.

Zo staan er wel meer dingen niet op mijn bucket list. Olifanten aaien, een gletsjer beklimmen of gaan duiken met haaien, het hoeft niet echt voor mij. De wereld mag dan wel mijn speeltuin zijn, maar juist daarom wil ik er ook liefst zo lang mogelijk op vertoeven.

Maar toch, zo af en toe durf ik wel eens te springen, figuurlijk dan. Even diep ademhalen en dan gewoon doen! Foert roepen tegen alle twijfels. Niet simpel voor een bang besje, maar ik leerde het dan ook van de beste. Van die ene vriendin die werkelijk alles durfde! Zij deed consequent en roekeloos haar eigen zotte zin en keek zelden om. We hebben ooit, op een blauwe maandag, samen haar dure keukenkastjes knaloranje geverfd. Gewoon, omdat het kon en omdat die kleur zo lekker vloekte met de rest van haar huis. Of ze organiseerde, compleet tegendraads, een spetterend scheidingsfeest, met veel champagne en schalen vol oesters. De ex was trouwens ook uitgenodigd, al was dat eerder pro forma, vermoed ik. En wat andere mensen er ook mochten van denken, zij trok zich daar geen lap van aan!

Zo leerde ze ook mij wat stouter te zijn, stapje voor stapje, maar het werkte. Helaas ben ik nooit op haar benijdenswaardige niveau geraakt, daarvoor was ons gezamenlijk parcours te kort. Want hoe gretig ze ook in het leven stond, het lot besliste daar anders over.

Vandaag zou ze weer jarig zijn. Een dag waarop ik toch altijd even knipoog naar ginder boven. Want hoewel we geen van beiden geloofden in een volgend hoofdstuk boven de wolken, echt ver weg is ze niet. Als ik sporadisch nog eens in vrije val ga blijft zij nog steeds mijn reserveparachute. Zij geeft ook nog altijd dat laatste, dwingende duwtje voor ik spring.

En hoe bang ik ooit ook was om haar kwijt te raken, ik weet intussen beter. Onverwacht kom ik haar altijd weer ergens tegen.

Ik hoorde het ook eens, en dus naar grote waarheid, uit een onschuldig kindermondje:

"Kwijt bestaat niet. Je moet gewoon beter zoeken."

Reageer via    






Tattoos en zo - 8/11/2019

Ik schuif nog eens mee aan tafel tussen veel jong geweld en het gesprek gaat al gauw over tattoos. Er wordt zelfs met gemeende nieuwsgierigheid in mijn richting gekeken: heb jij ergens een tekening op je lijf? Nee, ik dus niet. Ik heb ooit, heel lang geleden, wel eens zo'n kleine neptattoo op mijn achterkant geplakt. Met de beste bedoelingen overigens, een mens doet wel gekkere dingen om de sfeer tussen de lakens weer wat op te krikken. Maar het bleek niet mijn beste idee en ik ga er ook wijselijk niet verder over uitweiden. Laat ons gewoon besluiten dat ik die dag heel erg blij was dat er schuursponsjes bestaan.

Sindsdien ben ik als de dood voor dingen die voor altijd en eeuwig blijven kleven. Er is al spijt genoeg op deze wereld over onomkeerbare zaken waar we niet eens de hand in hadden. Dus geef mij maar de tijdelijke trucjes: een palletje oogschaduw met vier kleurtjes waaruit je elke dag opnieuw kan kiezen en mascara die je 's avonds in één trek weer wegveegt. Geen levenslange symbooltjes op mijn enkels en ook geen diepzinnige teksten langs mijn ruggengraat. Dat laatste zou in mijn geval hoe dan ook moeten gereduceerd worden tot een zeer kort versje, zeker als het in de lengte moet.

Het kan trouwens ook geen kwaad, denk ik, om af en toe nog eens volledig blanco in de spiegel te kijken. En dan weer beseffen: zo was het oorspronkelijk bedoeld! Het zet wellicht aan tot bescheidenheid. En tot even slikken misschien, maar dan weer verder gaan met wat je kreeg, nobody's perfect. Of, zoals mijn grootmoeder zaliger ergernisjes over uiterlijk vertoon placht te relativeren:

"Ge had ook nog een bult kunnen hebben."

" Het gaat me niet eens om mooi of lelijk," zeg ik, "ik ben gewoon bang voor alles wat naar definitief neigt. Dus tattoos laat ik over aan de dapperen."

En permanente ontharing dan, wordt nog in de groep gegooid, dat is toch een geweldige uitvinding! Een leven lang zonder scheermesjes!

Maar nee, ook dat lijkt me niet zonder enig risico. Want stel maar eens, stel! Dat vroeg of laat zo'n gladde meneer op de dienst marketing zegt: die verkoop van onze Venus Gilette Satin Care keldert zienderogen, er staat verdomme geen pijl haar meer op die vrouwen, wij moeten daar iets aan doen! Een nieuwe marketingstrategie bedenken voor meer vintage onder de armen, het lijkt me niet eens zo denkbeeldig in deze tijden. En mensen die veel scheerschuim willen verkopen gaan soms ver!

Dus voorlopig blijf ik maar wat knoeien met wax.

Enkele dagen later vertelt een knappe jonge dame uit mijn entourage me - niet zonder enige trots- dat ze sinds kort piercings in de tepels heeft.

" Ze waren zo vlak," zegt ze, "en met zo'n ringetje er door krijg je toch wat meer reliëf."

Ik word al een beetje bleekjes als ik er nog maar aan denk! Al dat pijnlijke geprik en dan nog jaren verder moeten met zo'n hoop ijzer in je lijf.

" Maar nee," zegt ze, "dit is ook maar tijdelijk. Als ik die dingen beu ben kunnen ze er zo weer uit. En wie mooi wil zijn moet lijden."

Diezelfde avond lees ik toevallig iets in de beautyrubriek van wat ik toch een kwaliteitskrant durf te noemen:

' De ideale kleur van je lippenstift is identiek aan de kleur van je tepels'

Nog méér gedoe, wie bedenkt dit allemaal? En hoe maak je dan weer de juiste keuze? Met de borsten bloot naar de parfumerie?

En welke kleur bedoelen ze dan precies, die van voor of vlak na de piercing?

Het wordt nergens vermeld.

Het lijkt me hoe dan ook maar saai, altijd maar datzelfde ideaal op je lippen. Zoveel kleur in de wereld en niks mogen proberen. Ook hier doe ik niet mee.

Schuurspons erover.

Reageer via    






Carmiggelen - 16/11/2019

"Die laatste blog, ik vond hem maar niks," zegt mijn dochter zomaar langs haar neus weg, terwijl ze zuinig aan een wafeltje met chocolade knabbelt.

We zitten samen aan de zoetigheden, dus ik verwacht toch iets meer gezelligheid.

Anderzijds: echt schrikken doe ik ook niet meer van haar uitspraken.

Als je maar vaak genoeg tegen je ukje herhaalt dat het alles altijd eerlijk en open tegen de mama mag zeggen krijg je dertig jaar later dit soort conversaties, ook boven een dampende tas koffie. Maar ik vraag natuurlijk om tekst en uitleg.

"Gewoon," zegt ze, "je schrijft te stroef. Het komt niet uit jezelf. En dan overal nog eens gratis je mening bovenop, dat is voor niks nodig. Niemand zit te wachten op hoe jij denkt over tattoos. Of over politiek."

" Mmm, zoveel mening strooi ik nu ook weer niet in het rond," zeg ik, "lees eens zo'n column van Heleen De Bruyne, in Humo, dat is pas stevige koek!"

"Juist daarom," zegt mijn dochter, "apen apen de apen na. Doe dat nu liever niet. Schrijf over de dingetjes van alledag, dat is veel leuker. We willen af en toe eens mee naar binnen gluren. Blijf dicht bij huis. Jij bent jij."

Daar moet ik natuurlijk even over nadenken. Want zoveel gebeurt er nu ook weer niet in of rond mijn huis. Maar - en mijn kind zal het graag horen- ze zou wel eens gelijk kunnen hebben: kleine dingetjes leveren soms veel verhaal. En schrijven over niks is ook een kunst. Net daarom was ik als jong meisje zo verslingerd aan de cursiefjes van Simon Carmiggelt. Eén en ander had natuurlijk ook wel te maken met het feit dat mijn vader liever niet wou dat ik met mijn zondagse zakgeld de Joepie kocht, dus dan schakel je vanzelf wel over op de wél aanwezige lectuur in huis, maar toch, Carmiggelt wist me al zeer snel te overtuigen van zijn kunst om veel te vertellen over verbazend weinig. Meer dan tienduizend verhaaltjes schreef hij zo bij mekaar. Zijn Kronkels. Over zijn dagelijkse wandelingetjes in een Amsterdams park, waar hij dan zat te luistervinken naar het geneuzel van twee dametjes op een bankje. Of ik herinner me zijn cursiefje over een middag alleen thuis, en de zotte dingen die hij dan deed, met een paraplu dansen door de woonkamer, en hoe opgelucht hij nadien was dat niemand hem had gezien.

Ik besluit dus ook wat meer te 'carmiggelen'. En niet dat ik ooit zelfs maar tot aan de enkels van de man zou kunnen reiken, ik ga toch wat scherper kijken naar mijn simpele, dagelijkse bestaan. Te beginnen binnenshuis.

Dag 1 van de goede voornemens is een zaterdag, met een luie avond thuis, dus dat komt mooi uit. En echt super spannend is het wel niet, maar in de namiddag werd een pakje van Bol.com geleverd, met daarin mijn nieuwe wapen tegen de zwaartekracht. Alle beauty influencers zitten plots aan de jade rollers, dus ik ben er weer vlotjes mee ingetuimeld. Vanaf nu gaan we rimpels wegrollen met een soort mini deegrolletje, al vraag ik me stilletjes wel af wat ze ons nog gaan wijsmaken. Maar het is een oud Chinees gebruik, al van ergens in de 7de eeuw, waar geisha's en keizerinnen er verbeten op los rolden. En in mijn verbeelding zien geisha's er toch altijd bijzonder glad uit. Dus: baat het niet, dan schaadt het ook niet, ik probeer het uit.

Ik installeer me aan de eettafel, haal voorzichtig mijn zachtgroene wonder tool uit de kartonnen verpakking en lees vluchtig de bijgeleverde gebruiksaanwijzing. Saaie lectuur, dus ik kijk liever een paar filmpjes op Youtube, over hoe het ding correct te gebruiken. Dat vergt blijkbaar toch enige routine, dus ik zet nog een make up spiegel voor me en ga aan de slag. Ik rol en rol en volg nauwgezet de instructies die mij worden gegeven door een zeer strak Chineesje, ze spreekt me in vloeiend Engels toe vanop m'n lap top naast de spiegel. Een kwartiertje oefenen en ik rol in alle juiste richtingen en zonder het acute risico me een oog uit te steken. Dit komt goed.

's Anderendaags stuur ik een berichtje naar de dochter: je hebt misschien wel gelijk, ik ga het dichter bij huis houden, heb er al een blogje over geschreven.

Ik zeg maar niet over wat dan precies. Ik zwijg nog maar even over het feit ik dus- op wat in wezen een avond is waarop we toch massaal uit de bol moeten gaan- na een oefensessie aan tafel, ook nog een uur horizontaal in de zetel lag, niet eens comfortabel met mijn hoofd op een kussen, om dan met een steen over mijn hoofd te rollen. En dat ik intussen ook nog een keer of zes naar de spiegel in de badkamer ben gelopen om te kijken of er ter hoogte van mijn denkrimpel al beterschap was. Nee, dat spannende avontuur geef ik voorlopig nog niet prijs.

Ze zal het één dezer wel lezen.

Reageer via    






Phone Home - 21/11/2019

Alles begint met een glazen deur.

Die ik niet zie.

Ik voer een tijdelijke opdracht uit in een al even tijdelijke werkomgeving, we huren een kantoorruimte in een groot, industrieel gebouw met veel staal en glas en beton, ik ben zeer onder de indruk van het strakke design en ik kijk m'n ogen uit, maar die deur zie ik dus niet.

En vermits ik in werkmodus mijn versnellingen meestal wat hoger schakel loop ik er ook nog eens in een rotvaart tegenop.

Mijn collega ziet het gebeuren en komt het eerste kwartier niet meer bij. Qua slapstickgehalte scoort dit voorval even hoog als de klassieke glijpartij over de bananenschil, dus ik lach gemoedelijk mee. Ik ben trouwens al lang blij dat die deur het heeft overleefd, dat ik al niet vanaf dag één hier moet gaan

's Avonds zie ik dat mijn rechterknie helemaal blauw kleurt, die heeft toch wel iets heviger gebotst dan gedacht. Maar ook nu, no worries, ik ga sowieso in mijn eentje uit de kleren, dus niemand die iets van de ravage merkt.

Er overkomen me nog meer rare dingen in dat gebouw. Ik ben verstrooid bij de koffiemachine en vergeet een bekertje te plaatsen, dus alles spettert lustig in het rond. En als ik een soepje wil opwarmen in de hoogtechnologische microwave sta ik hopeloos lang op de 'ping' te wachten, want ik heb de heteluchtoven aangezet. Minder goed nieuws dus voor mijn Tupperware potje. Maar goed, in een keuken ben ik zelden op mijn best, dus ook nu weer: niks aan de hand.

Net als mijn knie terug een normale kleur begint te krijgen glijd ik uit tijdens een nachtelijke dwaling. Ik word ergens midden in de nacht wakker, loop nog slaapdronken naar de badkamer om een slokje water te nemen en kom pas écht goed bij positieven languit tegen de vlakte. Ik vloek eens luid en van harte, krabbel recht en ga weer slapen. Blijkbaar toch niks gebroken, denk ik nog.

De ochtend nadien stel ik de schade vast: een dikke - maar werkelijk dikke!- buil op mijn voorhoofd, links en rechts wat rare schrammen en alweer vreemde kleurschakeringen. Ik moet er een beetje om lachen, dat je zo knal op je hoofd kan totteren zonder dat je dat bewust merkt. Het wordt hoe dan ook een grappige boodschap de eerstvolgende dagen. Want die buil krijgt natuurlijk ook alle tinten van de regenboog en roept veel vragende blikken op. Dus ik licht telkens toe: ja, ik ben op mijn hoofd gevallen. Een paar insiders durven zelfs te beweren dat ze dat al langer wisten, van je dierbaarste naasten moet je 't soms hebben.

Echt ongerust word ik pas als ik een paar dagen later nog eens bij mijn collega's in Mortsel neerstrijk. Ik zit front desk zoals we dat dan in ons vakjargon noemen, en er stapt een jonge man het kantoor binnen. Ik zeg: "Goeiemiddag meneer, kan ik u ergens mee helpen?"

Waarop de jongeman: " Euh, ja, misschien wel? Ik werk hier namelijk."

Hilariteit alom! Want dit is één van onze stagiairs en we werden al officieel aan mekaar voorgesteld. Méér nog, we hebben ergens vorige week al den dagje zij aan zij gezeten, hij en ik. Maar ik troost me toch nog even met de gedachte dat ik best veel nieuwe gezichten en namen tegen kom in mijn job, je hoofd zou van minder overlopen.

Als ik diezelfde avond, het is al pikdonker om zes uur, de hele weg naar huis afleg zonder de lichten van m'n wagen aan te steken en dat pas merk als ik voor mijn deur parkeer, begin ik me wel degelijk zorgen te maken. Zeker als ik een uurtje later in de yogales ook niet zo echt soepel rechtop in de houding van de kaars geraak. Ik moet toch een paar keer een stiekem duwtje bijgeven. Kom ik nu stilaan op mijn retour? Mens sana in corpore sano, maar vanaf heden op ware leeftijd? Dat ik niet langer verwaand kan staan bazelen dat 50 het nieuwe 40 is?

Omdat ik toch bij de huisdokter moet zijn voor een voorschriftje besluit ik meteen een afspraak te maken, op een vroege zaterdagochtend, dan kan hij misschien ook een buisje bloed afnemen. Af en toe eens een grondige check up kan geen kwaad.

"Dat we jou hier nog eens zien," zegt de dokter, ik neem het maar als compliment, want het is waar, rijk is de man van mij nog niet geworden. Dus ik leg het even uit, dat ik wel eens wil weten of mijn lijf en leden nog naar behoren functioneren. De vragen over mijn hoofd vind ik wat moeilijker.

"Wanneer merk je zo dat een mens mentaal wat minder sterk wordt?" pols ik voorzichtig.

" Toch niks met je ouders?" reageert hij bezorgd.

Mijn ouders, allebei wel een eind in de tachtig, maar nee, die zijn nog aardig bij de pinken. Mijn vader becommentarieert nog elke zondag vol vuur de Zevende Dag en mijn moeder is een wandelende databank. Die kent zelfs de jaarlijkse afvalkalender uit het hoofd. Nee, dit gaat over mij, hoe verstrooid ik ben. En dat ik dingen vergeet. En op mijn hoofd val.

"Je moet je pas zorgen maken als je niet meer weet waarvoor de dingen dienen," stelt de dokter mij gerust. "Als je bijvoorbeeld je telefoon in de hand hebt en je weet niet meer hoe je moet bellen."

Dat is pas goed nieuws! Want voorlopig bel ik me nog dagelijks te pletter. En wel met alles wat me ter beschikking wordt gesteld: vaste toestellen, smartphone, headsets. Geef me zijn nummer en ik bel routinematig en zonder ook maar enige mentale voorbereiding zelfs naar de koning.

Ik huppel bij wijze van spreken weer naar buiten, opgelucht.

Want voorlopig weet ik, wat er ook gebeurt, zelfs met bluts of buil:

Thuys can phone home. En daar is vast wel iemand die opneemt.?





Reageer via    






Vrouwen op een matje - 28/11/2019



Het valt me op dat ik steeds vaker op een matje kom te liggen.

Er waren jaren dat ik wekelijks rondjes liep op de Finse piste, gewoon rechtop.

Of dat ik houterig stond mee te schudden in stomende Zumba lessen. Er was zelfs een tijd dat ik nog een zwoele buikdans onder de knie dacht te krijgen. Helaas. De enige basic die ik ooit - en dan ook nog na twee seizoenen intensief oefenen- enigszins stijlvol bracht was de 'boerenpas', de naam op zich zegt al veel. Er waren meisjes die al na de eerste lessenreeks een sierlijke choreografie brachten, verleidelijk heupwiegend en met een snoer van rinkelende belletjes rond de taille, maar ik bereikte nooit meer elegantie dan de gemiddelde kameel.

Veel geprobeerd dus, en met wisselende resultaten, maar hoofdzaak blijft uiteindelijk toch dat je regelmatig beweegt. En de laatste tijd doe ik dat dus steeds meer horizontaal. Niet zozeer in de pikante variant, maar gewoon: ik doe oefeningen op een matje, meestal samen met een hoop andere vrouwen. Bij Yoga gaan we collectief en in verbluffend veel stilte op zoek naar ons innerlijke zelf en bij Body Styling steken we dan weer puffend armen en benen in de lucht, in de hoop alzo de cellulitis voorgoed uit ons leven te bannen. Verbeten werken we een reeks sit ups af, met iets opzwepends als 'Beat it' van Michael Jackson op de achtergrond.

Als ik op een vrije dag ook eens een les Styling boek op een doordeweeks moment knalt er geen muziek door de luidsprekers. Misschien is die wel enkel bedoeld om werkende clubleden zoals ik nog wakker te houden, als we 's avonds in zeven haasten binnen stormen na de zoveelste monsterfile. Maar nu liggen we met drie vrouwen rustig naast elkaar. En drie vrouwen op rij en op een matje, in een stille ruimte, dat blijft niet lang duren, dan borrelt er al snel verhaal naar boven.

"Ik krijg het maar niet warm," zegt de dame rechts naast mij, "dat is toch dikke ellende, als je eerst zo weken in de zon hebt gezeten." We willen natuurlijk weten onder welke zon ze dan precies zat.

"De Spaanse," zegt ze, "we worden al een dagje ouder, dus we houden het wat dichter bij huis. Maar altijd maar overwinteren in Malaga, het gaat vervelen." Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als het leven één grote vakantie wordt, is het eigenlijk geen vakantie meer. Dan lijkt het me eerder ongemerkt indommelen.

"Precies," zegt ze, "maar daar heeft mijn man geen oren naar, die wil altijd maar weg. Richting zon en dan ook nog eens veel eten en drinken. Genieten van het leven, noemt hij dat, en intussen word ik moddervet. Zie mij hier nu liggen."

Dat valt wel mee, vind ik. Niets op haar matje dat niet meer te redden valt met wat hulp van Michael Jackson.

"En zo blijf ik natuurlijk ook nooit op schema met mijn oefeningen," gaat ze verder, "en ik was net zo goed bezig."

"Ja, dat is moeilijk," valt de dame aan mijn linkse kant bij, "om op vakantie op gewicht te blijven. Je zit veel op een terras en je drinkt al eens vaker een wijntje."

" Een wijntje!" snoeft dame rechts, "hij wil al vanaf 's middags aan de wijn! En ik moet af en toe toch meedoen, anders blijft het niet gezellig. Eigenlijk zitten we ons meestal ergens lam te zuipen, daar in de zon."

Ze komt stilaan goed op dreef, het zit haar hoog.

"En weet je wat nog het ergste is ? Hij komt van al dat schransen geen gram aan! Meneer moet niet sporten, nee, ik ben de enige die alsmaar dikker en dikker word. Maar daar mag ik niks over zeggen, dan ben ik weer de zeur."

Dame links is één en al begrip. En geeft een gelijkaardige opsomming van feiten, maar dan op locaties dichter bij huis. Over 'dieje van ons'. "Mannen!" besluit ze, "Je kan ze niet missen, maar soms zou je ze de nek willen omdraaien!"

"Niet dat ik geen goede man heb," zwakt dame rechts toch nog even af, "maar al die zonnige vakanties en dat rustig genieten komen me soms de strot uit." Daar vallen we dan weer even stil van.

En dan wordt er naar mij gekeken:

"Hoe zit dat met jou," zegt dame rechts, "jij blijft er zo kalm bij? Of draag jij thuis de broek?"

Dus ik vink ook maar even mijn lijstje af. Dat ik meestal wel behoorlijk bezig ben en dat ik in mijn huis inderdaad volledige inspraak heb, met of zonder broek. Dat af en toe een korte vakantie me wel kan bekoren. En dat ik het me wel gezellig lijkt om hand in hand met een leuke jongen langs de branding te struinen, maar het aantal vrijwilligers is zeer beperkt. Over wijn kan ik bondig zijn: na meer dan één glas wordt het al redelijk genant, dus ik begin er niet meer aan. En de zon: mijn volgende reis gaat noordwaarts, maar dat is dan weer toeval, ik doe niet moeilijk over windrichtingen. Om tot de slotsom te komen: ik amuseer me wel. Niet eens weinig, om eerlijk te zijn.

"En helemaal geen man in je leven?" zegt dame links, "Gelukzak!"

"Mag ik niet bij jou komen wonen?" zucht dame rechts ook nog.

Als ik na de les, fris gedoucht en weer klaar om de wereld op twee benen te trotseren, dame rechts nog kruis bij het naar buiten gaan, tikt ze me even tegen de ellenboog.

" Trek het je maar niet aan, meisje, " zegt ze, "jij komt vast nog wel een gezellige man tegen. En dan kan jij ook heerlijk gaan genieten, net zoals wij. En af en toe een wijntje drinken."?

Reageer via    






Grappa - 05/12/2019

'Hey Mieke, met K. Ken je me nog? Ik kreeg je nummer van J. Hoe gaat het met jou? Ben je gelukkig?'

Wel een zeer directe vraag, vind ik, ze wordt ook zo onverwacht tussen soep en patatten gesteld. Bijna letterlijk zelfs, ik sta in mijn keuken gekookte aardappelen fijn te prakken tot wat hopelijk een gladde puree zal worden. Dus ik tik niet meteen een antwoord. Over dit soort existentiële levensvragen moet ik eerst eens nadenken.

Als ik wat later, na mijn (overigens waanzinnig lekkere!) puree met worst, nog even rustig ga zitten met een kop koffie, lees ik het berichtje opnieuw.

Want ja, ik ken hem nog. Uit een tijd dat we vermoedelijk geen van beiden zo heel erg gelukkig waren. In zijn huwelijk stormde het stevig en ikzelf zat dan wel niet aan boord van een officieel geregistreerde boot, maar in mijn schuitje was het ook gevaarlijk zwalpen. Onze vriendenkringen kruisten en zo raakten we ergens in de doorsnede aan de praat. Twee prille dertigers, met de eerste gemene krasjes op onze ziel, de onbezonnen speeltijd was definitief voorbij. We deelden verhalen over leugens, bedrog en hoogoplopende ruzies achter schijnheilige muren, maar altijd gedresseerd met een pittig sausje humor. Want hoe raar het ook mag lijken: we hebben onbedaarlijk hard gelachen, tot snikken toe, het schijnt wel meer voor te komen onder kompanen in oorlogstijd. Het was vooral ook de manier waarop hij de dingen bracht, ik werd er onverwijld goedgezind van. En hij liet me Grappa drinken en gaf me één van de warmste complimenten ooit gekregen: dat hij me best wel een boeiende vrouw vond.

Ik weet niet meer hoeveel Grappa's hij toen al op had, maar ik ben die woorden nooit vergeten.

En toen kwam het moment dat er beslissingen werden genomen: hij vertrok naar verre oorden en ook ik sleepte hebben en houden naar een nieuw adres. De link via gemeenschappelijke vrienden viel weg en we botsten elkaar niet langer toevallig tegen het lijf. Als ik me goed herinner was er ergens halverwege de jaren nog één telefoontje, werk gerelateerd zelfs. Maar meer niet. Ook nooit nog Grappa gedronken, de smaak sloop stilletjes uit mijn geheugen.

En nu dus plots die vraag. Waarop ik inmiddels weer ja mag antwoorden. Want ik ben dan wel op een zaterdag geboren, maar in wezen was ik duidelijk bedoeld als zondagskind. Het is enkel te wijten aan mijn aangeboren ongeduld dat de zaken destijds wat versneld zijn. Maar ik kwam alsnog goed terecht, in een comfortabel wiegje. In een land waar je in de rekken van de Colruyt kan kiezen tussen toiletpapier met drie of vier of zelfs vijf zijdezachte laagjes. Tussen mensen die meestal wel het beste met me voor hebben. En ik vaar weer een behouden koers, af en toe helt mijn bootje inderdaad wel eens dreigend over, maar ik ben nooit reddeloos overboord gevallen. Een mens leert gaandeweg wel wat navigeren.

Dus ik laat hem weten: ja, ik ken je nog. En ik ben gelukkig. En jij?

Hij ook, blijkbaar.

Dat moeten we dan dringend nog eens bespreken, vindt hij.

En ik vind dat eigenlijk ook.

Dus we spreken af. Even een kwarteeuw overbruggen. Dit keer wel vanuit een heel andere invalshoek. Maar we gaan lachen, dat weet ik nu al.

En zo opeens weet ik ook weer hoe Grappa proeft.

Reageer via    






Palen - 12/12/2019

Het zal wel in de genen zitten, want we zijn daar bij ons Thuys allemaal redelijk goed in: zwanzen en zeveren over de onnozelste dingen.

Zo vertelt mijn dochter opeens iets over een lelijke paal, en dan nog op een manier zoals alleen zij dat kan: een kleine ergernis uiten met zoveel humor en mimiek dat we het uiteindelijk toch weer allebei bescheuren.

We leunen samen tegen de reling van mijn terras en kijken uit op het tuintje van de benedenburen, dat van mijn ouders dus. Vroeger was het zo'n typisch Vlaamsch hofken, met preiplantjes die gemillimeterd recht op een rij werden gepoot. Ik mocht af en toe wel eens mee schoffelen of iets groens zaaien en dan ontkiemde er wel eens wat peterselie, wie weet is er wel een gezond blozende boerin aan mij verloren gegaan.

Maar nu, jaren later, kijken we uit op een keurig stadstuintje. Mijn vader zag het jaarlijks omspitten van de winterbedden niet meer zitten en ikzelf bloos enkel nog als mij nog eens het hof wordt gemaakt, zeer sporadisch dus. Als bijna vanzelfsprekend kreeg ik ook zomaar opeens volledige bevoegdheid over agrarische zaken, en wie mij kent weet dat ik vooral praktisch denk. Onbespoten groenten -en eigenlijk ook wel redelijk veel onkruid, mijn vader deed aan bio-tuinieren nog voor het woord werd uitgevonden- ruimden dan ook al snel plaats voor een onderhoudsvriendelijk ontwerp met winterharde struiken en bodembedekkers.

Twee dingen verwijzen nog naar de charme van weleer: een oersterke rabarberstruik waaronder Basset Winston ook nog flink wat warme zomers heeft liggen weg ronken, en het oude vogelhuis. Voor dat laatste gebruik ik bewust geen verkleinwoordje, want het gaat hier wel degelijk om een imposant bouwwerk. Eigenhandig door mijn vader in mekaar getimmerd, een zeer solide constructie met een grote open ruimte, een soort van langgerekte doorzonwoning voor gevleugelde vrienden. De 'landingsbaan' noemen de dochter en ik het wel eens lachend, volgens ons kan er ook een helikopter op terecht, maar dat mag mijn vader niet horen. Want het vogelhuis was en is nog steeds zijn trots en het mocht onder geen beding verdwijnen. Vervangen door een meer esthetisch verantwoord model was evenmin bespreekbaar, hij blijft verknocht aan het origineel. En ik moet toegeven, zijn ontwerp wordt zeer geapprecieerd door de plaatselijke vogelpopulatie, er wemelt altijd wel iets op het platform. Eén en ander heeft waarschijnlijk ook te maken met het gratis buffet dat gul wordt aangeboden. Mijn vader vult dagelijks, winter en zomer, de strategisch geplaatste voer -en waterbakjes en commandeert mij regelmatig richting Tuincentrum Aveve, om twee zakjes ' Mengeling voor sierduiven, n° 778', graantjes van - althans naar zijn zeggen - superieure kwaliteit. Zelfs de luizigste straatmus dineert bij ons op driesterren niveau.

Maar om uiteindelijk bij het verhaal van de paal te komen: dat vogelhuis rust dus op een dikke, verweerde houten paal. En nu ik er aan denk, langs het tuinpadje loopt ook nog de goeie, ouderwetse wasdraad, gespannen tussen twee andere palen die ooit om één of andere duistere reden fel oranje werden geverfd. Ik vermoed om ons vliegend bezoek veilig te begeleiden tijdens het landingsproces naar het vogelhuis. Maar mij vallen ze zelfs niet meer op, als je maar lang genoeg gedachteloos op iets zit te kijken vervagen zelfs oranje palen.

"De geschiedenis herhaalt zich," zucht mijn dochter, "wij hebben nu zelf ook al zo'n lelijke paal op ons terrein." Een goedbedoelde geste van de schoonzoon, overigens. Want de dochter geeft ook na valavond nog paardrijlessen in haar buitenpiste en dan is er natuurlijk nood aan licht in de duisternis. En nu heeft de schoonzoon dus een soort van proefconstructie opgesteld, om te testen waar de lamp precies moet schijnen. Een lelijke paal, vastgeschroefd op iets ingewikkelds van houten planken en dan helemaal bovenaan die lamp. Het was blijkbaar ook geen simpele onderneming, er moest nog wat hulp van vrienden en kennissen aan te pas komen om alles op juiste hoogte te monteren.

"En met de kans op vrijwillige elektrocutie," vervolgt mijn dochter, "dan riskeert hij ook nog zijn leven om zo'n lelijk ding op te stellen."

"Maar toch wel lief van hem," zeg ik, "dat hij al die moeite voor je doet."

"Het is en blijft een lelijke paal," zegt ze, maar ze krult wel nogal zelfingenomen haar neusje.

Een weekje later zitten we op zondagmiddag met z'n allen aan tafel voor één van mijn proefprojecten: al even uittesten of mijn kroketten kerstwaardig zijn. In het vogelhuis wordt ook alweer druk fladderend gedegusteerd. Wat de aandacht weer naar de paal leidt.

"Hoe zit het nog met de paal?" vraag ik.

"Einde testcase," zegt mijn dochter, "de buren zijn komen klagen. De lamp scheen 's avonds recht in hun living, die mensen zaten al veertien dagen verblind aan tafel."

"Niet erg," zegt mijn schoonzoon, "dit was maar om te proberen. En ik ging hoe dan ook iets anders bedenken, zo'n houten paal gaat mettertijd toch rotten."

"O, nee hoor," zegt mijn vader, "Je moet zo'n houten paal met het juiste product insmeren, dan overleeft die weer en wind."

En hij wijst trots naar zijn vogelhuis. Op die rare houten paal.

"Of neem nu die palen van de wasdraad," moedigt hij nog aan, "die staan er ook al meer dan een halve eeuw."

"Het einde der palen is nog niet in zicht," zegt mijn dochter.

We hebben dus nog wel wat te brabbelen. Dat staat als een paal boven water.





Reageer via    






Vrede op aard - 19/12/2019

We zeggen het nu ook dikwijls luidop.

Bij de bakker en in de dagelijkse wandelgangen of zoals ikzelf vanmorgen nogal onnozel tegen mijn spiegelbeeld: dat het weer bijna Kerstmis is en dat de tijd toch vliegt, net vierden we nog nieuwjaar en kijk nu!

De wereld draait ook wat koortsiger, want opeens moet er nog van alles versierd of geregeld worden: bomen, vijfgangendiners, misschien wel een knus verblijf in een Ardens chalet, met glühwein bij een knisperend houtvuur. De druk om het jaar gezellig af te ronden is niet gering. Dit zijn de dagen van veel, veler, veelst. Niet zomaar tomatensoep met ballekes op tafel zetten, maar bisque met een flinke scheut room. Ik word al een beetje kribbig bij het vooruitzicht dat mijn soep dan waarschijnlijk weer gaat schiften. En Kerst mag dan wel een tijd van vrede op aarde te zijn, toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat, samen met mij, veel mensen van goede wil toch wat bokkiger worden.

Het begint al bij de kerstverlichting.

"Waarom hebben die van Diest al feestverlichting, en wij nog niet?" zeurt iemand in onze straat. We zijn eind november, dus in principe zitten we nog ruim op schema.

Als ik een weekje later vrolijk wijs naar de lichtjes in onze Basilieklaan is het wéér niet goed.

"Waarom enkel daar? Of kennen we maar één invalsweg in deze stad?"

"Toe maar," grommelt nog een andere buur, "dit is al circus genoeg."

Op facebook volg ik toevallig ook nog een verhitte discussie over foute kersttruien. Een kledingstuk dat Colin Firth nog aanbiddelijker maakte dan hij al was in de eerste Bridget Jones film, maar verder zegt zo'n rendiertrui me weinig, laat staan dat ik er zelf één zou breien. Toch gaan die dingen dezer dagen massaal over de toonbanken, over smaak en kleur valt duidelijk nog steeds niet te twisten.

'Schandalig!' zeggen de tegenstanders. Want die truien vormen een zware belasting voor het milieu. Ze worden voornamelijk gemaakt van acryl, een soort van plastic en daar hebben we al zeeën vol van. En ze worden zelden meer dan één keer gedragen, niemand loop een hele winter rond met een gebreide sneeuwman op de buik.

'Niks mag nog!' mokt de tegenpartij, 'van al dat gekanker gaan we nog sneller doodgaan dan van wat goedkope Fast Fashion! Pak eerst de grootste vervuilers eens deftig aan!'

Eén dame biecht braaf op dat ze wel elk jaar een kersttrui koopt, maar altijd tweedehands en daarna schenkt ze hem aan een goed doel. Ik stel me dan zo voor hoe een paar maanden later zo'n tenger, doorschijnend kindje in Bangladesh loopt te zweten in een rendiertrui van acryl, je zal zo'n ding maar krijgen.

Ik hou me ver van het tumult en besluit gewoon een klassiek zwart jurkje uit de kast te halen voor de feesten, daarmee zit je als vrouw meestal wel goed. En zelfs, mannen die zich gemakshalve ook geroepen voelen: we leven in gender neutrale tijden.

Een paar dagen later luister ik met stijgende verbazing naar een telefoongesprek van een - overigens meestal zeer beminnelijke!- collega met de klantendienst van één of andere webshop. Ze heeft een pakje besteld en nu, drie ( drie!) dagen later is het pakje nog steeds niet geleverd. Het gesprek escaleert en eindigt met veel geroep, van beide kanten, zelfs bij per definitie klantvriendelijke klantendiensten worden ze kattig in december.

"Als jullie dit service noemen," brult mijn collega," hier laat ik het niet bij!" en ze gooit met een smak de hoorn neer.

" Ik laat me niet doen," zegt ze, "ik wil verdomme mijn kerstcadeaus tijdig onder de boom."

En ze vertelt me trots wat ze besteld heeft: een soort van helende kristallen, kleine edelsteentjes die rust en harmonie brengen. En kalmte. Ieder van haar geliefden krijgt dit jaar een zakje gevuld met positieve vibes.

"Origineel," zeg ik, "en precies wat de wereld nu nodig heeft."





Reageer via