De liefste zijn - 03/04/2020

Ik mail met de slimme man die zich buigt over de technische kant van mijn wekelijkse blog, want daar heb ik zelf weinig kaas van gegeten. En, naar best wel aangename gewoonte, breien we daar ook nog wat persoonlijke nieuwtjes aan vast. Gewoon, over de dagelijkse dingen. We hebben mekaar nog nooit in levende lijve ontmoet, maar ik kijk toch altijd uit naar die digitale kattenbelletjes. De laatste weken gaat de correspondentie uiteraard dikwijls over Corona, en wat we zoal denken over stand van zaken. Hoe het voelt om in ons kot te blijven en de opluchting dat voorlopig iedereen in onze omgeving nog gezond en wel is. En over hoe de dagen er intussen toch behoorlijk anders uitzien dan amper een paar weken geleden. Maar we blijven optimistisch: tot op heden werd slechts hier en daar en niet eens in onze onmiddellijke actieradius een besmetting vastgesteld, en dan goddank ook nog telkens met slechts lichte symptomen. En verder vervelen we ons nog lang niet dood, zo in quarantaine: ik schrijf en lees en hij fietst blijkbaar veel, de dingen die we graag doen kunnen gelukkig nog. We slaan ons hier wel doorheen, hopelijk ongeschonden.
En dan meldt hij opeens nog, op het einde van zijn mail:
'Binnen enkele dagen wordt mijn lieve echtgenote 70.'
Het lijkt zo'n terloopse mededeling, maar ik lees de zin toch iets langzamer. En dan nog een keer. En krijg er zelfs even een krasje van in de keel. Ik ken zijn vrouw niet, maar dit lijkt me zo mooi! Dat je op een dag een vrouw van 70 wordt en dat je dan nog steeds iemands lieve echtgenote mag zijn.
Ik bedenk opeens dat ik een dergelijke status waarschijnlijk nooit zal bereiken. Aan dat echtgenote worden valt misschien nog te morrelen, het werd me wel nooit gevraagd maar je weet maar nooit en voor een schoon nieuw kleed ben ik tot veel bereid. Een bepaalde leeftijd halen heb je dan weer totaal niet in de hand, dat lijkt me eerder voorbestemd. Blijft dan ook nog dat 'lief' zijn. Ik speur wat in mijn geheugen, of er misschien ooit een jongen in mijn leven was die dat adjectief gebruikte, als het toevallig eens over mij ging. Maar ik kom niet verder dan wat onwennig gebazel over mooie ogen, de dronken praat over stevige billen laat ik nu maar even buiten beschouwing. Maar zelfs dàt is al een eeuwigheid geleden.
Dus nee, bij mijn weten nergens een lief die me lief vond. Of alleszins niet het vermelden waard. Het zegt natuurlijk even veel over mij als over de ridders op mijn pad.

Ja, één van de exen heeft -jaren later en in een vlaag van toegeeflijkheid- wel eens geconcludeerd: je was nog de slechtste niet. Al bij al wel een behoorlijk compliment, vooral als je de man in kwestie wat beter kent. Want ik weet wel zeker dat er meer dan voldoende studiemateriaal aan deze vergelijking vooraf ging. En bovendien was hij sowieso al iemand van bitter weinig lovende woorden.
Maar het was wel nog iets meer lof dan het complimentje dat ik laatst nog van mannelijke kant kreeg toegedicht. Weliswaar vergezeld van een knipoog en gelanceerd in deze barre tijden, maar toch, voorafgegaan door de onvermijdelijke hashtag, dit is wat hij over mij schreef:
#erger dan het Coronavirus
Om maar te zeggen.

Reageer via    






Een zee van tijd - 10/04/2020

Tijd heeft de rare gewoonte zelden in harmonie te zijn met wat wij ervan verwachten. Meestal klagen we dat we er te weinig van hebben, maar we kennen ook dagen die oneindig lang lijken te duren. Dus gieten we onze bezigheden in roostertjes, dat geeft tenminste wat structuur. Daarom bestaan er dingen zoals openingsuren en tikklokken. Zelfs vrije tijd eindigt in een strak stramien. Niet zomaar lamlendig onder een boom gaan liggen op een zonnige dag, nee, we gaan een uurtje sporten. 60 minuten. Of we tellen op z'n minst onze voetstappen.
" Wij hebben onze 10.000 al in de kuiten," zei gisteren nog iemand in de winkel. Ik kon het nog luid en duidelijk horen, zo op anderhalve meter afstand.

We willen ook liefst zoveel mogelijk beleven op een zo kort mogelijke tijd. Ook nu meteen, als het even kan. En daarvoor hebben we dan weer lijstjes, we gooien ons leven gezwind in Excel.
Ik hoorde laatst een groepje twintigers heel ernstig converseren over de belangrijkste punten op hun bucket list. Je zou denken dat je zoiets nog snel in elkaar flanst als je het einde voelt naderen, maar nee, YOLO, dus zij begonnen alvast af te vinken. Kijken naar een zonsondergang op de Tafelberg: check. Doorzonwoning met 3 slaapkamers in een groene randgemeente: check.
"We leven in een wereld van veel mogelijkheden, dan hebben mensen nood aan lijstjes," zegt één van mijn nuchtere vriendinnen. "En we wensen dan wel het eeuwige leven, maar zet ons een regenachtige zondagmiddag thuis en we weten die uren al niet meer zinnig in te vullen. Dan hebben we plots weer tijd te veel."
Ik moet er even over nadenken als ik, midden in week vier van Corona, plots ook nog verlof heb. Er staan blijkbaar nog vier vakantiedagen van vorig jaar op de teller, inderdaad, wegens toen ook weer te weinig tijd om ze in te plannen.
Plots heb ook ik, onverwacht, een zee van tijd. Maar ondanks mijn goede voornemens- ik heb wel één en ander te regelen als ik ook eens iets memorabels wil gaan afvinken- veel spectaculaire activiteiten vallen er nu niet te plannen. En gevaarlijke dingen wil ik liever niet op zo'n lijst zetten, ik ambieer voorlopig nog een natuurlijke dood, liefst in een zacht bed. In m'n eentje gaan hiken door onbekend gebied laat ik dus over aan de dapperen.
Dus ik besluit, zeer tegen mijn gewoonte, de tijd maar even niet naar mijn hand te zetten, ik zie wel wat er op mij af komt. En ik moet zeggen, dat valt best mee.
Dag 1 kom ik bij het opruimen van mijn hoogste en lichtjes verwaarloosde etage nog een dik boek tegen van lang geleden, en dat komt goed uit: ik wil meteen weten hoe dat verhaal ook alweer afliep, dus die zolderkamer uitstoffen kan wel even wachten. En zo'n dagje ongestoord en op eenzame hoogte zitten lezen op een dubbel geplooid yogamatje, je wordt er wel wat stram van, maar verder kan ik het ten zeerste aanbevelen. Ik droom die nacht het spannende verhaal zelfs nog eens dapper over, met mezelf in de romantische hoofdrol.
Dag 2 ben ik een paar uur zoet in de keuken, jawel, want plots kan ik met volle aandacht en tot zelfs twee maal per dag de avonturen van zowel Loïc als Jeroen volgen, en zoals die jongens met keukengerei jongleren, het inspireert. Ik bak nog eens heel traag en volgens de regels van de kunst een home made pavlova. En ik dresseer een slaatje met - voor het eerst in mijn leven!- perfect gekookte eitjes, helemaal volgens de richtlijnen van Loïc: eitjes op kamertemperatuur in zacht kokend water laten garen, gedurende exact 6,5 minuten. Dan is de dooier wel hard gekookt, maar nog nét een beetje smeuïg. Ik time het gebeuren heel secuur met de seconden teller van mijn gsm. Dat ik nog eens dit soort van perfectie zou benaderen aan het fornuis, nooit gedacht! Ik moet me inhouden om er geen foto van te posten, maar ze zien me komen: kijk, die Mie kan eindelijk een ei koken!
Ik lees en pruts en rommel en lummel me door de dagen.
"Als het niet al te lang duurt zou ik zomaar een gelukkig en volledig nutteloos bestaan kunnen leiden," zeg ik tegen m'n moeder. We wandelen arm in arm samen het hofpadje op en af, want ze volgt nauwgezet alle richtlijnen van de overheid, dus ook dagelijks bewegen in de buitenlucht hoort daar bij. En meer dan dit zit er voor haar helaas niet meer in.
" Dat kon je vroeger al goed," zegt ze," zo in je eentje bezig zijn. Je kon uren in de weer zijn met je wasco krijtjes. Je tekende vooral prinsessen."
Die krijtjes kan ik me nog zo voor de geest halen, ik bewaarde ze in een houten sigarenkistje. Ze hebben me uren en uren tekenplezier bezorgd. Ik was een kind alleen, én dan ook nog een tenger ding, wat bleekjes en met knokige knietjes. Niet zo'n blozende bolleboos om met de Chiro op zomerkampen te sturen. Als hierboven daadwerkelijk iemand zit die alles eigenhandig schept en bestuurt moet hij bij zijn laatste touch aan mijn creatie toch iets gedacht hebben in de zin van: deze hier lijkt wel geschikt voor quarantaine. Als het ooit tot een mogelijke lockdown zou komen gaat dit exemplaar me weinig kopzorgen baren.
En zo blijkt nu ook, ik doe niks speciaals, praat voornamelijk tegen de muren, en toch vliegen deze onbestemde dagen voorbij. Tempus fugit. En zeker als je pret hebt.
Als ik op dag 3 dan toch maar besluit om die zolderkamer eens onder handen te nemen vind ik helemaal achteraan in mijn oud bureau nog een houten kistje. Alto Special Cafe, staat er op. Ik weet meteen weer wat er in zit: mijn wasco krijtjes! Afgesleten en bepoteld door ijverige kinderhandjes en hier en daar eentje van pure slijtage doormidden gekraakt, maar nog in alle kleuren van de regenboog.
Dus toen heb ik nog eens een prinses getekend.
Een hele mooie, trouwens. Ik ben het nog niet verleerd.

Reageer via    






Winnetou - 17/04/2020

"Ik kan zo stilaan het woord 'Corona' niet meer horen," grommelt mijn dochter via chat en dus op veilige afstand, "laat ons nu gewoon doen of laten wat moet, kous af."
Zo herken ik mijn kind weer. Waar ik meestal een overvloed aan woorden gebruik om iets toe te lichten, is zij eerder van de korte keten: zeg waar het op staat en stop met zaniken. Was je handen en blijf in je kot.

Het leven zou er vast veel simpeler uitzien, moesten we deze vorm van communicatie wat vaker hanteren. Helaas is dat niet het geval. Wij mensen brabbelen overvloedig en dikwijls naast de kwestie of zeggen dingen waarvan we achteraf dan weer beweren dat we het eigenlijk niet zo bedoelden. We laten ons opdraaien om het minste en geringste en lopen dan ratelend af, even irritant als het geluid van zo'n mechanisch opwind wekkertje. Of we begrijpen simpelweg de boodschap niet, ook al wordt ze tot in den treure herhaald. Zelfs in deze tijden, als in elk- maar dan werkelijk élk!- nieuwsbericht nogmaals klaar en duidelijk wordt uitgelegd waarom social distance zo belangrijk is, zijn er nog mensen die verbaasd zeggen 'Hoe komen ze er bij?'

Al vind ik wel dat we, nu we zo op een afstandje van mekaar moeten leven, creatiever worden op vlak van communicatie. We brengen de dingen wat luider en met meer animo, ik betrap mezelf er ook op. Als ik tijdens één van mijn nu
hernieuwde pogingen van Start to Run toevallig een fietsende vriendin kruis blijven we wel keurig op gepaste afstand, maar niets weerhoudt ons van een gemoedelijke babbel. We roepen gewoon wat harder ( allebei lichtjes hijgend en rood aangelopen, maar kom) en we kijken niet eens gegeneerd rond. Blij dat we mekaar nog eens zien en horen en iedereen mag het weten. Duidelijke taal dus.

Er wordt ook uitbundiger gezwaaid naar elkaar. " Ons buurmeisje, dat is toch zo'n schatteke, " zegt m'n moeder, "die wuift van ver." Dat het voorlopig niet anders mag, laat ik maar even in het midden, het is tenslotte het gebaar dat telt. En in dit geval is dat even duidelijk als een bemoedigend tikje op haar schouder.

Op onze werkvloer komt zelfs expressief tekentalent naar boven. Want in normale tijden sturen we onze uitzendkrachten voornamelijk naar een job toe en daarbij hanteren we al jaren ons vertrouwd vakjargon. Maar nu gaat het helaas iets vaker de andere richting uit, die van de technische werkloosheid…
De eerste keer dat ik een Roemeense jongen telefonisch toelicht hoe dat nu juist in zijn werk gaat via de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen is het op dat vlak met mijn Engels aanzienlijk erger gesteld dan met het zijne. 'Oelpkas?' vraagt hij. Uiteindelijk maak ik er letterlijk een tekeningetje bij, ik scan het in en mail het naar hem door. Maar al bij al: message understood.

En we waren al goed in gebarentaal, maar nu wordt die tot een ware kunst verheven! We werken wel achter gesloten deuren, maar dat zal ons niet weerhouden, er zijn tenslotte nog de glazen etalages. Langs beide kanten worden bemoedigende duimen opgestoken en we trekken wel eens gekke bekken naar voorbijgangers. Iemand werpt zelfs een handkusje. " We moeten het wel een beetje deftig houden," grapt één van m'n collega's, "het moet geen paringsdans worden."
Maar ook bij deze taferelen is de boodschap weer duidelijk: hier aan deze zijde is alles nog ok en hou het aan de overkant ook verder gezond!

Als ik op zondagmiddag nog eens bij de benedenburen binnen wip, zit mijn vader al voor de televisie, maar dit keer niet in kritische aanslag voor De Zevende Dag.
"Nog een film van in den tijd," zegt hij, " Old Shatterhand en Winnetou. Kijk even mee."
Het verhaal gaat traag en is redelijk voorspelbaar.
"Toen werd elke scène wel héél erg breed uitgesponnen," zeg ik, mijn geduld wordt enigszins op de proef gesteld.
"Maar dat waren nog ware helden," zegt mijn vader, "en het verhaal is tenminste duidelijk."
Ik moet hem gelijk geven en zit de rit geamuseerd mee uit. We reizen samen nog eens door de Far West, waar je nog feilloos kon inschatten wie de goede en de slechte waren. En waar zelfs zo'n native Indiaan als Winnetou vloeiend en verstaanbaar Duits sprak.
Duidelijke taal dus.

Af en toe loopt het ook fout met de gewijzigde vormen van communicatie. Zo maak ik nog eens deftig ruzie, en wel schriftelijk dit keer, face tot face kan nu even niet. Niet mijn beste idee ooit, want stop mijn pen in gif en ik word méér dan duidelijk. Ik spuw mijn ongefilterde mening in drie korte, hatelijke zinnen. Laat ons zeggen: mijn boodschap is weinig genuanceerd. Het kost me nadien nog een slapeloze nacht om alsnog mijn excuses even overtuigend te formuleren.

Klare taal, je moet er soms ook een beetje mee opletten. Ik kom tot de voorzichtige conclusie dat misschien niet alles even luid en duidelijk moet gebracht worden.

Zelfs Winnetou sloop wel eens geruisloos door het hoge gras. Ugh.


Reageer via    






Eenzaam - 30/04/2020

Ik mag nog eens mijn kot uit om te werken, dus ik ontbijt naar goede, geroutineerde pré-corona gewoonte: al heel vroeg in de ochtend en met een lijnvriendelijk volkorenboterhammetje. En- ik kan het niet laten- nog voor mijn eerste slok koffie heb ik ook facebook al open geklikt. Dat is absoluut not done aan tafel, helemaal waar, maar ook weer één van de voordelen van het alleen wonen: je surft ongestraft door alle maaltijden heen.
En niemand die daar over zeurt.

Mijn oog valt meteen op het icoontje van de vriendschapsverzoeken in het blauwe balkje bovenaan: het zijn er drie. Toch al een behoorlijk aantal, zo om zes uur 's morgens, vind ik. Ofwel van erg vroege vogels, ofwel van overtuigde nachtraven. Tenslotte heb ik zelf de boeken pas dicht gedaan rond middernacht, dus alles is daartussen gebeurd.
De eerste twee aanvragen accepteer ik meteen, de namen doen al snel een belletje rinkelen én we hebben ook wat gemeenschappelijke connecties. Meestal zit je dan toch min of meer safe. Het lijkt mij alleszins onwaarschijnlijk dat iemand van plan is me de duvel aan te doen in het aanschijn van 25 gemeenschappelijke vrienden. Want - zoals helaas met vrijwel de meeste dingen op internet tegenwoordig- moet je toch altijd op je hoede zijn voor fraude en bedrog. Zelfs bij mensen die vragen of je hun vriendje wil worden. Naar het schijnt zijn het wel eens slechte, verderfelijke karakters die nep-accounts aanmaken om je dan later, als je bij wijze van spreken al door het vuur zou gaan voor die valse vriendschap, op één of andere manier schaamteloos geld af te troggelen.

Mijn nummertje drie is dus weer zo'n jongen die te mooi is om waar te zijn. Sinds Corona zie ik ze bijna in bosjes op me af komen: compleet onbekenden, ze wonen ook altijd ver weg van hier.
Deze keer is het ene Martin Jason. Of Jason Martin, omgekeerd kan natuurlijk ook, de naam alleen al lijkt bijna te banaal om zomaar te verzinnen. Martin (of Jason) woont in San Jose, in het verre Californië. Verder geen info, enkel een paar foto's waar volgens mij toch wel over nagedacht is: Martin in maatpak, Martin in casual outfit relaxerend op een boot ( jacht?), Martin sportief naast zijn trouwe viervoeter de hond. En als kers op de taart: nog een foto van een schattig klein meisje met strikjes in de krullende lokken. Martin passeert alzo de revue in al zijn facetten, met als kernboodschap: ik ben een welstellende vijftiger, een vertederende maar toch nog kwiek ogende opa én een grote dierenvriend. Mijn hart is meer dan groot, mevrouw, maar ik ben een beetje eenzaam. En o, nog vergeten: Martin heeft een tandpastaglimlach, een standaard gegeven bij dit soort verzoeken.

En dit godsgeschenk uit het zonnige Californië wil dus vriendjes worden met mij. Ik kan me wel voorstellen hoe zo'n jongen bij mij terecht komt: Facebook sluist ons via slimme algoritmes naar de dingen die we graag horen of zien. En mijn profiel zegt: niet meer piepjong, al een beetje op haar retour, relatie 'single'. Het ideale slachtoffer voor sluwe Jasons in Corona tijden, dat schaap zal nu wel gruwelijk eenzaam zijn, hoor je hem denken, let's connect.

Als ik ook nog vluchtig Instagram check zie ik nog eens hetzelfde gebeuren: nieuwe volgers, maar ook hier weer de raarste snuiters. Onder de twee laatste ene Marco Raphael MD. 'Doctor', staat er ook nog bij voor alle duidelijkheid. Als ik zijn profiel open klik zie ik bijna een tweelingbroer van Jason Martin ( of Martin Jason dus) verschijnen: opnieuw een propere, goedbedoelende vijftiger, zo op het eerste gezicht ook al volledig over de midlife crisis heen, strak in het driedelig pak, twee rijen blinkend witte tanden, wie weet wel geleend van Jason. En bij nader onderzoek ( ja, ik blijf toch altijd zo'n beetje te nieuwsgierig) is Marco Raphael MD niet zomaar een doodgewone dokter, maar een Orthopedic Surgeon. Opereert in Zwitserland. Helemaal top dus, ik hou van bergen. Alleen jammer dat hij geen Plastic Surgeon is, dat had me nog net iets beter uitgekomen.

Maar je vraagt je toch af hoe zo iemand in godsnaam uitgerekend bij mij terecht komt? Want ik ben wel vrij actief op Facebook, maar Instagram is niet echt mijn ding, spelen met woorden gaat me net iets beter af dan prentjes filteren. Misschien omdat op één van mijn zeldzame pics ook een berg staat? Of omdat mijn schaars geposte foto's ook heel snel de korte inhoud weergeven: het wicht staat overal alleen op een mislukte selfie? Dus die zit nu, met die lockdown, vast ook eenzaam thuis? En ze is wel niet meer van de jongsten, maar kom, ook zij heeft al haar tanden nog? Toch maar eens voorzichtig opvolgen?

Wie zal het zeggen. Misschien moet ik mijn relatiestatus maar eens wijzigen in 'its complicated.' Niet eens zo'n fake news, gezien de nieuwe veiligheidsregels die op ons afkomen. Want begin er maar weer eens aan, straks na de lockdown: op veilige afstand. Wie weet ook nog met een mondmaskertje van Durex.

Het zijn rare tijden.

Reageer via    






Hetzelfde, maar dan anders - 07/05/2020

Zo stilaan kijk ook ik al eens mijmerend om naar de gewezen gang van zaken. En niet eens specifiek naar de dingen die ik deed voor Corona, maar vooral naar de manier waarop. Want ik doe dezer dagen niet zo gek veel meer of minder, maar wel anders.

Ik stel het vast terwijl ik naast mijn salontafeltje lig, op een yogamatje, mijn laptop naast mij op de vloer. Wat ik tot voor kort nog in gezellig groepsverband deed, probeer ik nu in m'n eentje. Kwestie van toch wat in balans te blijven, want ik ben nogal van de rusteloze soort. Ik volg zo'n yogalesje online. Een lenige dame met Nederlandse tongval loodst me naar een paar houdingen die ik-weliswaar niet bijzonder elegant- toch al min of meer onder de knie heb. Maar ik mis de gemoedelijke sfeer die daarbij hoort: mijn vertrouwde hoekje in de wekelijkse les, omringd door vertrouwde gezichten. Het lachen als we collectief dreigen om te vallen bij de houding van De Boom. Dat is bij deze Nederlandse dame totaal niet aan de orde, die blijft een uur lang bloedserieus. Echt vrolijk word ik er niet van.

Hetzelfde met mijn andere pogingen tot body onderhoud. Mijn abonnement op de afslankstudio werd voorlopig opgeschort. Ik vind wel de nodige oefeningetjes- leve internet!- en al dat rekken en strekken kan ook gewoon weer doorgaan op mijn yogamatje, ik spreid het voor de gelegenheid wel eens uit in mijn slaapkamer, een essentiële verplaatsing. Maar ook hier weer: ik mis de babbels met de lotgenoten, voor en na. Ik zwaai wat onbestemd mijn benen in de lucht, er is ook niemand om mij aan te moedigen.

Werken, idem! De inhoud bleef grotendeels ongewijzigd, maar de uitvoering verloopt anders: achter hoge plastic schermen en met liters ontsmettende hand gel in de aanslag, zelfs een bad nemen tot de opties zou kunnen behoren. Ook gepersonaliseerde mondmaskers zullen weldra voor alle collega's verdeeld worden. Gepersonaliseerd, echt, het logo van onze onderneming staat erop, ik vermoed om verwarring uit te sluiten. Zodat we ons binnenkort niet hoeven af te vragen: wie is hier nu eigenlijk van ons en wie niet?
Zorro werkte ook wel anoniem achter zijn masker, maar die had tenminste nog duidelijke werkkledij.

Wat dan wel weer grappig was, deze week nog: mijn kennismaking met Zoom. Ik mocht zomaar een hele dag virtuele opleiding volgen. Een 'webinar' noemen ze dat, en dat vind ik wel kek klinken. Dat je dan zo redelijk belangrijk kan zeggen: "Jongens, morgen ben ik niet bereikbaar, heb een webinar." Ik heb dat ook effectief een paar keer- totaal overbodig, want ik hanteer een gedeelde agenda- in mijn onmiddellijke omgeving herhaald, een beetje stoef is mij niet vreemd.
We waren met elf deelnemers en interactie werd aangemoedigd, kwestie van iedereen bij de les te houden. Dus dat betekende toch eerst weer even knoeien met de icoontjes. Ik startte de dag dan ook met de vermoedelijk meest genante beginners vraag: hallo, zien jullie mij? Je hoorde de jonge garde aan de andere kant luidop denken: god, daar heb je er wéér zo één…
Maar na een kwartiertje was ik toch maar mooi mee, en klikte ik flink op de juiste dingen: mute, chat, minimize screen, react. Die laatste is trouwens leuk: je kan als reactie het gekende duimpje verzenden, maar ook twee klappende handjes. Een soort van virtueel applausje. Enthousiast in de handen klappen, ik zie het ons in een gewone meeting nog niet zo snel doen, in real life kijken we wel uit met al te uitbundige complimentjes.

Al bij al: ik doe nog steeds dezelfde dingen. Ik eet, drink, lees, werk, sport en praat met mensen, al zit ik wel in een afgesloten bubbel. Maar heel veel loopt gewoon door dankzij onze moderne technieken. Zelfs Facebook wordt nu door experts de hemel in geprezen, omdat het medium zeker nu belangrijk kan zijn voor de zo noodzakelijke verbinding.
Terwijl ik vast stel dat net daar mijn kringetje kleiner wordt. Ik krijg wel ongelooflijk veel berichtjes en de blauwe kadertjes rechts onderaan draaien soms overuren.
Maar wie ik nu hoor of zie zit meestal ontsmet en opgewekt achter een schermpje, helemaal opgetut voor de webcam, en zelf ben ik geen haar beter.
Het lijkt wel of die virtuele wereld enkel nog bestaat uit optimistische zielen.
Ja, hier en daar passeren nog wel de gebruikelijke onbeschofte berichten, maar die brutaliteit is intussen vrijwel algemeen aanvaard. Mekaar en vooral politici afkatten op social media is gemeengoed geworden.
Maar zelden zie ik iemand melden: ik trek het niet meer.

Zij die echt eenzaam zijn houden zich waarschijnlijk gedeisd, misschien nog meer dan anders. Je moet trouwens al ongelooflijk veel moed hebben om openlijk om wat warmte te gaan schooien, lijkt mij. Dus hun scherm blijf koud. Of erger nog: ze worden weg geklikt. Want ook dàt kan zomaar, één tikje op het juiste icoontje volstaat.
React, maar zonder het applausje.


Reageer via    






Cruise - 09/05/2020

Zo had ik eind vorig jaar al een vakantie geregeld voor dit jaar, mét vroegboekkorting! Pittig detail: niet zomaar een vakantie, maar een cruise!
Toch eerder een gestructureerde manier van reizen, want je kan de vastgelegde route niet zomaar lukraak omgooien, omwille van slecht weer bijvoorbeeld. Waar de boot naartoe vaart moet je mee, tenzij je heel erg goed kan zwemmen natuurlijk.
Trouwe lezers weten dat deze manier van vakantie vieren niet van mijn gewoonte is. Meestal doe ik maar wat, er komt weinig planning aan te pas. Liefst van al stap ik in mijn auto om wat rond te rijden in één van de buurlanden. Of ik beslis nog iets last minute. De bestemming moet ook niet extreem ver of exotisch te zijn, ik krijg al een vakantiegevoel zodra ik in zuidelijke richting Tienen gepasseerd ben. Dan waan ik me al in de Ardennen.
Van te veel toeristen op dezelfde plaats ben ik ook een beetje bang. Op overbevolkte stranden of ergens in zo'n hermetisch afgesloten resort terecht komen, nee liever niet. Al moet ik zeggen: ik liet me al een paar keer verleiden tot een weekje Spaanse kust en dat waren best wel memorabele dagen. Veel hangt natuurlijk af van het gezelschap, maar echt, zelden zo hard gelachen als in Benidorm!
Maar nu dus die cruise. Niet dat daar zo grondig werd over nagedacht, die vroeg boeking was ook maar een inval van het moment. Een vriendin die eens polste of ik niet mee naar de Noorse Fjorden wou, zij ging liever niet alleen. Ja, op zo'n moment ben ik natuurlijk één en al barmhartigheid, als ik iemand een plezier kan doen met wat gezelschap in Scandinavische wateren!

Naar goede gewoonte waren de meningen over mijn plannen weer verdeeld.
Mijn dochter vond het bijzonder grappig, die zag me al met een strooien zonnehoedje tussen de bejaarden op het dek.
Een verre vriend van 't zelfde, en veel avontuur ging ik volgens hem niet beleven.
Een mannelijke - en bijzonder praktische- collega vond zo'n cruise dan weer de beste manier om de Fjorden te verkennen. "Je ziet ze tenminste altijd vanaf de beste kant," zei hij, ook nu weer even pragmatisch.
Nog een andere collega meende te weten dat zo'n cruise al lang niet meer voorbehouden is voor welstellende gepensioneerden. "Iedereen doet het tegenwoordig," zuchtte ze, "alleen ik niet, ik moet nog een beetje sparen."
En de altijd meest nuchtere van mijn vriendinnen vond zo'n cruise dan weer dé ideale gelegenheid om er wat tamtam rond te maken. "Als je dan toch iets kleinburgerlijks onderneemt kan je er maar beter een statement van maken, " zei ze, "schreeuw het van de daken!"

Intussen weet ik natuurlijk niet of er nog veel van de daken valt te schreeuwen. Covid-19 gooide wat roet in het eten, dus we weten niet of het feest kan doorgaan. Het is wachten op gunstig reisadvies.
Intussen mailen mijn reisvriendin en ik af en toe over stand van zaken. En over wat niet of juist wél zou kunnen. Wat we zoal gaan doen aan boord van ons luxeschip. En ik moet zeggen: we fantaseren er niet naast. Zo hebben we zelfs al - uiteraard in wervelende avondkledij- feestelijk gedineerd aan de grote ronde tafel van de captain and his officers. En de bejaarde vrijgezellen op het dek werden zomaar opeens twintig jaar jonger. En eenmaal aan wal huppelden die als jonge veulens over de Fjorden, verlekkerd achter ons aan. Ja, wij gaan lol hebben op de Love Boat!

En als het niet dit jaar is, dan in elk geval ergens in de niet al te verre toekomst, we moeten natuurlijk zelf ook nog huppelvaardig zijn. Nog even geduld. Die Fjorden gaan tenslotte niet lopen, laat die maar rustig bejaard zijn.




Reageer via    






Zweinstein - 19/05/2020

Zij die het al zijn bezweren me dat ik niet weet wat ik mis, maar toch, het grootmoederschap, ik ben er nog niet helemaal klaar voor. Ik doe daar heel flauw over, daar ben ik me echt wel van bewust, maar het lijkt me zo'n definitieve, en misschien nog wel de allerbelangrijkste rol op dit wereldse schouwtoneel. Dat je dan zo opeens, floep! een generatie doorschuift en vanaf dan toch min of meer de geschiedenis dient in te gaan als een onuitputtelijke bron van wijsheid. Want daar staan oma's toch voor, die van mij waren daar alleszins uitmuntend in. En vooral die link naar alwetendheid baart me zorgen, want mijn twijfels zijn nog groot, op alle vlakken. Dat wordt dus vast geen glansrol, in mijn geval.

Maar goed, onverwacht nageslacht zal ik uiteraard altijd van harte welkom heten, intussen blijf ik nog even in de waan dat ik te jong en te onervaren ben voor de status van Mater Familias, dat serveren van gebraad met kroketten op zondag is al meer dan voldoende. Zo af en toe pols ik wel eens naar mogelijke plannen bij de dochter, maar die kijkt dan weer zeer verschrikt bij het vooruitzicht van onderbroken nachten. Voorlopig kunnen we dus allebei nog op twee oren slapen.
En weet ik: als zij -voor de zoveelste keer- gezinsuitbreiding aankondigt, dat er weer iets aan komt op vier poten. Een nieuw paard of een geadopteerde hond of zo. In elk geval iets dat waarschijnlijk nog niet zindelijk is, maar toch ook niet meteen in de luiers moet.

Zo stuurt ze op een avond, vrij laat, nog een kort berichtje: jij moet morgen zeker weer gewoon werken? Dan voel ik het al, er is iets op til. Er wordt gehoopt op fysieke bijstand of op z'n minst minzame goedkeuring, maar ja, ik moet dus inderdaad weer gewoon gaan werken. Maar niks aan de hand en niks bijzonders, 't was maar een vraag. Maar helemaal gerust ben ik er niet op.
Mijn vermoeden wordt 's anderendaags bevestigd, als ik een foto van twee varkentjes in mijn mailbox krijg. Met de enigszins dwingende opvordering om het duo zeker heel snel te komen bewonderen, want ze zijn zooo lief! De nieuwste aanwinsten van de familie dus, twee zwijnen, goed voor acht poten dit keer. De kraamvisite kan gelukkig vrij snel doorgaan, dochter en schoonzoon delen sinds kort mijn toch al lichtjes uitbreidende Corona bubbel.

De beestjes ogen inderdaad vertederend schattig: een lichtkleurige borg ( = een gecastreerde beer, ik wist het ook niet) en een donkerharig zeugje, die laatste werd zelfs naar mij vernoemd, al had ik wel eens gehoopt op een blonde naamversie van mezelf. Maar voorlopig verwijs ik dus naar tachtig kilo donkere furie, want het is blijkbaar ook geen gemakkelijke. De dochter toont me als bewijs een foto van haar dij, bont en blauw gekneusd en meteen ook bevestigd door de huisdokter: de eerste varkensbeet die ze ooit zag in haar praktijk.

"Maar dat komt helemaal goed" zegt mijn dochter opgewekt, "ze beginnen al aardig te luisteren, ik word nog een echte varkensfluisteraar."

Ik krijg nog een rondleiding in het buitenverblijf van de nieuwe familieleden: een ruim hok met lekker veel stro, met aanpalend een lapje grond, drie keer zo groot als de gemiddelde stadstuin, overschaduwd door bomen. En wat verderop werd een zonnig stukje wei omheind, want het is blijkbaar een grasetend ras. En zo komen ze natuurlijk nog eens ergens. Over een mogelijke modderpoel en een plasje om in te zwemmen wordt nog nagedacht hoe en waar precies. Een soort van Zwijnstijn in Schaffen, 5 sterren, de bewoners knorren nu al meer dan tevreden.
Ik sta er als een Dreuzel op te kijken.

" Het vraagt meer inrichting dan een babykamer," zeg ik. " Maar dan zonder geboortelijst."
" Maar tijdens de rui mag je ze wel insmeren met Zwitsal olie," zegt mijn dochter.

En ze zou nog durven ook.

Reageer via    






Gezond verstand - 04/06/2020



De maatregelen versoepelen zienderogen en we mogen al terug heel veel, maar experten en allerhande belangrijke mensen uit politieke kringen blijven het ons toch op het hart drukken: gebruik je gezond verstand. Want we hebben opnieuw wat buitenlucht geroken en nu zijn ze natuurlijk bang dat we weer blindelings onze primitieve impulsen gaan volgen. Als een bende losgeslagen knuffelbeertjes.

Nu, ik ben al lang blij dat de overheid mij erop vertrouwt toch over enig gezond verstand te beschikken, dus ik besluit het vanaf nu dan ook ten volle te benutten. Ik heb in mijn leven al behoorlijk wat impulsieve daden gepleegd, al dan niet met bedenkelijke resultaten, dus het lijkt me geen slecht idee om maar eens wat dieper na te denken over de gang van zaken. Op alle vlakken trouwens, het kan vast geen kwaad ook het grotere geheel eens onder de loep te nemen.

"Met social distancy was jij anders al goed bezig," zegt een in zijn eer gekrenkte meneer die ik al een tijdje voor de lockdown duidelijk doch beleefd had afgewezen en die daar nu mailsgewijs nog eens wil op terug komen.
"Volgens mij wist jij tot voor kort niet eens dat zo'n woord als huidhonger bestaat."
Ik tik een zeer vaag antwoord terug. Al zegt mijn gezond verstand dat ik hier maar beter meteen korte metten mee maak. Maar in dit soort aangelegenheden blijf ik voorlopig toch liever nog even naar mijn hart luisteren. Enig slap mededogen lijkt me hier niet misplaatst.

"Maar bij alles wat zich buiten de gevoelige wereld van de liefde situeert ga ik over tot grondige analyse, "grap ik tegen een vriendin die voorlopig nog in mijn telefonische bubbel zit.

"Dat hoeft niet eens," zegt ze "je gezond verstand gebruiken betekent net dat je niet te veel moet gaan filosoferen. Gewoon een beetje logisch redeneren en afgaan op je gevoel. Of op vroegere ervaringen. En dan kordaat handelen. Klaar."

Het lijkt mij een makkelijk hanteerbare manier van leven.

Ik kan meteen oefenen op de werkvloer. Want we zijn al heel goed bezig met afstand houden en mondmaskers en handhygiëne, maar we mogen nu ook gaan werken met een nieuw computerprogramma. Het nieuwste van het nieuwste, iets met portalen en veel mogelijkheden en verrassende links, vanaf nu gaan we knallen! Het ontwerp vraagt wel om een volledig andere manier van denken, maar dat had ik al begrepen in de opleiding die vooraf ging. Toen had ik al heel sterk het gevoel dat geen enkel pijltje waarop ik klikte nog wees naar de richting die ik voor ogen had.
Maar het is in elk geval toch iets waar ik mijn verstand kan op breken en ik log vol vertrouwen in, op de eerste maandagmorgen van onze nieuwe toekomst. Met de geruststellende gedachte in het achterhoofd: niet te veel nadenken, gewoon praktisch wezen en doen, bevel van de overheid! En dit is tenslotte ook niet de eerste keer dat ik een nieuw programma voorgeschoteld krijg, ik ben in feite een ervaringsdeskundige.

In blijk elk geval een ervaringsdeskundige op vlak van knoeien te zijn. Ik ga hier niet te fel uitweiden over de eerste dagen van die beloftevolle toekomst. Laat ons zeggen dat mijn gezond verstand niet optimaal functioneert in de digitale wereld. Er zijn zelfs momenten dat ik me heel eerlijk afvraag of ik überhaupt wel over verstand beschik! Ik moet me ook inhouden om niet al te gevoelsmatig te handelen: zo af en toe voel ik namelijk de quasi onweerstaanbare drang om de hele handel door het raam te gooien.

Maar dat gebeurt gelukkig niet, een heel klein restje gezond verstand zegt mij nog: blijf kalm. En dat werkt. Intussen zie ik toch de grootste lijnen al duidelijk en is ook mijn persoonlijke herprogrammering al min of meer een feit. Maar dat alles vooral ook dankzij het oneindige geduld van de collega's op de diensten Digital/IT, we hebben bijna een rechtstreekse lijn dezer dagen.
"Jullie zijn onwaarschijnlijk slim," zeg ik tegen één van de jongens, hij en ik bellen nog een heel eind door tijdens de middagpauze, waarbij hij mijn scherm overneemt en heel langzaam voordoet hoe en wat en waar.
"Ieder zijn ding," zegt hij een vol uur later, "en ga nu maar rap een boterhammeke eten."

Meteen ook een mooi voorbeeld van verbondenheid, want daar ging het de laatste weken toch ook dikwijls over.
Maar het zijn toch momenten dat je begint te twijfelen aan jezelf. Ben ik nu de enige met zo weinig gezond verstand? Denk ik te veel of net niet genoeg? Ik blijf er toch een beetje mee bezig.

Tot de dag dat er heel dringend werkschoenen moeten besteld worden. Een volledige ploeg uitzendkrachten die onverwacht moet opstarten en we zitten min of meer door onze voorraad veiligheidsschoenen heen. En plots zijn alle ogen op mij gericht: kan jij dat snel even in orde brengen?
Want schoenen, zelfs in het algemeen, laat dat duidelijk zijn, zijn ontegensprekelijk mijn specialiteit! Ik begin er aan vol vertrouwen. En er loopt natuurlijk nog één en ander mis en ik moet de bestelling via via ter plaatste krijgen, dus ook deze opdracht lukt niet helemaal in m'n eentje. Maar alles komt goed. Dertien paar voeten kunnen een dag later veilig aan de slag.

Als het mevrouw Wilmès enigszins kan gerust stellen: ik ga heel erg mijn best doen om mijn ( helaas beperkt) gezond verstand alsnog optimaal te gebruiken. Maar indien nodig wil ik vast en zeker een beroep doen op het verstand van de mensen rondom mij. Want het zou zo maar eens kunnen dat iemand anders ook eens gelijk heeft of meer weet.
Gezond verstand is soms gewoon een kwestie van af en toe de koppen samen te steken.
Uit eigen ervaring kunnen vaststellen deze week.


Reageer via    






Boek - 20/06/2020

Ik bel met een collega uit het Limburgse. We kennen mekaar al sinds mensenheugenis en durven wel eens luidop- zij het steeds voorzichtiger- het exacte aantal jaren te tellen. Eén van de jonge consultants, ze zit net bij ons in de startblokken, hoort ons bezig en kijkt verbaasd bij het resultaat van die optelsom.
"Goh! Zo lang al," zegt ze, "toen jij begon was ik nog niet eens geboren! Hoe ging dat dan, zo lang geleden?"

"Het waren andere tijden," zeg ik een beetje plechtig. En ik gooi er meteen wat voorbeelden tegen aan, nostalgisch als ik soms kan zijn. Over ons databestand, dat nog alfabetisch gerangschikt zat in houten fichebakjes. En hoe we telefoneerden, van op een vast toestel en de mensen aan de andere kant namen gewoon op! Die waren al lang blij dat er ergens in huis iets rinkelde. Nooit laffe antwoordapparaten aan de lijn, nummerherkenning was nog onbestaand. Niemand die kon zien: daar heb je weer die trut van de interim, ik neem lekker niet op. En we typten nog contracten op zo'n ouderwetse schrijfmachine. In mijn geval ging dat gepaard met veel en diep zuchten, want ik behaalde nooit mijn diploma dactylo, Scheidegger en ik waren niet de beste vrienden.

"Misschien moet je daar maar eens een boek over schrijven, over alles wat je beleefd hebt," zegt mijn jonge collega.

Iets wat ik wel vaker hoor. Maar wat ik heel zeker nooit ga doen.
Want de vraag is maar: waar moet je beginnen? Wat is het vermelden waard?
Een cijfermatig overzicht? Een paar decennia in een grafiekje gooien? Ik zou het niet eens meer kunnen. Want heel raar en al sla je me dood, als je me nu vraagt in welk jaar we de beste of net de slechtste resultaten hebben neergezet: ik zou het niet zo precies meer weten. Gaandeweg leer je wel wat soepeler omgaan met dat eeuwige groeimodel en het is nu eenmaal niet anders: af en toe zit er wel eens een vliegje in het oog van een succesverhaal.

Hetzelfde met de grappige anekdotes: welke uitspraken citeer je en wie gaat er hartelijk kunnen om lachen? Het zijn er trouwens zo oneindig veel, dat zou dus wel eens een lijvig, doch heel saai naslagwerk kunnen worden, zeker voor zij die er niet bij waren. Ik prijs me dus gewoon gelukkig dat we veel gelachen hebben, meer dan veel zelfs, zowel in goede als in slechte tijden.

Verder zijn er hier en daar nog wat dingetjes die het daglicht maar beter niet zagen. Misschien ook best dat we dat zo houden. Dus nee, ook die kunnen niet in een boek.

Wat nog rest is wat echt ingrijpend was. De pakkende verhalen of de beelden die tot het eind mijner dagen op mijn netvlies zullen gebrand blijven. Zoals dat van die jongen die we twee kiwi's gaven. Hij at ze op in drie tellen, met pel en al. Scheel van de honger. Werkloos, moedeloos, sjofel, zelfs geen rosse cent meer op zak. Hij wist niet eens wat kiwi's waren, terwijl wij al lang achteloos de verbeterde variant, zespri, in onze winkelkar smeten, liefst verpakt in een kartonnetje van zes. Het was de eerste keer dat ik echt besefte: die vierde wereld bestààt, en gewoon, hier bij ons om de hoek!

Maar ook die dingen gooi ik maar liever niet in een boek. Weinig mensen die zoiets graag lezen, vrees ik. Meer nog, de meeste mensen willen dat niet eens weten.

Reageer via    






Ziekenhuis - 20/06/2020

Mijn moeder vraagt of ik morgenvroeg even mee naar het ziekenhuis kan. De huisdokter regelde een afspraak op radiologie, om kwart voor tien.
"Het is niks ergs," zegt ze, "ik ben gewoon een beetje moe 's avonds en nu gaan ze wat foto's nemen. Zo'n scan, daar zien ze alles op."
"Misschien moeten we daar even naast mekaar gaan liggen," grap ik nog onnozel, "ik heb dat gevoel vooral 's morgens."
"Zotte mus," zegt ze, "en dan zo jong nog!".
Verder maken we ons voorlopig maar niet te veel zorgen, dat doen we later wel en enkel als het echt nodig blijkt. Een strategie waar we steeds beter in worden.
Dus ik verschuif hier en daar wat in mijn agenda en we gaan 's anderendaags op weg, we vertrekken ook een half uurtje vroeger. Dat ziekenhuis is dan wel op amper vijf minuutjes rijden, maar wie mantelzorgt voor minder mobiele 80- plussers weet dat er zelfs bij kleine verplaatsingen enige organisatie komt kijken. Zo ook dus bij mijn moeder: 87, nog altijd fris en monter en zelfs voor deze gelegenheid gehuld in een wolkje Louis Widmer, maar buitenshuis helaas aangewezen op rollend materiaal. Dan wip je niet zomaar vlug in en uit een auto. En je moet ook nog één en ander bij hebben voor een verder vlot verloop: gehandicaptenkaart voor een parkeerplaats vlakbij de ingang, kleingeld om ter plaatse een rolstoel te lenen, dan moet er thuis al geen zwaar geschut in de koffer worden gehesen. Maar goed, we hebben dit pad al eerder bewandeld, het vraagt gewoon om wat meer structuur.
Niet dat het altijd kommer en kwel is. Integendeel, mijn moeder vindt onze uitstap best spannend.
"Benieuwd hoe dat nu met die Corona in z'n werk gaat," zegt ze, "we zullen onze handen wel moeten ontsmetten voor we binnen mogen."
En daarna zet ze heel secuur haar mondmaskertje op: iets in luchtig polyester, witter dan wit en kraaknet gewassen op 60°. Ze is er parmantig klaar voor.
We kennen de weg en de volgorde van handelen, maar inderdaad, er komt dit keer veel ontsmettingsgel bij te pas. En ook iets meer gebarentaal aan de receptie, want er wordt soms onverstaanbaar gemurmeld achter mondmaskers, langs beide kanten van de balie. We mogen nog even naar wachtkamer 3, waar nog twee andere dames zitten, allebei met een grote fles water naast zich. Die moeten ze blijkbaar helemaal leeg drinken voor ze onder de scan mogen. Eén van hen zucht bijzonder verveeld.
"Dat wil ik liever niet," gaat mijn moeder al meteen in het verweer, "en daar hebben ze mij ook niks over gezegd."
"'t Is voor mijn darmen, " zegt de zuchtende vrouw.
"Chance," zegt mijn moeder, "met mijn darmen is alles in orde."

Stipt om kwart voor tien is mijn moeder aan de beurt. Ik help haar nog even met uitkleden in het aanpalend kleedkamertje en moet daar ook wachten tijdens het onderzoek. Ik hoor opgewekte stemmen achter de gesloten deur.
"Even de armen strekken achter je hoofd," dirigeert een jonge dokter. Een onmogelijke opdracht, weet ik, en mijn moeder licht het ook meteen toe: dat ze amper nog kan reiken tot aan het knopje van de dampkap in de keuken. En op een trapje gaan staan is ook geen optie meer.
"Ja, jongen," grinnikt ze, "zo gaat dat als je een beetje oud en krom wordt."
En daarna wordt er vermoedelijk nog één en ander geprobeerd en hoe dan ook veel gelachen, ik hoor ze bezig.
Als we een kwartiertje later terug naar buiten rollen staat een boze man met Limburgse tongval hoog van de toren te blazen bij de balie. Dat hij hier al een uur zit te wachten en dat hij weigert ook nog maar één enkel factuur te betalen en dat het hier allemaal achterlijke klootzakken zijn. En dat hij terug zal komen met de politie. En dat het hier gedaan gaat zijn met 't schoon leven! Hij herhaalt dat laatste nog een keer luid en dreigend: jullie beste tijd is hier voorbij!
Mijn moeder trekt grote ogen.
" Allee," zegt ze even later in de auto, "na al dat labeur in de zorg. En dan zo staan roepen tegen die mensen! Tss.!"
Ik ga er maar niet verder op in en verander het geweer van schouder, ik wil het gesprek liever wat luchtig houden. Ik maak ze een beetje te veel mee, de laatste tijd, al die boze, verongelijkte mensen die de vuisten ballen en roepen en tieren en razen, zodat je soms denkt: mens, straks ontplof je nog! Al die kwaadheid in de lucht, veel schoner wordt die daar ook niet van, een onooglijk klein virusje deed al beter.
"Wanneer mag je bellen voor de resultaten van de scan? " vraag ik dan maar.
"Morgen," zegt ze, "maar ja, kind, die boze man net had misschien wel een klein beetje gelijk: veel beter zal het wel niet meer worden."
"Vind je dat niet erg?" piep ik, toch wat benauwd.
"Nee," zegt ze, "want dan ben ik vandaag nog op mijn best. Niet iedereen kan dat zeggen."

De logica van mijn moeder. Het is soms maar hoe je de dingen bekijkt. Reageer via    






Wijf- 27/06/2020


Iemand noemt me 'wijf 'en daar word ik toch even stil van. Maar hij licht nader toe, heel snel, voor ik alsnog uit m'n krammen zou kunnen schieten. Dat 'wijf' hier bedoeld is in de positieve zin.
"Je bent zo iemand die er staat," zegt hij.
Wat ik dan toch weer beschouw als een complimentje, want veel meer dan anderhalf metertje wijf staat er tenslotte niet, mensen van gemiddelde lengte kijken daar los overheen. Maar hij niet dus, hij ziet me staan. Het moet zijn dat ik dan af en toe toch wel eens iets opmerkelijks doe of zeg, hier beneden.
Toeval wil dat ik diezelfde week nog eens 'wijf' wordt genoemd. Ik bel met één of andere overheidsdienst, in verband met een uitbetaling waar ik recht op heb. Geen bedrag dat kan leiden naar een wie weet wel voorzichtige vorm van rentenieren, eerder van de orde dat ik er zelfs geen kruimel minder om zou eten als ik het niet krijg. Maar toch, het gaat me om het principe. Bij mijn weten heb ik nooit veel beroep gedaan op overheidssteun, integendeel, ik ben een zeer loyale sponsor. Alleen al met mijn jaarlijkse bijdrage zou een klein derdewereldland geheel gevrijwaard kunnen blijven van acute hongersnood. Dat laatste heb ik van de man die mijn belastingaangifte wel eens nakijkt en allicht spreekt met kennis van zaken.
Dus, daadkracht borrelt in mij op, en ik kom in actie. Ik stuur eerst een paar vriendelijke mailtjes naar de regionale dienst in kwestie. Vier mailtjes in totaal, denk ik. Dat ik absoluut begrip heb voor de hoge werkdruk, zeker nu in Corona tijden, maar dat het tenslotte toch gaat om een bedrag dat zou gestort worden begin mei en dat we nu - dat vermeld ik voor alle zekerheid in het laatste mailtje, dan moeten ze dat al niet meer gaan uitpluizen- toch al midden juni zijn. Maar een antwoord blijft uit. Een storting trouwens ook.
Dan maar een vijfde mail. Iets minder vriendelijk geformuleerd en dit keer rechtstreeks via het algemene klachtenformulier van de organisatie. Naar een nationaal punt, een overkoepelend orgaan of zo, weet ik veel, maar ik ga er van uit dat mijn opmerking daar misschien wel bij één of andere gezaghebbend figuur terecht komt. Die dan op zijn beurt de plaatselijke troepen aanmoedigt tot actie. Ik vul correct alle verplichte rubriekjes in, rijksregisternummer en telefoonnummer en postnummer en referentienummer, mijn bloedgroep wordt nergens gevraagd. En dan staat er: FORMULEER KLACHT. Wat ik dus doe, in een apart daarvoor bestemd kadertje. Ik houd het ook nog steeds binnen de grenzen van de elementaire beleefdheid, maar schrijf wat scherper dan gewoonlijk. Dat ik toch graag een duidelijke respons op mijn vraag zou krijgen en dat het toch onmogelijk de bedoeling kan zijn dat je - als de eerste de beste rare oranje wortel- via Twitter moet gaan om gelezen te worden. Want dan kan het blijkbaar wél en wordt de boodschap ook razendsnel verspreid, wereldwijd zelfs.
Ik sluit af met
'Intussen al iets minder vriendelijke groeten,
Mieke Thuys'.
Maar alweer: geen antwoord. Ik vermoed dat ze dan toch één en ander gecheckt hebben en vaststelden: dat mens hééft niet eens een Twitteraccount. Redelijk dom dreigement van mij dus.
Dus ik besluit even te bellen. Dat 'even' omhelst omzeggens een dagtaak. Eerst krijg ik de monotone melding van een apparaat: onze diensten zijn gesloten van maandag tot vrijdag. Terwijl ik toch netjes bel tijdens de openingsuren én op de website staat duidelijk: nu geopend. Ik probeer eens via een naburig kantoor, misschien zitten ze daar met z'n allen in een veilige bubbel de lopende zaken te bestieren, maar ook hier weer: geen gehoor. Daar hebben ze zelfs geen antwoordapparaat, je krijgt gewoon een tuut en dan niks meer. In de loop van de dag redial ik beide nummers nog met gepaste regelmaat, maar ik stop er uiteindelijk mee, voor ik zelf helemaal tuut word.
Maar de volgende dag- ja, ik blijf staan!- heb ik meer succes! Ik krijg bij poging drie effectief een meneer aan de lijn die - ik vermoed geheel volgens overheidsinstructies- ook weer zo monotoon mogelijk zegt: "Ik verbind u door, mevrouw." Maar op één of andere manier lukt dat niet en na telkens een paar minuutjes slaapverwekkende wachtmuziek kom ik steeds weer bij hem terecht. Drie keer, vier keer, vijf keer.
Ik zeg: "Meneer, is daar nu echt niemand aanwezig die mij even kan helpen, misschien kan u zelf ook even moeite doen? Een boodschap noteren of zo? Iemand vragen om mij terug te bellen?"
Waarop hij, alweer even sec: " Ik probeer een andere dienst, mevrouw". Maar hij vergeet op een knopje te drukken en net voor hij me doorschakelt hoor ik hem nog - waarschijnlijk tegen een collega- zuchten: weer dat wijf!
Duidelijk in de pejoratieve betekenis, dit keer. Ik heb de synoniemen even opgezocht: kol, kenau, feeks. Klantvriendelijk is natuurlijk anders, maar al bij al is het nog redelijk grappig: zij helpen mij al weken niet verder, maar toch ben ik de heks.
Dus dit wijf overweegt nu toch een twitteraccount. En misschien eerst nog een oranje kleurspoeling. Kwestie van enige draagwijdte te krijgen.

Voetnoot:
Want omdat alles toch altijd weer goed komt, full disclosure: ik kreeg vanmorgen, na al die vergeefse pogingen, uiteindelijk een bereidwillige dame aan de lijn! Zij gaat alles in orde brengen. Een vriendelijk wijf dus. Die bestaan blijkbaar ook.

Reageer via