Bang, bang saapjen - 07/01/2021

saapjen Het is al wat later op de avond als de bel gaat. En dat is dezer dagen toch even schrikken. Een jaar geleden zou ik vermoedelijk ook wel geschrokken zijn, maar meer in de zin van: ai, zie ik er nog wel een beetje presentabel uit voor onverwacht bezoek! Het is namelijk zo'n uur dat ik al min of meer verfrommeld voor een scherm durf te hangen.

Maar heel anders voelt het dus als de bel galmt in de tegenwoordige tijd. Want bezoek mag nog wel, maar dan strikt beperkt en grondig gedefinieerd: wie behoort tot mijn bubbel, wie is binnen dat bubbeltje het uitverkoren knuffelcontact, wie van hen redt het tot bij een mogelijke vuurkorf in mijn tuin zonder daarbij ook eerst door mijn huis te trekken en wie mag er vervolgens, liefst nog voor de avondklok ingaat, naar mijn toilet of is, in het andere geval dus, aangewezen op dicht struikgewas.

Terwijl ik het nu zo opschrijf lijkt het bijna grappig, maar dit is dus bittere ernst, dat weten we intussen allemaal. En laat daar geen misverstand over bestaan: ik hou me zo goed mogelijk en ook overtuigd aan de richtlijnen, alles om dat onzichtbare monster te verslaan. Corona is namelijk geen romantisch sprookje, daar willen we zo snel mogelijk vanaf.

Maar zoals reeds gezegd: al die regeltjes zorgen soms wel voor een nieuwe perceptie van de dingen. Vroeger zou ik nog snel, snel een blik in de spiegel geworpen hebben alvorens naar de voordeur te spurten, maar nu denk ik meteen: er is iets aan de hand! Dus ik open - inderdaad al behoorlijk gekreukt op dit uur- voorzichtig de deur en voor mij, op een meer dan aangeraden afstand ook, staat een stevige jongeman, ik denk één van de nieuwe buurjongens, hij heeft een zwart mondmasker op. Maar dat laatste stelt me al een beetje gerust: hij houdt het in elk geval veilig. Terwijl ik vroeger spontaan zou gedacht hebben: dit is een overval, handen in de lucht!

"Jij bent toch de mevrouw van de grijze Peugeot? Die hoge?" vraagt hij vriendelijk. Ik knik bevestigend, mijn hart slaat al in mijn keel, waar heb ik nu weer tegen gezeten?

"Ik zag net dat je portier niet goed dicht is," zegt hij, "ik wou je maar even verwittigen, voor ze iets uit je wagen stelen."

"O, dat zou wel meevallen," lach ik opgelucht, "meer dan een lading mondmaskers en een busje ontsmettende hand gel zou de dief niet vinden."

"Misschien niet duur, maar van levensbelang, in deze tijden, " antwoordt hij.

Juist, alweer die andere perceptie.

Als even later al mijn deuren correct gesloten zijn en ik terug mijn zetel in duik moet ik er wel even om lachen: hoe anders ik sinds kort soms reageer en wat een bang schaap ik toch kan zijn. Altijd maar meteen het ergste denken. Terwijl ik nog steeds vertoef op relatief veilig grondgebied, waar de meeste mensen ook nog deugen.

Een paar dagen later doe ik het verhaal van anders denken nog eens dunnetjes over. In een discussie met de collega's over het eindelijk goedgekeurde vaccin. Want we zijn het er unaniem over eens: dit is goed nieuws en we laten ons hoe dan ook inenten, al was het maar uit solidariteit met de meest kwetsbaren. Maar toch komt er - ook bij mij- toch weer een vleugje angst naar boven drijven. Want is dit vaccin wel veilig? En wat met de nevenwerkingen?

Terwijl we nog niet zo lang geleden op vakantie trokken naar verre landen en zonder verpinken de nodige inentingen lieten zetten, we hadden er desnoods een treinreis naar het Tropisch Instituut in Antwerpen voor over. Een prik tegen buiktyfus, hepatitis A, gele koorts, cholera, kom maar op dokter …heel stoer deden we daarover en zelfs een beetje stoef was ons niet vreemd. En geen kat die zich afvroeg wat er zoal in die vaccins zat. Of wat de nevenwerkingen konden zijn op korte of lange termijn. Integendeel, als je in vriendenkring je reisplannen uit de doeken deed werd er al betweterig gevraagd: je hebt toch wel aan de nodigen inentingen gedacht? Aan al die prikjes voor ziektes waarvan de kans bijzonder klein was dat we ze ooit zouden krijgen, wegens hooguit een zomervakantie op gevaarlijk terrein. Terwijl we nu al maanden door zeer besmettelijk Coronagebied dwalen, al een lente, herfst en winter lang. Maar uitgerekend nu word ook ik weer zo'n bang saapjen. En dan ben ik ook nog eens bang voor de foute dingen. Voor misschien wat allergische reacties zoals een rood, pijnlijk plekje op de huid. Of wat koorts of hoofdpijn na de prik.

Want ik las het ook nog ergens deze week:

If you don't like the vaccin, try the disease.

Er stond een foto bij van een jongetje, gruwelijk overdekt met pokken, een ziekte waarvan we het bestaan nog amper kennen, wegens compleet uitgeroeid dankzij een vaccin. Maar wie er alsnog meer wil over weten: lees nog eens 'Moeder waarom leven wij, 'die klassieker van Lode Zielens. Dat waren ook nog de tijden dat je op je vijfendertigste ook nog de mazelen kon krijgen en vervolgens gewoon doodgaan.

Of zoals één van de collega's het dan weer zeer nuchter en geruststellend wist te verwoorden:

"Ik eet ook elke week een curryworst. En het enige wat ik daarover met zekerheid weet is dat er amper vlees in zit."

Intussen passeer ik nog regelmatig mijn gemaskerde belleman, alleen, nu herken ik hem natuurlijk meteen. Bang voor hem zijn is niet langer aan de orde, sinds ik nu ook weet dat hij, zelfs op donkere avonden, dapper strijdt tegen de misdaad. Hij durft wèl zomaar aan te bellen bij vreemde vrouwen. We zwaaien van ver of we roepen, luid van achter onze maskers, goeiedag.

" Wel goed dat je zomaar wist dat het mijn auto was," prijs ik hem ook nog eens, als we toevallig op anderhalve meter kruisen.

" Daar was moeilijk naast te kijken," lacht hij, "jij bent de enige in de straat die altijd zo scheef parkeert."

Ik wéét het. Ik rijd dan wel al jaren en intussen quasi onverschrokken naar verre uithoeken, maar durf nog steeds niet parallel parkeren.

Bang, bang saapjen. Reageer via    






Omgekeerd - 16/01/2021

saapjen Een Iraanse apotheker die reageert op een vacature van bakker.
Een Angolees meisje dat solliciteert voor een job bij Delhaize in Berchem, terwijl het duidelijk om een supermarkt in Broechem gaat. En daar geraakt ze 's morgens nooit op tijd met openbaar vervoer.

"Je zou toch hopen dat ze op z'n minst de vacature grondig lezen," zucht ik tegen een collega, "hoe moeilijk kan het zijn!"

En de rest van mijn woorden slik ik vervolgens maar liever wijselijk in. Want uitgerekend ik zou moeten weten hoe moeilijk het dus wél kan zijn. Hoe het andersom voelt. Als je zelf aan de andere kant staat en van taal noch tekens iets begrijpt. Die omgekeerde wereld, ik woonde daar ooit zelf een tijdje.

We schrijven nog ergens vorige eeuw en ik landde, jong en onbezonnen en absoluut met open blik, op een vliegveld in Algiers, mijn koffer vol zomerse niemendalletjes. Niet zomaar voor een vakantie in de zon, maar met vooruitzichten van onbepaalde duur, het werd uiteindelijk ook een verblijf van een klein jaar. Maar ik zag zo'n onbestemd avontuur helemaal zitten, ik was frank en vrij en klaar om een nieuw stukje wereld in te palmen. Eens kijken wat ze daar zoal uitspookten, aan de overkant van de Middellandse.

Ik zal nooit mijn eerste stappen op Algerijns grondgebied vergeten: de zinderende hitte op het tarmac van Airport Houari Boumedienne. En de geur van de Maghreb, een melange van kruiden en mint en volgens mij ook van heel veel ongewassen zweet, maar in elk geval bedwelmend. Een geur die zich bij wijze van spreken vanaf dag één om mijn schouders drapeerde en niet meer weg te wassen viel. Vele jaren later kwam ik hem nog eens tegen op een rommelig marktje diep in Marokko en hij rook nog krek hetzelfde. Maar daar, in Algiers en al na twee luttele minuten op nieuw terrein, voelde ik overduidelijk: hier is alles anders dan thuis!
Een gevoel dat nog behoorlijk aanzwol tijdens de daaropvolgende autorit, naar een afgelegen dorpje, zo'n vijfhonderd kilometer landinwaarts: Ras El Oued. De weg er naartoe was smal en hobbelig en het landschap indrukwekkend desolaat. En heel zeker van een even indrukwekkende schoonheid. Geen spuuglelijke lintbebouwing, maar anderzijds: ook nergens een etablissement waar onder het mom van een korte tussenstop ook even naar toilet kon. Dat bleek later hoe dan ook meestal het privilege van de mannen te zijn, vrouwen werden geacht dat soort dingen thuis te doen.

Vrijwel alles wat nadien nog kwam voelde even nieuw en vreemd en zorgde meer dan eens voor verwarde toestanden, momenten waarbij ik me wel eens verbijsterd afvroeg: menen ze dit nu? Van mijn zogenaamde open blik bleef soms weinig over. Heel wat plaatselijke gewoontes vond ik maar niks. Hoezo, waarom mogen mijn armen niet bloot, het is hier 40 graden in de schaduw jongens! En hoezo, waarom mag je hier niet hand in hand lopen met je lief? Op gevaar van arrest nog wel, serieus? En hoezo, ik mag hier niet zwemmen? Kilometers ver geen kat te zien en ik mag niet in badpak? Ja, dan deed je nog eens een gewaagd uitstapje naar een stukje ongerepte kust en dan kreeg je dit! Aan de overkant van diezelfde zee was ik een jaar voordien nog gaan kamperen en daar werd met Franse joie de vivre de monokini gepromoot.
Maar goed, dit alles ging uiteindelijk nog over de grote lijnen, uitgetekend door een religie die wel niet de mijne was, maar waar ik me beleefdheidshalve wel wou in schikken. Tenslotte was ik daar te gast, niet zij. Bovendien hanteerden zij op dat vlak zo ongeveer dezelfde richtlijnen als wij hier aan de andere kant: je bent nu hier, dus pas je maar eens een beetje aan!
Maar daarnaast waren er natuurlijk ook de kleine, dagelijkse gewoontes waar ik niet op voorbereid was. Dat je als meisje niet zomaar Jan en alleman beleefd de hand mocht schudden, bijvoorbeeld. Of dat je, als je ergens uitgenodigd werd voor een maaltijd, niet altijd moest rekenen op een eigen bord of praktische dingen zoals mes en vork.

Eten en alles wat daarmee te maken had zorgde hoe dan ook voor een behoorlijke cultuurshock! Want een dampende tajine op tafel zetten mag dan wel exotisch klinken, maar aan de nodige ingrediënten geraken, soms leek het wel een dagtaak! Dus niet nog eens snel en voor sluitingstijd naar de winkel om wat lamsvlees en kikkererwten, maar wel naar de eerstvolgende souk, in Sétif, 60 kilometer verderop. Wie hierbij het beeld voor ogen krijgt van de toeristische stalletjes in Marrakech, waar het bijzonder romantisch struinen is in een labyrint van geurige specerijen en handgemaakt aardewerk, moet ik nu toch even uit die droom helpen: in een doordeweekse souk, bestemd voor plaatselijk cliënteel, ligt het lamsvlees namelijk niet netjes verpakt in plastieken vlootjes en ze zijn daar ook niet vies van een bromvliegje meer of minder. Onze dienst voedselveiligheid zou daar beslist een ranzig rapportje over schrijven.
Gewoon dagelijks brood op de plank brengen was ook niet altijd evident. Het plaatselijke dorp telde slechts één bakker en die jongen had dan weer niet altijd zin om te bakken. In goede tijden stalde hij zijn waren uit in een aftands winkeltje, het leek veeleer een smalle, donkere garage, maar bij ontij lag er gewoon helemaal niks in de rekken. "Du pain? Demain, madame," zuchtte hij dan, waarbij hij de handen in de lucht hield en de blik vol smart omhoog sloeg, alsof ik hem elke dag opnieuw de duvel aandeed met mijn Westers consumptiegedrag. Een dagje zonder brood, geen Algerijn die daar van wakker lag. Die eeuwige gelatenheid om de traagheid der dingen, ik kreeg er soms de bobbels van. Terwijl zij met grote ogen keken als ik weer eens, strijdvaardig en vechtend tegen windmolens, als een proper Vlaamsch meisken mijn drempel stond te borstelen, klaar om al het zand terug naar de woestijn te vegen, tenslotte lag die Sahara niet zo ver uit de buurt.

Ik kan een oneindig lange lijst opsommen van misverstanden en prullen en dingetjes, hier bij ons zo banaal aanwezig, maar ginds enkel te verkrijgen bij grote uitzondering. Wattenschijfjes bijvoorbeeld. Toen ik ze eens per ongeluk vond op een markt in Bejaja sprong ik van blijdschap bijna een meter in de lucht. Die avond zaten de vrouwen van Ras El Oued een beetje peinzend naar dat zakje te kijken, toen ik trots mijn aankoop toonde. 'Om je gezicht mee te reinigen' demonstreerde ik. Maar die hadden daar geen boodschap aan, die gingen gewoon eens per maand gezamenlijk baden in een meer hogerop in de heuvels, een gewoonte waar ik me dan weer minder kon in vinden, vooral ook omdat het gepaard ging met pijnlijke ontharingsrituelen. Geen pijl haar stond er op die anders toch zorgvuldig verstopte lijven. Toen ik hen eens toevertrouwde dat ik de zaak wel netjes onderhield, maar dat het daar beneden nu niet meteen een kale vlakte was, keken ze me aan alsof ik uit een beschaving van harige bosapen kwam.

Iets waar ze dan weer wel danig van onder de indruk waren: onze Vlaamse kroketten! Toen mijn moeder op bezoek kwam leerde zij een plaatselijke kok ronde kroketjes rollen, de langwerpige versie bleek - wegens gebrek aan de juiste hulpmiddelen in de keuken- iets te ingewikkeld. Nadat ze krokant uit de pot met sissende olie waren gevist werd er eerst heel, heel voorzichtig en met het nodige wantrouwen geproefd, maar het bleek alras een enorm succes en voor herhaling vatbaar. Ik denk niet dat er nog ergens ter wereld zoveel kroketten werden gebakken als die zomer in Ras El Oued. En ik weet het natuurlijk niet zeker, maar het zou me niet verbazen als mijn moeder uiteindelijk nog een standbeeld heeft gekregen, ergens op een pleintje in het Algerijnse binnenland.

Om het even samen te vatten: het was niet altijd simpel om me vlotjes aan te passen aan een wereld die niet van in het wiegje de mijne was. Als ik mij destijds had moeten aanmelden voor een examen inburgering hadden ze mij, zeker weten, gebuisd over de hele lijn. Ik blééf maar worstelen met zeden en gewoonten. En zelfs na een half jaar sprak ik amper tien woorden Arabisch. En het duurde weken voor ik wist in welke provincie ik me precies bevond en hoe ik dat woord überhaupt correct moest uitspreken: Wilaya de Bordj Bou Arréridj, ja, probeer maar eens! Ik voelde nul, niks connectie met de taal en bleef hardnekkig Frans brabbelen. Met dat grote geluk dat ik me bevond in een land dat ooit door Frankrijk was bezet, dus iedereen ratelde nog een aardig mondje mee. En nu zou ik gaan moeilijk doen over de talenkennis van een Angolees meisje? Ze ziet me komen! Berchem, Broechem, Borsbeek, voor haar waarschijnlijk één pot nat! En die Iraanse apotheker heeft vast gedacht: mijn diploma is hier niet geldig, maar brood bakken kan ik als de beste!
Ze proberen, dus omgekeerd lijkt een beetje goede wil dan ook niet zo veel gevraagd.

En goh, iets wat mijn hart dan ook nog altijd zwak en weekjes maakt: die droeve gedachte dat ook zij, net als ik destijds, wel eens zullen bevangen worden door heimwee. Niet dat kortstondige gemis dat je overvalt op een hard luchtbed op vakantie en je stiekem doet verlangen naar je vertrouwde donsdeken, maar die rare, beklijvende hunker naar wat ooit echt helemaal 'thuis' voelde.
Want, hoe spannend dat uitheemse jaar voor mij ook was, ook ik zat wel eens verloren te kijken naar het schijnsel van de maan boven Algerije. In de hoop dat die een eindje verder even vredig over mijn stukje Scherpenheuvel scheen. En mijmerend over kleine, vertrouwde dingen. Over een boterham met een schijfje saucisse. Of de geur van ballekes met kriekskes op zondag.

Pic: mijn eerste dromedaris ' in het wild'. Was verschieten!

Reageer via    






Over het muurtje kijken - 07/02/2021

Meestal word ik niet gehinderd door grondige kennis van zaken. Beroepshalve word ik door piepjonge collega's wel eens van alwetendheid verdacht, maar ook dat is een groot misverstand. Zelfs na dertig intense jaren in dezelfde sector sta ik nog bijna dagelijks ergens verbaasd te kijken. Dan gebeurt er weer iets waarvan ik denk: goh, dit hadden we nog niet gezien! Of wanneer zo'n piepjonge collega me zegt: kijk, zo en zo kan het ook en zelfs beter, ja, dan trek ik ook nog grote ogen.
Het moedigt alleszins aan tot enige bescheidenheid. En tot een eindeloze zoektocht naar het te weten komen van meer, en op alle vlakken graag. Lezen kan daarbij helpen. Persoonlijk vind ik vooral het lezen van columns een aanrader. Als je er snel en op efficiënte wijze wil achter komen hoe iemand anders over iets net hetzelfde of nét helemaal anders denkt dan jij: lees dan zoveel mogelijk columns! Je vergaart op relatief korte tijd de meest uiteenlopende invalshoeken en er werd meestal ijverig nagedacht over de neergepende stellingen, zelden wordt een geschreven woord zomaar lukraak de wereld in gestuurd. Over het algemeen zijn die stukjes ook nog knap geschreven, dus dat zijn twee vliegen in één klap.
Lezers die zich soms afvragen waar ik mijn mosterd vandaan haal: elders dus, ik steel meningen als een dief in de nacht.

Zo ook de titel van deze blog: over het muurtje kijken. Ik lees dat toevallig in een column van Ruth Joos, waarin ze het zinnetje gebruikt als metafoor: open staan voor andere meningen. Ik vind het wel treffende beeldspraak. Het idee dat je zo af en toe eens in iemands versterkte vestiging kan binnenkijken. Het leidt allicht tot meer wederzijds begrip.
Ik heb het er later ook nog even over met mijn vader, want die is dan weer altijd razend benieuwd naar mijn mening, over wat dan ook.

"Het wordt ook alsmaar moelijker," zegt hij, "want zelfs letterlijk over het muurtje kijken lukt nog amper."

Hij doelt daarmee op zijn klein hofke achteraan, sinds enkele jaren inderdaad volledig ommuurd, door een blikdichte houten omheining van wel twee meter hoog. Een heel solide constructie en ik heb er destijds ook zelf mijn fiat voor gegeven, want ik vond het wel een proper voorstel van de buren. En ik weet niet meer wanneer die trend precies werd ingezet, om quasi elk lapje veroverde grond volledig af te sluiten van de buitenwereld, maar ik weet wél dat het vroeger anders was. Ik werd groot in ditzelfde rijhuis en achteraan lagen al de buurttuintjes vredig en in lang uitgestrekte rechthoeken naast elkaar. Want daar waren mensen toen ook al sterk in: de wereld keurig verdelen, door middel van strakke lijntjes.
Maar verder waren er nog geen hoge muren te bespeuren, hooguit had je van die lage, betonnen platen waarmee de scheiding van eigendom werd aangeduid. Soms werd boven die platen ook nog een ijzeren draadje gespannen, maar dat was eerder symbolisch, ik denk niet dat enig wild dier of snode dief daar ooit werd door afgeschrikt. En elk tuintje had wel een gammel poortje, maar die dingen gingen nooit op slot. Niemand die het woord privacy in de mond nam, hooguit werd eens met enige afgunst gekeken naar de grotere bloemkolen aan deze of gene zijde.
Ik kon als kind onbelemmerd zwaaien naar mijn nonkel die vijf tuintjes verder zijn patatten rooide. Ik zag hoe de witte lakens van mijn tante langzaam droog wapperden aan de wasdraad, horizontaal langs dat hele eind van het hof pad gespannen. En ik hoorde een buurman vertellen hoe goed zijn zelfgekweekte prei hielp om het bloed te zuiveren en dan kreeg ik een paar stengels mee, voor straks thuis in de soep. Er was ook een buurvrouw die wel eens - volledig terecht -grommelde over de overvloedige aanwezigheid van onkruid in onze tuin, maar dan wist mijn vader: hoog tijd om dat biologisch project nog eens aan te pakken. En later, toen ik als pubermeisje wel eens een streepje zon wou meepikken en dat ook nog ongegeneerd durfde te doen in een te kleine bikini en pal naast de rabarberstruik was er wel eens een buurman die dan goedkeurend de duim opstak. Het waren de zomers van de groentetuintjes met secuur gezaaide worteltjes en van die hoge bonenstaken, allemaal mooi op rechte rij. Recreatief bedoelde groene gazonnetjes waren nog een zeldzaamheid en van #metoo had ook nog niemand gehoord.

We keken schaamteloos in elkaars leven binnen, absoluut niet gehinderd door veel te hoge muren en we wisten perfect wat we aan mekaar hadden. Zelden of nooit was een andere mening een zware burenruzie waard.
'Och,' t is weer die van hiernaast' was zowat het strengste oordeel dat wel eens werd geveld.

"We worden terug jong," komt mijn moeder er nog grappend tussen, " met al dat hout lijkt het wel alsof we weer wonen in een blokken speelgoed doos."

Als even later de bel gaat en ik al naar de voordeur wil spurten doet mijn vader meteen teken van: laat maar, 't is voor mij.

" Het pakketje," zegt mijn moeder, al monkelend afwachtend, "we hebben een klein stofzuigertje besteld."
" Besteld, zonder internet?" vraag ik verbaasd.
" Je vader belt dan gewoon naar Tommyteleshopping," zegt mijn moeder, " veel simpeler dan dat moderne gedoe met internet."

Ik zei het al: ik leer nog elke dag bij. Soms ook gewoon door een eindje terug te gaan in de tijd. Waar je nog simpelweg voor iets kan bellen. En waar je onbevangen over de muurtjes mag kijken.

Reageer via    






Jarig - 27/02/2021

Mijn verjaardag werd nooit uitbundig gevierd, ik heb daar dus weinig ervaring in.

Ik stam nog uit een tijd dat er zelden sprake was van feestjes met slingers en ballonnen en al helemaal niet om zo'n pietluttig jaartje meer, laat staan dat je ook nog eens de hele klas mocht uitnodigen op de party.

Toen ik klein was werd je op de grote dag proficiat gewenst, voornamelijk door naaste familieleden, je kreeg daarbij ook drie klinkende kussen of een bemoedigend kneepje in de wang, maar daarmee hield het op. Sterker nog: mijn vader heeft me, bij mijn weten dan toch, zelfs nooit gefeliciteerd! Die zegt enkel 'innige deelneming', elk jaar weer opnieuw, en met het nodige sarcasme in de stem. De man heeft het duidelijk niet zo begrepen op ouder worden en als ik eerlijk ben: mij gaat het ook allemaal een beetje te snel.
Toch was er een tijd dat ik het wel spannend vond, jarig zijn. En dat ik blij was dat ik van 't begin van 't jaar was. Dan hoorde je toch al automatisch bij de 'groteren' van de klas, al was dat in mijn geval wel heel erg in de figuurlijke betekenis. En ik heb ook wel reikhalzend uitgekeken naar de dag dat ik zestien zou worden. Zelfs het alom gevreesde dertig voelde niet als een pijnlijk getal, want eindelijk voelde ik me echt volwassen, ja, wist ik veel…Maar goed, mijn enthousiasme slonk met de jaren. In mijn huidige ideale wereld zou mijn verjaardag gewoon ongemerkt voorbij vlieden. Geen kat die zich nog zou afvragen: hoe oud wordt ze nu alweer? Dus ik was al blij dat de gevreesde datum dit jaar op een zaterdag viel. Dat scheelde toch al veel tromgeroffel op de werkvloer én geen piepjonge collega's in de buurt die misschien nog eens voorzichtig zouden polsen naar mijn biologische leeftijd. Want geloof me: in mijn hoofd zit een zeer grote kloof tussen waan en werkelijkheid!
Maar volledig onzichtbaar blijf je natuurlijk nooit op zo'n dag, er is tenslotte ook nog het grote Facebookmonster en dat heeft altijd àlles gezien. Zo ook op deze zaterdag. De eerste berichtjes kabbelen al binnen vroeg in de ochtend, er zijn zelfs vrienden die er tijdens nachtelijke uren werk van gemaakt hebben. Heel veel leuke wensen, ze zorgen voor instant geluk: fijne verjaardag, geniet van je dagje, en kijk eens, daar is de zon, speciaal voor jou!
Want ook het weer zit mee, na de extreem lage temperaturen van amper een weekje geleden lijkt het nu zomaar floep! volop lente!
Laat ons zeggen: de omstandigheden zijn extreem gunstig om er- zoals mij dus in de meeste berichtjes wordt aangeraden- een uitzonderlijke dag van te maken. De vraag is dan wel: hoe begin je daaraan? Wanneer wordt een etmaal onvergetelijk? Wat zet je dan op je agenda? Het lijkt me al even moeilijk als een geslaagde city trip organiseren. Als je zo, binnen het krappe tijdbestek van 48 uren, alle bezienswaardigheden van een stad achter de kiezen moet zien te krijgen én en passant ook nog de hipste culinaire adresjes moet bezoeken. Niet simpel. Hoe was Barcelona? vragen ze dan op maandag, terwijl je nog volop moet revalideren van die race tegen de klok. Maar voor zo'n onderneming kan je tenminste nog terecht op een toeristische dienst, voor een hot spot gids. Terwijl vandaag elke vorm van handleiding ontbreekt.
Het eerste wat me zo te binnen schiet, zeker met al die zon, is dat mijn ramen dringend toe zijn aan een deftige poetsbeurt. Maar ik denk niet dat ramen lappen valt onder de to do's om een dag tot een memorabel een feest om te buigen.
Een loom ontbijt dan maar, en daarna naar buiten. Ik vis eerst bij de benedenburen het boodschappenlijstje op en daar staan vandaag een paar ongebruikelijke items op vermeld.
' 10 verjaardagskaarten' heeft mij moeder in haar beste schoonschrift geschreven, en de cijfers dan nog eens extra groot en onderstreept. 10!
"Ja, 10, "zegt ze ferm, "want jij vergeet altijd zo'n dingen mee te brengen en dan zit ik weer zonder als ik ze nodig heb. Kies ook maar een mooie voor jezelf, dan ga ik die straks nog schrijven."
Zo, qua verrassing kan het tellen, maar ik krijg vandaag in elk geval ook handgeschreven felicitaties, we zijn het niet meer gewoon.
De tweede bizarre opdracht komt van m'n vader, die wil een telescoop, ze staan in de aanbieding bij Lidl, reclamefoldertjes worden hier ten huize altijd met veel aandacht gelezen.
"En haast je maar een beetje," zegt hij lichtjes nerveus, "ze liggen al sinds woensdag in de rekken, straks is alles weg."
Al kan ik me nauwelijks een stormloop op mini-telescoopjes voorstellen.
"Heel zeker wél," zegt mij vader, "de lente is in 't land, het wemelt weer van nieuw leven in de tuin en iedereen wil vogels spotten."
Ik kijk even veelbetekenend naar de verrekijker die al de hele winter op de keukentafel ligt, klaar om elk passerend musje te registreren.
"Die ligt te zwaar in de hand," zegt hij, "zo'n telescoop staat op een handig statiefje."
"Daar kan hij toch allemaal zo mee bezig zijn," zucht mijn moeder, "hij krijgt m'n hele tafel nog vol."
Als ik een paar uur later weer thuis kom staat de zon nog even hardvochtig op mijn smerige ramen. Dus ik weeg even af en beslis dan kordaat van, kom, gedaan nu. Tenslotte moet dit mijn dagje worden en van een proper huis word ik ook gelukkig. Bovendien wemelt het daarbuiten ook nog steeds van Covid-19, dus ik verwacht niet meteen een dozijn zingende vrienden op de stoep.
Ik maak een sopje en begin er aan.
In de namiddag ga ik nog een eindje wandelen. Ik passeer een tuincentrum en breng nog wat gemengde graantjes voor kleine vogels mee. En een zakje Aveve 778, volgens mijn vader een ware delicatesse voor sier- en tortelduiven. Als er dan toch een telescoop op de keukentafel gemonteerd wordt kunnen we maar beter zorgen voor zoveel mogelijk en divers gewemel in de lucht.
Mijn dochter brengt me nog een klein, maar onwaarschijnlijk goed uitgekiend cadeau en trakteert me op haar zelfgemaakte appel crumble. Met veel deeg en iets minder appel, want zo heb ik die het liefst en tenslotte moet ik vandaag het onderste uit de kan halen.
Als ik in de late namiddag nog even op het gelijkvloers ga kijken of de telescoop naar behoren functioneert krijg ik alsnog de 'innige deelneming' van mijn vader en mijn moeder overhandigt me plechtig mijn mooie kaart. Ik had er eentje gekozen met de afbeelding van een paar glitterschoenen en de hint heeft gewerkt: ik krijg er nog een centje bovenop voor echte zomerschoentjes straks. En daarna stuurt mijn moeder me streng terug naar boven.
" Ik moet je dadelijk gaan bellen! "zegt ze.
Want ook dat is een jaarlijkse traditie: mijn vader wenst me innige deelneming en mijn moeder belt me elk jaar, stipt om 17.10u, het uur dat ik ter wereld kwam. Waar ik ook ben en wat ik ook doe en zelfs al zit ik slechts een verdieping hoger, binnen gehoorafstand.
"Was het een fijne dag, dochter, "vraagt ze, twee minuten later dus, via de telefoon, "heb je plezante dingen gedaan?"
"Best wel" zeg ik, "niks speciaals. Beetje gewandeld, lekker gesnoept, de dochter en de schoonzoon op bezoek. En ik kijk in elke geval weer met een propere blik naar de wereld."
En ik besluit meteen om dat laatste vanaf nu misschien ook eens wat minder letterlijk te nemen. Bij een verjaardag horen tenslotte ook altijd weer goede voornemens.


Reageer via    






Cadeau - 11/03/2021

Af en toe krijg je zo'n cadeau waarvan je - in Scherpenheuvelse termen dan toch- zegt: dat is er boenk oep! Je kan de gulle gever niet genoeg bedanken om zoveel fijngevoeligheid, want het perfecte presentje vinden is tenslotte geen sinecure. Het vergt toch enig inlevingsvermogen eer je weet hoe iemands gevoelige snaar te raken.
Mijn dochter is daar sterk in. Dat bewijst ze nog maar eens op mijn verjaardag. Coronagewijs slaan we dit jaar dan wel de drie klinkende zoenen over, maar ze duwt me meteen een groen doosje in de handen, ze heeft pretlichtjes in de ogen. Het is zo'n plastieken archiefbakje, ook altijd zeer aanwezig in de rekken van Ikea, om ons, hopeloze sloddervossen, aan te moedigen tot Scandinavische ordehandhaving: zelfs de allerkleinste rommeltjes moet je ergens in opbergen. Volgens mij zit er een weldoordacht economisch plan achter al die Billy kasten.

"Maak maar open," gniffelt mijn kind.

In het doosje zit een set van zes kleine schriftjes, met verharde kaft en telkens in een andere, vrolijke kleur. Ze staan gemoedelijk zij aan zij met de ruggetjes naar boven, met daarop telkens twee opeenvolgende maanden vermeld: een groen schriftje voor januari-februari, een geel voor maart-april, mei-juni is dan weer in flashy roze. Zes bontgekleurde notitieboekjes, netjes op een rij, om te eindigen met een felrood: 'My year' staat daar op.
Ik word prompt overvallen door het soort van gelukhormonen die voor mij eeuwig zullen gelinkt blijven aan 1 september. Dat gevoel dat je had op de eerste schooldag, toen zelfs de meest nabije toekomst nog blanco voor je lag. Dat gloednieuwe begin. Met ongelezen boekjes en schriftjes die nog moesten gekaft worden, en waarin je dan nadien uitsluitend in je allerbeste schoonschrift zou schrijven, dat was alleszins het goede voornemen. Ruitjes waren bedoeld voor de rekensommen, de lijntjes leenden zich dan weer uitstekend voor een dictee. Ik dagdroomde dan over keurig genoteerde zinnetjes en opstelletjes en tekeningetjes waarbij ik nooit buiten de lijntjes zou kleuren. Een rechte, geordende wereld op papier. Alleen de juf zou af en toe in rode letters iets scheef noteren: 10/10, flink zo!

De dochter geeft toelichting. Dat de schriftjes bedoeld zijn voor m'n dagelijkse kleine notities, want tot op heden was ik toch wel slordig bezig.
"Ik heb je al zo vaak horen zuchten," zegt ze, "dat je de dingen wel ergens noteert, maar achteraf niet meer weet waar."
Ze heeft goed opgelet! Want dat is waar: ik heb de neiging om elke rake gedachte ergens bij te houden. Of dan hoor of lees ik weer ergens een niet zo alledaags woord en denk ik: kan ik misschien ooit nog gebruiken.
Als ik dan toevallig voor de laptop zit is dat geen probleem, ik heb wel wat mapjes zitten bij de word documenten, een zeer bizar klassement, niet altijd even logisch gerangschikt onder de gemeenschappelijke noemer 'persoonlijk'. Maar tijdens wakkere momenten in het holst van de nacht durf ik wel eens iets te kribbelen op de achterkant van een tijdschrift dat op mijn nachtkastje ligt. Of op het kartonnetje van nog verpakte panty's, die liggen toevallig ook in de dichtstbijzijnde schuif. Weinig overzicht dus in mijn notulen, en soms verdwijnen ze zomaar met het oud papier.
Dat gaat vanaf nu helemaal anders worden! Alles kan nu ordentelijk in mijn nieuwe, regenboog database. En elk schriftje heeft dan ook nog een aparte onderverdeling: blaadjes met lijntjes, met stipjes of ook gewoon egaal wit.
"Die laatste voor als je zin hebt om te droedelen," zegt de dochter, want daar ben ik ook een held in. Als ik nog eens mijn dikke stapel bewaarde agenda's doorblader lijkt het wel alsof ik voornamelijk heb zitten tekenen door al die jaren heen: bloemetjes, cirkeltjes, soms zelfs dikke, boze krassen, vermoedelijk uit frustratie, meestal weet ik niet eens meer waarom. Hier en daar wemelt ook nog een verloren hartje, al kan ik daar dan wél nog meteen de juiste namen bij noemen.

Helemaal onderaan in het groene doosje vind ik ook nog drie pennen, want die zijn ook altijd zoek in mijn dagelijks bestaan. En een soort van stenoblokje, met stevige houten wandjes.
"Voor in de auto," verduidelijkt de dochter, "als je ideeën krijgt in de file."
Vanaf heden huist er dus ook een mobiel kantoortje in het handschoenenvakje.

"Ik hoop dat je er blij mee bent," zegt de dochter, "want het is maar iets kleins."

Ze kan amper vermoeden hoe groots dit cadeau voor mij wel is! Want we zijn intussen weer enkele weken verder en geen dag ging voorbij zonder dat er een schriftje bij te pas kwam. Niet dat januari-februari al helemaal nokvol zat, maar dat vind ik juist leuk, dat geeft nog ruimte voor volgend jaar. Of wie weet, ook nog voor een stukje 2022. En daarna zien we wel weer. Ik vind dit alleszins een uiterst vrolijk systeem en intussen noteer ik af en toe ook al de 'belangrijke' gebeurtenissen, met de datum in de kantlijn. Niet dat ik er een gedetailleerd dagboek van wil maken, met die zeemzoete tijden heb ik het al gehad. Maar waarom niet zo'n klein, compact archiefje? Gewoon, de grote lijnen verankeren, eerst voor mezelf en wie weet, ooit nog voor het verre nageslacht?
En dat ze dan later misschien nog zullen zeggen, als ze uiteindelijk de conclusies lezen in 'My year': god, god, waar die vrouw toch allemaal mee bezig was.

Reageer via    






La vie comme elle vient - 22/03/2021

Mijn moeder klaagt en dat is niet van haar gewoonte. Integendeel, hoe feller haar wereld krimpt, hoe groter haar incasseringsvermogen lijkt te worden. Zeker als ik bedenk wat ze de laatste dagen weer mocht doorstaan. Wat begon met nu toch echt veel scherpere dan de gewone, dagdagelijkse pijnscheuten in de rug, eindigde met de zoveelste passage langs de spoeddienst. Waar ze in haar eentje urenlang en zonder enige afleiding zat te wachten op nader onderzoek, want het was onverwacht druk op de afdeling en ik mocht haar geen gezelschap houden. Tja, corona alweer.

Gelukkig mocht ze de dag zelf terug naar huis. "Mevrouw is ongelooflijk dapper en geduldig geweest," zei de dokter van dienst. En verder was er goddank niks ernstigs vastgesteld, dus niet weer een gebroken, maar slechts een ingedeukte rugwervel dit keer. Pijnlijk, dat wel, maar pijnstillers en rust zouden soelaas brengen.
"Straks spring ik nog terug over de haag," zwaaide mijn moeder bij het afscheid.
Een beetje overmoedig weliswaar. Want we zijn intussen twee weken verder en voorlopig schuifelt ze enkel van relaxstoel naar bed en weer terug. Met rollator, de gebruikelijke swiffer komt er voorlopig niet aan te pas. Ik heb intussen wat meer externe hulp ingeschakeld en ook mijn vader helpt waar hij kan. Hij dekt driemaal daags de tafel, op al even wankele benen als mijn moeder, en schakelt voor 't eerst in zijn leven de vaatwasser in.

"Je moeder heeft eindelijk haar doel bereikt, ze heeft nu haar hoogstpersoonlijke butler," knipoogt hij.

Maar nu, zeer uitzonderlijk dus, klaagt mijn moeder. Ik sta in haar badkamer, met een wasmand vol opgeplooide handdoeken, klaar om alles in de kast te leggen.
" Die handdoeken deugen niet," zegt ze, "ze zijn te hard. Mijn vel schuurt er van kapot."
Nog zo'n bijverschijnsel van de oude dag: een fragiel huidje. Want die handdoeken zijn nog vrij nieuw en wij zijn ook gulle sponsors van Unilever, afdeling wasverzachters.
Maar omdat ik mijn moeder zelfs méér dan alle zachtheid van de wereld gun, besluit ik eindelijk maar eens over te gaan tot de aankoop van een droogkast. Iets wat ik altijd bewust heb uitgesteld, want ik kan intens genieten van wat prutsen bij mijn droogrekje: fris geurend wasgoed ophangen, soort bij soort en kleur bij kleur, met vrolijke speldjes, ik word daar rustig van. Het is een bezigheid die intussen tijd leent tot nadenken of mijmeren, over alles en nog wat. Menig belangrijke beslissingen in mijn leven werden eerst grondig afgewogen terwijl ik paarsgewijs sokken te drogen hing.

Ik ga natuurlijk eerst wat googelen, want ik ben niet echt een expert op vlak van warmtepompen en condens drogers. En op zaterdag trek ik een paar uurtjes uit om de dingen ook nog eens in het echt te gaan keuren, kwestie ook van misschien nog wat meer tekst en uitleg te krijgen van een gewiekste verkoper. Ik twijfel tussen de goedgemutste Krëfel jongen van vorige keer of de Akte van Vertrouwen, daar werd ik tenslotte ook al vriendelijk bediend.
Ik besluit richting Diest te rijden, dan kan ik op de terugweg nog even bij de dochter binnen wippen.

Ik vertel haar van mijn speciale uitstap en de uiteindelijke aankoop, wat ze natuurlijk een beetje oubollig vindt, want witgoed bestel je in deze eeuw toch gewoon bij Coolblue.
"Jij nog iets speciaals gedaan, deze week?" vraag ik, want ik weet dat ze een dagje meeliep in een dierenartsenpraktijk, bij wijze van proef.
" Ik heb een haan mogen sonderen," zegt ze, heel neutraal, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, "mijn hoogtepunt van de week."
Ik ga er maar niet verder op in, over hoe en waar en waarmee dan. Dat wordt weer googelen straks.

's Avonds lig ik in bed nog wat te lezen, 'Vergrijzing' van Diane Broekhoven, het betere boek voor het slapengaan. Mooi en ingetogen geschreven, ik word er een beetje weemoedig en meteen ook loom en slaperig van. Tot er tumult ontstaat op de benedenverdieping, ik hoor mijn ouders luidop en uitgelaten lachen, het buldert echt tot boven.
"Wat was er zo grappig?" vraag ik 's anderendaags.
"We hebben zo gelachen," hikt mijn moeder nog na, "ik heb nog weinig te wensen in dit leven. Ik mag nu zelfs gaan slapen met de butler."

Droogkasten, gesondeerde hanen, butlers in bed:
la vie comme elle vient. Reageer via    






Moeder en dochter - 31/03/2021

"Bon. Het is goed geweest," zegt mijn dochter, "ik verwacht op z'n minst al de eerste hoofstukken."
We drinken samen koffie en snoepen wat Belgian Chocolates weg, een overschotje nog van Nieuwjaar. Dit was de laatste doos, vanaf nu is het definitief wachten op de passage van de paasklokken. Hard times ahead.
Maar mijn dochter zit niet vol ongeduld te hopen op een lading paaseieren, nee, ze wil nu eindelijk mijn volgend boek wel eens lezen. Proeflezen eigenlijk. Bij de vorige exemplaren deed ik - alvorens een stel rigide copy writers zich nog eens nauwgezet over zinsconstructies en leestekens boog- daarvoor een beroep op twee bereidwillige vriendinnen. Maar dit keer eist mijn dochter die eer helemaal voor zichzelf op. Ze is veruit mijn meest kritische lezer, dus het is toch weer een lastiger hindernisje trotseren. Misschien ook wel de reden waarom ik de laatste hand aan nummer drie alsmaar blijf uitstellen. Want het zou wel niet de eerste keer zijn dat ik zou kunnen afgaan als een gieter, dat is tenslotte des mensen, maar bij je eigen kind wil je toch altijd liefst een stevige voorbeeldfunctie blijven handhaven. Kijk mama eens!
"Doe niet zo raar," zegt ze, "wat valt er te bibberen, ik behoor toch tot je gemiddelde doelgroep? En ik lees je gewoon graag, het is ook allemaal niet te ingewikkeld."
Ik besluit die laatste opmerking te klasseren onder de noemer 'toegankelijke lectuur', ik had hoe dan ook nooit een podiumplaats bij de uitreiking van de Gouden Uil voor ogen. Dus ik beloof de eerste pagina's al te mailen, vanavond nog. En intussen geef ik haar alvast de belangrijkste verhaallijnen mee: wie, wat, waar en welke personages al dan niet een rol van betekenis kregen toebedeeld. En ik biecht in alle eerlijkheid op wat echt gebeurde en welke dingen dan weer ik-zweer-het-op-mijn-communiezieltje- helemaal niet! Want dat is wat je kan verwachten als je boeken schrijft in de ik-vorm: het gerucht doet al gauw de ronde dat het een onvervalste autobiografie schijnt te zijn. Eigen schuld, dikke bult, natuurlijk. In het dagelijkse leven rotzooien mensen soms in 't rond dat het geen naam heeft, maar geen haan die er naar kraait. Tenzij je zo'n naïeve muts bent die vaag iets wereldkundig maakt, maar wél meteen klakkeloos op papier en in de vervoeging van de eerste persoon. Dan hoor je nadien in de wandelgangen wel eens fluisteren: dat is die van die met die dinges in dat boek.
Dus, kwestie van correcte orde der zaken, licht ik mijn dochter toe: dàt was echt, dàt helemaal niet en dààr heb ik schromelijk overdreven. Wie schrijft vergroot de zaken wel eens uit, letterlijk en figuurlijk, het moet toch allemaal een beetje boeiend blijven, en zij mag dus weten waar en wanneer en met wie of met wie heel zeker niet. We zijn tenslotte moeder en dochter.
"Zalig hè mam," grinnikt ze, "al die verwarring. Vooral omdat jij en ik de ware toedracht kennen."
Het voelt meteen ook als zo'n moeder-dochter moment van 'wij twee saampjes', een gevoel waar we wel eens naast durven te grijpen. Want de dochter en ik, wij zijn de grootste tegenpolen. Arm in arm over stoepen slenteren, als ineengevlochten BFF's, je zal het ons nog niet zo snel zien doen! En we zijn het zelden volledig eens, zelfs niet over de dagdagelijkse dingen. Zij runt met zwier een huishouden van Jan Steen, terwijl ik zelfs mijn stofdoeken sta te strijken. Ik denk over alles tien keer na, zij twijfelt niet. Ik aarzel, zij doet. We leven in twee totaal verschillende werelden, het is soms zoeken naar raakpunten.
Maar dan weer wel: we lachen om dezelfde dingen. We hebben in de loop der jaren een schat aan inside jokes verzameld en alleen wij twee snappen ze. En elkaars gedachten lezen, ook al liggen onze meningen soms mijlenver uit elkaar, dat kunnen we echt als de besten, daar voelen we elkaar haarfijn aan. Het draait soms uit op de gekste conversaties:
"Ah, denk je? Maar ik dacht dat jij dacht…"
"Ja, ja, ik dacht wel dat jij dacht dat ik dat dacht."

Dus ik weet nu ook maar al te goed wat ze denkt over het allerlaatste hoofdstuk van dat nieuwe boek: ze wil weten hoe dat eindigt! Maar daarover blijf ik vaag. Ze las in een vorige blog al welke tekst ik helemaal op 't eind citeer, maar daarmee kan het nog alle kanten uit. Gelukkig, fout, open, alles is mogelijk en ze mag zelfs dreigen me uit te persen als de eerste de beste appelsien, ik zwijg als vermoord.
"Flauw," zegt ze. Maar ik weet ook wel dat zij van een beetje spanning houdt, dus ik zeg niks.
Dus 's avonds, nadat ik alles nog eens vijf keer grondig heb herlezen en hier en daar toch nog een zinnetje wat minder kronkels heb gegeven- schrijven is eigenlijk gewoon een kwestie van heel veel schrappen - stuur ik haar de eerste twintig pagina's door. Tekst zit in je mailbox, laat ik nog snel via Messenger weten. Ik zie aan het vinkje rechts onderaan dat ze mijn boodschap heeft gelezen.
En daarna weet ik wat gaat komen: voorlopig ook niks.
Want zij weet al even goed dat ook ik van een beetje spanning houd.

Maar dan, 22 uur later, eindelijk toch feedback van de dochter: 'Gelezen, 1 klein foutje, ik stuur verbeterde tekst door. Wil meer lezen. Wil ook wel koken op Paasdag. Wat denk je?'
Al lijkt die vraag me eerder retorisch. Het zou me sterk verbazen dat zij niet weet hoe ik over koken denk. Reageer via