Veel - 16/10/2021

Het begint met een steeds weer voorbij scrollende banner bovenaan op mijn tv-scherm: doorlopend word ik er op gewezen dat ik dit kanaal weldra niet meer analoog zal kunnen bekijken, mijn provider schakelt over naar digitaal. Ik begin alvast even te googelen, al was het maar om er achter te komen of ik effectief nog analoog kijk, wat dat woord in deze dan precies betekent en wat ik vervolgens moet ondernemen. Ik surf naar de website van Telenet en stel aan de hand van vijf simpele richtlijnen vast dat mijn toestel inderdaad niet mee is met het digitale tijdperk. Erger nog: mijn TV is zelfs al te oud om nog zonder externe hulpmiddelen over te schakelen naar een volgend stadium. We horen waarschijnlijk alweer bij de laatsten der Mohikanen.
Ik boek nog dezelfde dag online een afspraak in het dichtstbijzijnde Telenet Center, waar mij met het nodige geduld duidelijk wordt gemaakt dat ik nu echt wel toe ben aan zo'n digicorder, gelukkig ook maandelijks te huren voor een prikje. En nu ik daar toch ben controleert een service minded jongeman ook nog even mijn belabberde internetverbinding, blijkbaar te wijten aan een versleten router. Maar ook dat ding krijg ik nieuw mee, gratis zelfs, en dan straks gewoon even in de stekker steken. En nu we toch bezig zijn: hij stuurt ook vandaag nog een technieker langs om bij mij thuis een nieuwe modem te installeren, want die heeft blijkbaar ook z'n beste tijd gehad. Kunnen ze dus allemaal van op kilometers afstand vaststellen, de moderne techniek staat echt voor niks.
Binnen een tijdspanne van amper zes uren ben ik alzo de trotse bezitster van een nieuwe router, modem en digicorder. En héél veel nieuwe kabels om die laatste correct aan te sluiten, ik bespaar jullie de krachttermen waarmee dat gepaard gaat.
"Maar wel tof," zegt een vriendin die in de late namiddag nog even binnenwipt, "zeker die digicorder, vanaf nu kan je ook programma's op pauze zetten. Of gewoon uitgesteld kijken."
Al lijken pauzes en herhalingen me niet meteen aan de orde, dat apparaat detecteerde intussen maar liefst 253 zenders. Dan ben je volgens mij toch al vertrokken voor een paar lichtjaren onafgebroken kijkplezier.
Eenzelfde overdaad krijg ik gratis bij mijn nieuwe firmawagen. Weinig keuzestress dit keer, er wordt van hogerhand voor mij beslist, weliswaar rekening houdend met de minieme eisen die ik stel. Ik doe daar allemaal niet moeilijk over, zolang het een beetje vinnig rijdt en handig parkeert ben ik al dik tevreden. Maar dan nog worden een hoop onverwachte opties meegeleverd: zetelverwarming, een vernuftig systeem dat mijn gsm laat opladen zonder kabeltje, en een arsenaal aan automatische dingen en piepende waarschuwingen. De eerste ritten heb ik het gevoel alsof ik ook zelf constant aan sta, alsof er elk moment iets kan gaan kortsluiten in mijn hoofd. Ik beweeg mij nu wel voort in een bescheiden ogend karretje, maar met aan boord de software van een NASA-raket. En het prààt! Ik heb nog niet goed uitgevogeld hoe en waarom en wanneer precies, maar af en toe vraagt mijn auto opeens, luidop en met zacht Nederlandse tongval: wat kan ik voor je doen?
"Ik zou het wel weten," lacht mijn moeder, ze zit naast me in de nieuwe auto, we zijn op weg naar het vaccinatiecentrum voor haar derde prik. Haar bewondering voor alles wat nieuw en modern is blijft me verbazen, ze moet één van de weinigen van de vooroorlogse generatie zijn die niet noodzakelijk vindt dat vroeger alles beter was. Ze blijft zich mateloos gelukkig wentelen in de luxe van centrale verwarming, haar dagelijkse suikerwafel en warm stromend water. Dus ook nu wil ze alles weten, hoe dat nu zit met die parkeersensoren en waar ik dan zie wanneer ik moet tanken. Vooral voor de zenderlijst van de radio heeft ze extra aandacht.
"Zoek eens een plezant liedje, "zegt ze.
Ik scrol wat op en af en kom uit op iets van Regi.
"Ha, Vuurwerk!" zegt ze, "ken je dat?"
Ja, ken ik, maar niet dat ik er echt wild van word.
"Ik wel," zegt ze. En ook dat ik een beetje met m'n tijd moet meegaan.

Reageer via    






De ninetees - 31/10/2021

Opeens word ik weer ondergedompeld in de ninetees! Niet dat het mijn uitbundigste jaren waren, bij mijn weten ben ik toen zelden verder geraakt dan de oevers van het Albertkanaal. De ex was een verwoed visser, vandaar. Ik mocht af en toe mee om de thermos met koffie en de gesmeerde boterhammetjes aan te reiken en met regelmaat lovende woorden te uiten over de wonderbare visvangst. Het was een decennium waarin ik vooral veel kennis vergaarde over de hengelsport. Over het belang van levende vers de vase in het voeder en hoe je bijvoorbeeld relatief snel een brasem kan vangen - voor wie er iets aan heeft: gebruik degelijke onderlijnen van Gamakatsu-maar verder had mijn uitgaanswereld zo ongeveer de grootte van een vingerhoed.
Maar dan nu! Ik krijg een kaart voor een optreden van Mama's jasje! De hit machine uit de jaren negentig en intussen dus ook al toe aan de viering van het dertig jaar bestaan. Als bij wonder raak ik verzeild in een WhatsApp groepje van gewezen fans, die stonden jaren geleden al op de eerste rij en die willen natuurlijk nog eens opnieuw uit de bol gaan, als de dag van toen. En ik mag mee. Of nee, ik moet mee, want als ik dat niet doe ga ik niet weten wat ik gemist heb zeggen ze, die Peter is één brok charisma. Bovendien hebben we tickets voor de vierde rij, we gaan bij wijze van spreken het merklabel van zijn boxershort kunnen zien. Mijn gsm flikkert van de overtuigende berichtjes. Ik vergeet dus even mijn lichte voorkeur voor doorrookte stemmen annex meestal haveloos geklede rockfiguren en stel me open voor iets nieuws: Peter Vanlaet, voor de gelegenheid uiterst strak in het maatpak.
"Sexy, "zegt een fan links van mij, "zeker met dat witte hemdje."
Het is even een klik maken, maar ik moet zeggen, zo'n gladgeschoren jongen heeft ook wel iets. En dat van dat charisma klopt, hier staat een volleerde womanizer op het podium. En hij kan meer dan ik dacht, covert zelfs in het Frans en brengt nog een breekbare versie van Fragile, een vleugje Sting in het Nederlands. Niet dat je mij daarna meteen van de grond kan bijeenvegen, maar toch. En voor ik het weet sta ook ik met de handen in de lucht te zwaaien, heen en weer en op het ritme van Tien om te zien.
"Vroeger waren er van die alternatieve meisjes die niet wilden toegeven dat ze naar Tien om te zien keken," zegt Peter, "de trutten." Ik voel me lichtjes rood worden, gelukkig is het donker is in de zaal.
Het is ook lekker vlot meezingen, de meeste teksten zijn stiekem in het collectief geheugen geslopen, en voor één keer blijkbaar ook eens in dat van mij. Toch wel een andere beleving dan bij een concert van dEUS bijvoorbeeld, daar bazel ik soms ook maar wat mee, op goed geluk. Friday, Friday, Friday en verder hoop ik dan maar dat ik er niet te ver naast zit.
Ik ben nog maar net bekomen van Peter als een volgende sprong in de tijd zich alweer aankondigt: onze jaarlijkse uitstap met het bedrijf. Met als hoogtepunt: een party, met als thema, inderdaad, de ninetees. We worden aangemoedigd om in bijpassende outfit op te dagen. Vestimentaire kwesties die de volgende dagen uitvoerig worden besproken op de werkvloer. Maar dit keer pas ik wijselijk, zelfs op Sporty Spice zat een houdbaarheidsdatum.
Ik begeef me dus in sobere kleuren naar de feestdis en doe die avond mijn stevige reputatie als muurbloem alle eer aan: ik kijk- broodnuchter, eens doen, altijd lachen dan! - van op een afstandje naar het spetterende spektakel dat zich tot in de vroege uurtjes afspeelt op de dansvloer. Dat lijkt misschien een beetje zielig, maar geloof me, dan ziet een mens nog eens wat! En als deze fuif een min of meer waarheidsgetrouwe weergave is van wat zich zoal afspeelde in de ninetees heb ik verdomme wel wat gemist daar aan dat kanaal…
"Dan moeten we daar dringend iets aan doen, "zegt iemand van de WhatsApp groep, "en het kan toch niet zijn dat je al onze Vlaamse zangers nog nooit van dichtbij gezien hebt."
Dus nu heb ik ook een kaartje voor Clouseau. Een inhaalbeweging. Mie mag front-row bij Koen.
Daar gaat ze.



Reageer via    






Normaal - 09/12/2021

Er is iets weg, maar ik kan niet zo meteen zeggen wat. Maar dit is niet zomaar een clean desk. Er ontbreekt iets essentieels. En dan zie ik het: mijn telefoontoestel is weg!
"Ah, ja," zegt een collega, "ze zijn die dingen komen ophalen. Vanaf nu bellen we via laptop. En dan heb je enkel nog een headset nodig."
Ik heb amper twee snipperdagjes genomen en het lijkt alsof ik bij terugkeer alweer in een nieuw tijdperk terecht kom. Ik begin net een beetje on speaking terms te komen met mijn pratende auto en nu moet ik alweer leren telefoneren zonder telefoon. Maar men verzekert mij dat het poepsimpel is en dat we vanaf nu ook gewoon kunnen rondstappen terwijl we in gesprek zijn. Dat laatste overigens zeer op aanraden van onze dienst preventie, begaan als ze daar zijn met ons algemeen welzijn. Elk half uur even rechtstaan, het blijkt uiterst heilzaam voor lichaam en geest. Wisselwerken, noemen ze dat.
Dus ik verdiep me snel in een korte handleiding, plug dingen in foute en daarna gelukkig weer wel in de juiste poortjes en bel een eerste keer voor alle zekerheid met een collega van een naburig kantoor, eentje die me al langer kent dan vandaag. Gewoon, om eens te polsen of we mekaar wel horen. Ik hoor haar aan de andere kant inderdaad bijna snikkend achterovervallen. En daarna waag ik me aan de hogere studies: hoe verbind ik iemand door, hoe plaats ik een beller in wacht met zo'n muziekje op de achtergrond, hoe weet ik eigenlijk wanneer die draadloze headset alsnog in de stekker moet?
"Hij vertelt zelf wanneer je moet opladen," zegt een collega die inzake telefonie al twee dagen verder staat dan ik. Alweer een pratend apparaat dus, Engelstalig dit keer. En ook alweer een ding dat af en toe begint te flikkeren: als iemand in gesprek is brandt een rood lampje op de oordoppen. Een groen lichtje onderaan betekent dat het ding aan staat en rechts zit een hendeltje waarmee je naar mute kan draaien, dan hoort je gesprekspartner niet wat je bijvoorbeeld nog snel aan een collega vraagt. Dingen zoals 'Wie had hier vanmorgen nog ene Abdelkarim gebeld?'
Ondanks mijn totaal gebrek aan technisch gerichte coördinatie heb ik de schwung relatief snel te pakken. Hier en daar gaat wel eens een call de mist in en moet ik wat lacherig terugbellen- oeps, ik was je kwijt! - maar wat moet gezegd worden wordt die dag uiteindelijk ook tijdig en tegen de juiste personen gezegd.
Alleen dat rondstappen wordt nog een moeilijke. Want ik heb de gewoonte om alles wat mij telefonisch wordt meegedeeld ook nog snel even te noteren. Niet in de vorm van romantische proza natuurlijk, maar gewoon, heel vluchtig de hoofdpunten. En bij uitblijven van belangrijke info, of als het gebazel aan de andere kant me maar matig kan boeien, krabbel ik meestal gedachteloos wat neer, de befaamde droedels dus. In mijn geval: heel veel bloemetjes, cirkels, wolkjes, bij ergernis ook wel eens strenge, rechtlijnige vormen. Of hartjes in tijden van verliefd geluk. Een groot deel van m'n carrière bracht ik lichtjes scheef hangend door, de hoorn van mijn vast telefoontoestel links tussen oor en schouder geklemd en rechts de pen in de hand. Ik denk dat er weinig namen of meldingen de revue gepasseerd zijn die niet door mij genoteerd werden in een schriftje of op een vodje papier. Hele gesprekken balde ik soms samen in een strak lijstje van vijf bullets. Een schat aan verhalen, achteraf bekeken. Veel vrolijk nieuws, maar met regelmaat natuurlijk ook pakkende bekentenissen. En tegelijk had het ook een economische historiek kunnen zijn, de dalende curve van zo'n crisisjaar als 2009 bijvoorbeeld heeft zich vast ook weerspiegeld op één van mijn notablokjes. Helaas waren de meeste van die notulen moeilijk leesbaar, in hectische tijden zelfs amper voor mijzelf. Ze zijn dus één voor één ergens bij oud papier en karton beland. Maar als ze in de verre toekomst ooit nog eens wat resten van mijn papieren archief opgraven wens ik die archeologen alvast veel succes. Hiërogliefen 2.0.
Dat wordt dus afkicken. Maar ik probeer het toch eens voorzichtig, zo'n gesprek al stappend door het kantoor en met die headset op m'n hoofd. Het voelt stuurloos, want waar loop je dan zoal naartoe? En het lijkt vast alsof ik zomaar wat random voor me uit wauwel en zinloos sta te gesticuleren. En plots moet ik denken aan een mop die ik Hans Teeuwen ooit hoorde vertellen, over z'n gekke oom, een kerel die ze niet allemaal op een rij had en de hele tijd in het luchtledige liep te praten, ja, ook op straat. Het deed voorbijgangers natuurlijk verbaasd opkijken, het zorgde voor grappige taferelen. Tot iemand op het idee kwam de man een bluetooth in z'n oor te steken. En vanaf toen leek hij gewoon weer helemaal mee met de tijd.
En vooral ook: volkomen normaal.



Reageer via    






Een dekentje - 19/12/2021

Er zijn nog zekerheden in dit leven. Zo vat John Lennon me, echt elk jaar weer opnieuw, geniepig bij de lurven. Dan galmt zijn Kerstsong nog eens totaal onverwacht door een luidspreker. En eindig ik, hoe nuchter ik doorgaans ook door de dagen stap, alsnog met vochtige ogen, ergens tussen winkelrekken.
And so this is Christmas
And what have you done
Meer dan die twee zinnetjes heeft de man niet nodig om me aan het wankelen te krijgen. Terwijl ik het niet eens zo begrepen heb op al dat gedoe rond Kerst en al helemaal niet als ik zelf met slingers en lichtjes aan de slag moet.
Maar goed, dit jaar is het dus niet anders. Ik sta, na het werk, in een boetiekje in Lier, in de hoop nog snel een passend rokje bij m'n nieuwe laarzen te vinden en hop! Daar heb je John! Samen met nog een koortje van onschuldige kinderstemmetjes op de achtergrond. Yoko zingt vermoedelijk ook mee, begaan als ze altijd al was met de wereldvrede.
Het is alsof ze met z'n allen lijken te zeggen: willen of niet, dit is een tijd van bezinning en jij doet mee! Vanaf nu, iedereen en zonder uitzondering aan de introspectie!
Dat werkt bij mij ook onmiddellijk, alsof ik zo rond 't eind van het jaar toch nog wat overschotten aan sentiment meesleep. Ik laat de rokjes voor wat ze zijn en stap terug de straten in, me zeer bewust van het feit dat mijn bijdrage aan een betere toekomst, ook afgelopen jaar weer, zeer beperkt was. Zoveel ellende op aard en ik loop hier te zuchten om het juiste rokje, in mijn wereld van glühwein en kaneel. En met mijn maandelijkse storting van negen euro aan het Rode Kruis ga ik ook mijn hemel niet verdienen.
Al moet ik zeggen: een enkele keer heb ik dan toch wel zeer bewust gekozen voor het goede doel. En dan nog wel in een rayon waarin ik dag in dag uit aanzienlijke onkosten maak, namelijk die van de cosmetica. Ik smeer me hoe dan ook al jaren arm aan veelbelovende zalfjes, dus ik dacht, ergens in de zomer nog: combineer dat nu eens met een daad van naastenliefde. Er ging wat studie aan vooraf, over wat en hoe en waar dan, maar op mijn badkamer staan nu heel nadrukkelijk allemaal potjes van eenzelfde lijn te blinken. Belgisch, biologisch & fairtrade, skincare met veel vliegen in één klap dus. Met nog een leuk extraatje: voor elk potje dat ik koop gaat een kleine bijdrage naar een schoolprojectje in het verre Nepal. Daar krijg ik dan weer hartverwarmende gedachten bij. Ik stel me dan voor hoe een tenger Nepalees meisje, zo'n schattig ding met gitzwarte vlechtjes, vlijtig letters in een schriftje schrijft. Al kan het natuurlijk ook heel anders uitpakken. Dat bijvoorbeeld haar broertje zich elke morgen zuchtend door berg en dal richting harde houten schoolbanken sleept, en dat allemaal dankzij zo'n vrijgevige trut uit Belgistan.
Het is hoe dan ook niet simpel om in deze tijden je goede doelen te kiezen. Er valt over zoveel dingen te bezinnen: global warming, corona, armoede, oorlog, al dat leed. Zelfs schrijnende hongersnood op dor Afrikaans gebied, toch jarenlang een hot item op politieke agenda's, lijkt dezer dagen door nog hogere dreigingen naar de achtergrond verdrongen. Dus waar moet je nog beginnen?
Maar ik hoorde mijn grootmoeder zaliger wel eens zeggen: help waar je met je handen bij kan. En dat lijkt me nog niet zo'n gek idee. Want als we dat met z'n allen doen, aandacht en liefde en mededogen hebben voor alles en iedereen in onze onmiddellijke buurt, dan moeten we daar op termijn toch beter uitkomen? Wie weet wel wereldwijd?
"Dat klinkt niet slecht," zegt de dochter, "je kan bijvoorbeeld al beginnen met mij. Ik zou graag zo'n verzwaard deken krijgen voor Kerst. Lekker warm en knus."
Ze zegt het bij wijze van grap, maar dat wordt alleszins mijn insteek voor het nieuwe jaar: wat extra warmte schenken, te beginnen bij mijn kind. En bij uitbreiding - figuurlijk dan-alvast ook een wollig dekentje verzenden naar jullie allemaal.
Voor een warm, geborgen 2022.


Reageer via