De domste van de klas - 11/10/2022

In de late avonduren pik ik wel eens graag een kwartiertje op Njam mee, de culinaire zender. Ik kijk nu eenmaal graag naar mensen die goed kunnen koken. Hoe ze hakken en snijden en bakken en braden en fileren, en dat alles met zo'n nonchalance, alsof het, nog lang voor de uitvinding van het vuur, al door een hogere macht zo bedoeld was. Ze behoren als kok trouwens al bijna tot de goden! Ik kreeg enkele weken geleden de uitgelezen kans om ook eens aan te schuiven in Le Sanglier, waar Wout Bru de scepter zwaait. Los van het feit dat de man inderdaad goddelijk kookt mag hij zich ook verzekerd weten van een stevige BV-status. Toen hij na het diner nog even een acte de présence opvoerde hoorde je bijna letterlijk de extase door de zaal gieren, vooral bij het vrouwelijk gezelschap. Er stond ook al snel een stoet giechelende dames aan te schuiven voor een selfie met de jongen. Ja, ik natuurlijk ook, pinguïn als ik ben. Als er ergens hersenloos voorwaarts geschuifeld wordt ben ik daar meestal bij. Overigens: die Wout is van dichtbij echt zo'n bink uit als in de boekskes en zijn haartransplantatie was zo te zien wel een rendabele investering.
Mijn absolute favoriet blijft echter Johan Segers, de ouderdomsdeken onder de sterrenchefs. Die man kan alles, die krijgt zelfs nog een deftig gerecht op tafel getoverd met de graten van een vis. Eén van zijn kookrubrieken heet trouwens 'Tot op de graat'. En hij heeft er ook zo eentje over varkens: 'Tot op het bot'. Daarin verwerkt hij werkelijk alles wat los of vast zit aan zo'n beest, zelfs de krulstaart weet hij nog in een smeuïge hutsepot te draaien. Bewonderenswaardig. En ik weet sinds kort dat varkens mensen met huid en haar durven op te eten, ik heb het aan den lijve ondervonden, maar blijkbaar kan het dus ook omgekeerd. Misschien moet ik dat ook eens vertellen aan een stout varkentje in Schaffen…
In elk geval, ik ben dan wel geen keukenprinses, maar dankzij Johan Segers gebeuren er soms toch mooie dingen. Want sinds hij op TV ook aan de slag gaat met (h)eerlijke groenten probeer ik dat ook wat vaker te doen, meer groenten van bij ons op tafel zetten, volgens de seizoenen. Goed voor het milieu, vriendelijk voor de portemonnee én gezond. Zo heb ik zaterdag nog een groene kool uit de rekken van Colruyt geplukt, tot grote vreugde van mijn vader, die al chagrijnig kijkt bij een takje rucola als garnituur. Allemaal te groen en te exotisch voor hem. Dus eindelijk nog eens echte Vlaamse kost: savooi met spek en mosterdpuree. En, ook nog mooi meegenomen: ik kan zo'n boerenkost kost wel aan, het steekt immers allemaal niet zo nauw. Geen gezever over welke balsamico je nu best kan druppelen in je dressing of die eeuwige twijfels van wel of niet roeren in de pruttelende risotto. Nee, niks van. Als je savooi stooft het komt niet aan op een vlok boter meer of minder. Het eindresultaat ziet er misschien niet zo spectaculair uit, maar het blijft gewoon lekker. En ik leef tenminste nog eens in de waan dat ik in de keuken wellicht beter ben dan gedacht.
Waar ik dan blijkbaar weer minder goed in ben dan gedacht: de Franse taal. Sinds ik de carrièreswitch maakte naar het centrum van dit land hoort extra talenkennis er natuurlijk weer iets nadrukkelijker bij. En ik meende altijd toch een verdienstelijk mondje Frans te spreken, maar mijn woordenschat beperkt zich blijkbaar voornamelijk nog tot het bestellen van eten en drinken en wat onderwerpen die aanleunen bij vakantiepret. Op de werkvloer is het toch een ander paar mouwen. De eerste keer dat ik een uitzendkracht moet uitleggen hoe dat nu precies zit met zijn bedrijfsvoorheffing, en français, breng ik het verhaal niet vlotter dan de gemiddelde laag opgeleide Zimbabwaan. Een hakkelend verhaal dus, en stiekem gaan piepen op Google Translate.
Met mijn Engels is het eigenlijk niet veel beter gesteld. Stoer wat lyrics meezingen, ja, maar haarfijn een functieomschrijving toelichten? You want the jobdescription, sir? From a TIG-lasser?
"Dat went wel," stelt één van de collega's me gerust, "dikwijls spreekt de tegenpartij al even belabberd Engels als jij. En uiteindelijk eindig je samen toch in min of meer bij de essentie: you go to work, now. Maar dat laatste kenden we in de Kempen ook al.
Al bij al niks nieuws, eigenlijk. Want ik had dit bij elke nieuwe job en altijd en overal waar ik aan iets anders begon: het gevoel de domste van de klas te zijn. Alsof ik wel op de juiste schoolbank zat, maar met behoorlijk wat leerachterstand. Maar ik weet intussen ook wel dat het weer een kwestie is van wat inwerken en links en rechts wat verwaarloosde kennis weer oprakelen. En ook nog eens wat bijleren, mag ik hopen. En dan pas ik -hopelijk- binnen enkele weken wel ergens in een hoekje van de nieuwe puzzel.
Desalniettemin, het moet toch fantastisch zijn om ergens heel erg goed in te zijn! Uitblinken in wiskunde bijvoorbeeld. Of vloeiend Chinees spreken. Kunnen dansen als een ranke prima ballerina. Of in potten kunnen roeren zoals die Johan Segers. Maar uitzonderlijke talenten worden slechts karig uitgedeeld en ook ik stond destijds voor niks op de eerste rij. Ik heb ooit eens job coaching gevolgd, wie weet had ik diep in mij wel ergens wat verborgen talent zitten. Maar dat bleek ook maar een rommeltje te zijn. Er speelde zo'n beetje van alles en nog wat, maar niks echt uitmuntends. Niks waarmee ik de massa zou kunnen overstijgen. Die zoektocht heb ik dus al snel opgegeven. Bovendien mag je ook weer niet te fel zitten wroeten in dat innerlijke. Ik las het recent nog in een boek van ene Svend Brinkmann, een slimme Deen die een anti-zelfhulp boek schreef, een bestseller zelfs: dat je toch een beetje moet oppassen met al dat zoeken naar je diepste verzuchtingen. Op een bepaald moment heb je misschien zo lang naar je diepe kern gekeken dat je ontdekt dat er daarbinnen bitter weinig zit.
Ik vind het nog niet zo'n slecht idee. Gewoon rustig in je eigen schoenen blijven staan en simpele savooi stoven. Niet altijd de overtreffende trap nastreven. Niet alles willen uitdiepen tot op het bot.
Er woont ergens een varkentje dat het vast graag zal horen.



Reageer via    






Zekerheden - 24/10/2022


Mijn vader maakt zich zorgen om het vogelhuisje achteraan in de tuin. Al is de term 'vogelhuisje' een understatement. Het ding werd lang geleden eigenhandig door mijn vader in elkaar getimmerd en oogt niet meteen als een schattig nestkastje. Het heeft intussen meer iets van een verweerde carport op een paal. Binnenskamers- en als mijn vader het niet kan horen- spreken de dochter en ik wel eens lacherig over 'de landingsbaan'. Een ruim platform voor al wat vleugels heeft, zelfs een duif met zwaar overgewicht kan hier nog een noodlanding maken. Een solide constructie ook, jarenlang weer en wind getrotseerd. Maar nu begint er sleet op te komen.
"Ik heb al een nieuw ontwerp in mijn hoofd," zegt mijn vader. Al probeer ik hem, vooral dan uit esthetisch oogpunt, nog te overtuigen van een kant -en klare aankoop. In een naburig tuincentrum bijvoorbeeld.
"Ze hebben daar heel mooie vogelhuisjes," zeg ik, "en echt in alle maten, dus ook van die grote."
Maar daar heeft mijn vader geen oren naar. Het moet allemaal niet schoon zijn, maar vooral stevig. Alsof hij toch nog hoopt dat een verdwaalde Andescondor hier vroeg of laat nog eens gaat neerstrijken.
Dus gaat hij een straat verder, bij 'De Blok', de lokale houthandel, plankjes bestellen voor zijn nieuw project. Ik mag ze de dag zelf nog gaan ophalen met de wagen, want ze geraken natuurlijk niet allemaal in het korfje van zijn rollator. Ik sleep nog een klein werkbankje en wat klusgerei uit de kelder en installeer alles op het terras. Morgen gaat hij aan de slag.
"Die schrijnwerker krijgen we er bij hem nooit meer uit," zegt mijn moeder, toch weer lichtjes bewonderend.
Dat klopt ook wel, dat beeld van mijn vader in de weer met hout en hamer, het blijft een zekerheid in mijn bestaan.
Diezelfde avond wipt m'n jongste nonkel nog even binnen, hij heeft nog iets leuks gevonden voor mij. Ik schenk hem een koud Palmke in en daarna haalt hij de buit boven: een krantenknipsel, met een interview van één van m'n lievelingsauteurs, Marnix Peeters. 's Mans antwoorden op 'De 16 vragen van De Wachter'. Ik heb het artikel ook al online gelezen, maar ik word nog altijd blij van woorden op echt papier. En mijn nonkel weet dat. En hij weet ook zeer goed waar ik zoal op kick. Dus af en toe, als hij al lezend iets tegen komt wat hij aan mij weet te linken, knipt hij dat uit. Zo komt het dus dat er op mijn nachtkastje, onder de gewone maandelijkse stapel leesvoer, ook nog een plastic mapje ligt met daarin de meest bizarre verzameling aan lectuur. Pagina's gescheurd uit oude Humo's of kranten, een schatkist aan weetjes waar in deze snelle digitale wereld niemand nog iets aan heeft, maar waar ik gelukkig van word. Hoe Tom Barman zich in 2006 voelde als Man van het Jaar bijvoorbeeld. Of een tourverslag van dEUS in Knack Focus, '12/10/2005' heeft mijn nonkel op de eerste pagina genoteerd. Maar hij gaf me ook wel artikels met goede raad, zoals een gedetailleerd verslag over hoeveel schrijvers jaarlijks mogen belast worden, want hij verwacht nog elk moment een bestseller van mij.
Als ik die avond, bij het schemerlicht van mijn nachtlampje, nog eens gelukzalig door mijn stapeltje knipsels blader moet ik toch concluderen dat een mens soms stug blijft vasthouden aan de gekste dingen. Mijn vader wordt nog steeds lyrisch van houtkrullen en mij gaan ze ooit nog eens verschrompeld terug vinden tussen een hoop vergeeld papier.
Mijn werkdagen blinken dan weer uit van de nieuwigheden: nieuwe files, nieuwe gezichten, zelfs andere werkuren. Want sinds kort kennen ook wij de mogelijkheid om hybride te werken en op kantoor mogen we glijdende werkuren hanteren. Jarenlang kenden we een klokvaste middagpauze van een vol uur, maar die mag nu ingekort of zelfs verschoven worden. Heel tof als je bijvoorbeeld 's avonds wat vroeger naar huis wil, maar het is wel wat inboeten aan sfeer en gezelligheid, vind ik. Zo af en toe heb ik wel wat heimwee naar de uitgesponnen gesprekken boven brooddozen. Tot we op een middag dan toch weer met een bijna voltallig (overwegend vrouwelijk) team aan de keukentafel belanden en de pauze alsnog onverwacht uitloopt. Het gespreksonderwerp is dan ook een ernstige analyse waard! In de laatste aflevering van The Voice stonden Jan Paternoster en Koen Wauters ongegeneerd in hun onderbroek- stekkebeentjes, daar waren we het unaniem over eens-maar Mathieu Terryn, die stoere gozer van Bazart, floepte er -op nationale zender!- zomaar uit dat hij onder zijn baggy broek gewoon geen ondergoed draagt. Helemaal niks. Nada. Ik ga me niet uitspreken over zijn stembereik, maar de man moet het alleszins bijzonder goed doen op vlak van testiculaire gezondheid. En ik verzeker jullie: gooi zo'n item in de groep van wat mondige vrouwen en er volgt een zeer grondige, vergelijkende studie over wat er zoal gaande kan zijn daar beneden.
Kort samengevat: Terryn ging commando en wij vrouwen verbaal nog eens genadeloos all the way.
En dat laatste is dan toch ook weer een vaste waarde. Een hele geruststelling ook: niet alles staat op losse schroeven, er zijn nog zekerheden in dit leven.
Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum





Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via