Thee - 16/02/2025
Ineens hebben we zelfs de tweede maand van het nieuwe jaar al bijna achter de rug. 'De kop is er af' hoorde ik wel eens zeggen in de Kempen, met die droge intonatie die enkel rasechte Kempenaren is gegeven.
Zo snel gaat dat dus. Terwijl ik me toch had voorgenomen het parcours van 2025 in een lagere versnelling af te leggen. Met veel aandacht voor alles wat in mijn nog noest werkend bestaan weldra een allerlaatste keer zou zijn: de laatste meetings, de laatste rush naar meer en beter, de laatste lachsalvo's met de collega's. Een soort van traag kabbelend, mindfull afscheid had ik in gedachten. Lees: een rondje struisvogelpolitiek. Want eigenlijk wil ik het liever niet weten en hoop ik stiekem dat zo'n rit op de trein der traagheid ook de dagen zélf wat langer zal rekken. Dat het eindstation nog lang niet in zicht is.
Niet dus, de tijd raast aan me voorbij. En mijn kop in het zand steken heeft weinig zin, want het leven zou het leven niet zijn als het je niet af en toe genadeloos confronteerde met de realiteit: aan alles komt een eind.
Het eerste teken aan de wand komt van mijn vertrouwde bankkantoor. Ik krijg een uiterst professioneel klinkende jongeman aan de telefoon die zegt:
"We denken al aan je volgende, toch wel speciale verjaardag. Daarom wil ik je graag uitnodigen voor een gesprek. We moeten het even over je kapitaal hebben."
Ik krijg al de bibber bij dat woord 'kapitaal', want ik was me van geen kwaad bewust. Maar een paar dagen later, na dat gesprek dus, ben ik al een stuk wijzer. En weet ik dat ze in de banksector blijkbaar nooit met verkleinwoordjes spreken, ook niet als het over bescheiden hoeveelheden gaat. Dat het dus allemaal wel meevalt met dat kapitaal. Meer nog, na wat twijfelende antwoorden op een lijstje meerkeuzevragen weet ik nu ook dat ik het financieel profiel heb van wat ze noemen 'de dynamische belegger'. Tot op heden moest ik al dagelijks beroep doen op Face Book om te weten wie wanneer jarig is, maar sinds kort raadpleeg ik nu ook trouw elke ochtend een app die me voorlopig met beloftevolle grafiekjes op de hoogte houdt van koersen op de beurs. Kwestie van snel te kunnen handelen als mijn kapitaal alsnog zou kelderen.
"Allee," zegt de dochter, terwijl ik met volle aandacht in de weer ben met knusse kommetjes en een houten kloppertje om de matcha schuimig te krijgen. Een nieuwe gewoonte, ook weer in het kader van die voorgenomen mindfullnes. " Straks word je nog zo'n grijs dotje, nippend aan een kopje thee."
"Maar wel eentje met waakzame blik op haar flexibele fondsen," snoef ik terug.
Wie me ook waarschuwt en vroegtijdig in de steek laat: mijn laptoptrolley. Een oerdegelijke Samsonite, nog een gerecycleerd cadeau van een vroegere collega, maar nu hebben de wieltjes het finaal begeven. Jarenlang heb ik dat ding achter me aan gesleept, ratelend over stoepen en boven-en ondergrondse parkings, en volgepropt met alle noodzakelijke dingen die een vrouw -on- the -road wel eens dringend kan nodig hebben: de boterhammetjes, koeken en snacks voor tussendoor, een flesje water, leesbrillen, een bus haarspray en een voorraadje make up voor noodgevallen, een paar loopschoenen want je weet maar nooit waar je eens wat sneller uit de voeten moet. En een laptop natuurlijk.
Ik heb er wel eens mee gelachen, dat ik pas zou opgeven als mijn trolley het voor bekeken hield, maar nu is hij me voor. En ik heb nooit geloofd in hogere machten, en al heel zeker niet dat het universum iets zou van plan zijn met mij, maar dit lijkt me toch een duidelijk teken: tijd om uit te bollen.
Ook mijn lap top zélf begint moeilijk te doen, plots krijg ik pop ups met de melding dat ik dringend schrijfruimte moet vrijmaken.
"Je harde schijf zit helemaal vol," zegt mijn rechtstreekse hulplijn op onze Dienst Digital, "niet zo raar, na al die jaren." Ook nu weer: alvast een beetje afscheid nemen, al is het maar van een hoop totaal nutteloze bestanden, je blijft tenslotte niet eeuwig de omzetcijfers van 2015 analyseren.
Ex-collega's die me al voorgingen in een gelijkaardig uitbollend traject delen ook graag hun ervaringen. Ik wil weten hoe dat voelt, zo zonder strak werkritme. De meningen zijn verdeeld. De ene verveelde zich al snel te pletter en zocht soelaas in een flexi job. De andere werkt freelance en voert enkel nog opdrachten uit die ze graag doet. Nog een andere wou wat meer gaan sporten, maar heeft plots een schouder die niet meer mee wil. Haar tennis racket hangt voorlopig aan de haak. En nog een andere doet totaal niks, of alleszins zo weinig mogelijk.
"Eindelijk ontsnapt uit de klemmen van dat eeuwige groeimodel, " zucht ze tevreden. Ik durf niet te vragen of ze intussen ook al dagelijks aan de thee zit.
Verwarrende info dus, ik weet niet zo goed wat ik er mee moet. Maar zo'n flexi job zegt me wel wat. En beroepshalve zie ik natuurlijk heel veel van die vacatures passeren. Ik pluis zo links en rechts wat mogelijkheden uit.
"Misschien moet ik dan eens iets fysieks gaan doen," zeg ik tegen de dochter, "rekken aanvullen in de supermarkt of zo."
"Ze zien je komen," zegt ze, "met je trapladdertje dan".
Ik ben er dus nog lang niet uit, weet voorlopig alleen dat ik straks niet volledig stil wil vallen. En dat ik als de dood ben om geen nieuwe dingen meer te leren. Of erger nog, dat ik vroeg of laat en naar alle waarschijnlijkheid ooit wel zal moeten toegeven: ik ben niet meer mee. En dat ik dan maar berustend een volgend kopje thee ga brouwen.
Maar voorlopig draai ik dus nog even mee in de ratrace. Met de wekelijkse yogales als rustpunt, want op mijn matje wordt mijn hoofd meestal vrij snel een leeg recipient. En laat het nu net daar zijn dat ik min of meer tot inzicht kom! We doen dit keer geen ingewikkelde houdingen, maar leren gewoon 'mooi rechtop staan'. Voeten naast elkaar op de grond, bekken licht gekanteld, buikspieren aangespannen en schouders trots naar achteren. En daarna de ogen sluiten. Hoe simpel kan het zijn, denk ik nog. Maar dan moeten we zachtjes naar voren buigen en ik voel hoe mijn tenen zich vastklemmen in mijn matje. Even later hellen we langzaam naar achteren. En naar links en dan naar rechts. En bij elke beweging voel ik hoe onwaarschijnlijk veel spiertjes zich opspannen om me toch gewoon staande te houden. Hoe mijn lijf alles in het werk stelt om in balans te blijven.
En overvalt me zomaar opeens ook de gedachte dat af en toe stilstaan misschien wel even intens kan zijn als stug, en met verbeten kaken, blijven doorrazen op de cadans van een 38-uren week. Dat af en toe niets doen misschien even goed een kunst kan zijn. En dat er waarschijnlijk niks mis is met in alle rust genieten van een dampend kopje thee.
Om maar te zeggen: af en toe ga ik wel eens de filosofische toer op. En laat ik de dingen gewoon op me af komen.
Reageer via